Zijn geloof en angst met elkaar verbonden? Vul de enquête in!

Reinier zag iets opmerkelijks in de reacties die hij kreeg naar aanleiding van zijn laatste boek ‘Het vergeten evangelie’: overal trof hij angst aan. Nu vraagt hij zich af of geloof en angst bij elkaar horen… En hij wil graag van jou weten hoe jij dat ziet…

Zijn geloof en angst met elkaar verbonden? Vul de enquête in!

Toen ik een jaar geleden mijn boek Het vergeten evangelie publiceerde, dacht ik oprecht: zo, nu is het wel even klaar, ik ben voorlopig theologisch uitgeschreven. Dat boek was een conclusie van een proces van tien, vijftien jaar. Ik had erin gezegd wat ik had te zeggen, en er waren nog veel te leuke andere projecten. Ik werd daarin bevestigd door de nogal lovende reacties op het boek, uit alle hoeken, van charismatisch tot katholiek. 

Of, nou ja, álle hoeken… 

Eén ging uit z'n plaat

Na een half jaar ontdekte ook het Reformatorisch Dagblad het boek en ging een van hun vaste recensenten even uit z’n plaat. Wie die krant een beetje volgt, is dat op zich gewend, maar deze keer was ik de heks, dus ik las het anathema wat aandachtiger. Een passage viel me in het bijzonder op: 

Sonneveld is overduidelijk in beweging. Hij begon als gereformeerd christen, nu zit hij hier. Waar gaat dat heen? [Mij] valt op hoeveel kenmerken van het universalisme bij Sonneveld doorschemeren. Zal hij over enkele jaren de Godheid van Christus nog belijden? Of is hij over enkele jaren universalist? Is hij over enkele jaren nog christen?

Ik probeerde te begrijpen wat de recensent hier deed. Het leek me uitgesloten dat hij oprecht bezorgd was om mijn zielenheil. Dit was een of andere lepe retorische move, maar ik probeerde in te zien welke. 

Intimideren met dog whistles 

Nu verscheen deze recensie in dezelfde periode als de gewraakte Nashvilleverklaring. En de interpretatie daarvan die ik het meest hoorde, was dat deze niet voor de buitenwacht was bedoeld, maar voor de achterban. Die staat tegenwoordig opener tegenover homoseksuele relaties en moet maar weer snel in de pas. Was dat misschien ook wat hier gebeurde? 

Toen begonnen me de zogeheten dog whistles in deze kringen op te vallen: een codetaal die een groep die ermee bekend is kan intimideren, maar voor buitenstaanders vrij onschuldig klinkt. ‘Het was beter geweest als dit boek nooit geboren was’, stond er te lezen in het stuk, een bijbelverwijzing naar Judas, de verrader van Jezus. En de lezer blijft achter met de totáál open vraag: ‘Is [Sonneveld] over enkele jaren nog christen?’ 

Ah, dat was de bedoeling: de achterbanner hoort het hellevuur al knisperen! Een nogal rechtse columnist elders concludeerde over enkele zinnen in het boek: ‘Dat is spelen met vuur.’ En iedereen weet welk vuur hij bedoelt.

Ik ben bang 

In deze periode kreeg ik dagelijks twee, drie mailtjes van lezers en daarin gingen lijnen oplichten. Hier een paar citaten: 

Ik kon de twijfels eerder wel wegstoppen, het is niet dat ik nu voor het eerst uit mijn gereformeerde bubbeltje stap en in contact kom met de grote boze buitenwereld. Maar nu zijn de twijfels de kop weer opgestoken en ze zijn groter en fundamenteler dan ooit. Ik ben bang dat ze me een laatste genadeloze dolkstoot in de rug zullen geven.

Verzoening door voldoening leverde voor mij een godsbeeld op waar ik bang van werd en tegelijkertijd durfde ik het niet te benoemen, bang als ik was dat ik tegen de leer van de Bijbel inging. Hoe durfde ik? Ik was bang dat ik de ‘zonde tegen de Heilige Geest’ had begaan.

Het ging verrassend vaak over angst. 

Angst als strategie 

Veel gewone gelovigen zijn bang voor God, besefte ik. Ze durven niet te twijfelen, want de dominee heeft gezegd dat twijfel ‘ongeloof’ is en ja, wie niet gelooft gaat naar de – en daarover zwijgen we. Maar ze twijfelen wel. Ze kunnen niet leven met een God die, bijvoorbeeld, niet eens zelf kan vergeven, maar daarvoor een dode zoon nodig heeft. 

En zo had ik opeens een nieuw thema te pakken, wat ik niet had zien aankomen, omdat ik dus, zoals gezegd, werkelijk dacht wel voor een paar jaar uitgeschreven te zijn. Maar ik zag zware dominees die zich heel boos uitten en van wie ik begon te vermoeden dat ze eigenlijk heel bang waren. En dat ze angst ook als strategie inzetten naar hun achterban toe. Pas op voor vul-maar-in. Want waar gaat dat allemaal naartoe. 

En als ik eerlijk ben, voelde ik iets van die angst ook zelf. Ik ben niet bang voor God. Een God die mijn angst nodig heeft, krijgt mijn geloof niet, zoals een kind dat bang is voor zijn of haar ouders, ook nooit echt van hen zal houden. De enige God die God kan heten, is gul en gastvrij. Maar ik kan wel bang zijn voor mensen. Het is niet prettig om veroordeeld te worden, als wenkbrauwen fronsen als je komt aanlopen, als vingers letterlijk in je richting priemen, als voeten weg stampen als je op je eerlijkst bent. Het is zo nu en dan gebeurd en dat doet me iets. Ik voel me dan eenzaam, kwetsbaar, zelfs wanhopig. 

Geloven en angst zijn broertjes

Toen ik hierover met vrienden en geloofsgenoten sprak – toch het beste medicijn – verraste me hoeveel herkenning deze thematiek opriep. Ja, geloven en angst, dat waren broertjes, misschien geen biologische broertjes, maar wel in hetzelfde huis opgegroeid. En wat zou het fijn zijn als er een geloof zonder angst bestond, zonder sociale stress, zonder manipulatie. 

Daarom ben ik, samen met mijn vaste coaching-compagnon Otto Kamsteeg, een zoektocht begonnen naar die ‘broertjes’, geloof en angst. We beginnen met een online onderzoek, om eerst eens het veld helderder te krijgen en te peilen of dit inderdaad zo leeft. En hoe het verder gaat, zien we daarna. Misschien een tour, misschien gesprekken, misschien publicaties, misschien wel liedjes. We zullen zien. Een echte zoektocht is niet voorspelbaar. En dat past ook wel bij deze thematiek: met opgeheven hoofd onbekend terrein betreden… ­


Was dit stuk heel herkenbaar voor je? Of juist niet? Vul dan deze enquête in. De snelle reageerder maakt ook nog kans op 2 kaartjes voor de musical Lazarus, op vrijdagavond 25 oktober om 20.00 uur in DeLaMar Theater in Amsterdam!