Hoe het werk op een tuinderij Elsa helpt om te ontdekken hoe het leven werkt

Elsa werkt een dag in de week op een tuinderij omdat ze weer contact wilde met die aarde, waaruit we zijn ontstaan. En in de korte tijd dat ze er werkt, merkt ze dat ze een ander mens wordt en belangrijke levenslessen leert.

Hoe het werk op een tuinderij Elsa helpt om te ontdekken hoe het leven werkt

Het is najaar en ik trek met wortel en al torenhoge tomatenplanten uit de grond in de tunnelkas. De laatste vruchten hebben we zojuist geoogst, nu zijn ze klaar en moeten ze eruit. Omdat ze een schimmelziekte bij zich dragen, leggen we ze op een platte kar en voeren ze af naar een plek in het bos waar ze de bodem niet kunnen verzieken voor het nieuwe plantgoed. 

Het voelt alsof ik een lijkwade door het weiland rol en ik vraag me af of iemand ooit een requiem voor tomaten heeft geschreven. Dood, verval en verlept leven: sinds ik wekelijks op de tuinderij werk komen ze heel dichtbij. 

Vertrouwen in de cyclus

Toen ik begon was alles anders, toen was het oogsttijd en vulde ik kratten met courgettes, pompoenen, tomaten, snijbiet en zoete bataten. Nu is die tijd voorbij en oogt het land steeds kaler. Alsof daar niets gebeurt. Ik vroeg de tuinder of het haar niet triest maakte, de dood van die planten, waar ze van zaadje af aan voor had gezorgd. Ik verwachtte min of meer dat ze zou lachen om zo’n overgevoelige vraag. In plaats daarvan vertelde ze me dat het went, en dat je vertrouwen krijgt in de cyclus van leven en dood. 

Ik ben op het land gaan werken om deze lessen te leren. Om te ontdekken hoe het leven werkt. Om mijn vervreemding van de bodem te keren, door letterlijk met mijn handen en knieën contact te maken. En in de korte tijd dat ik daar werk, merk ik dat het me transformeert. Het leert me de aard van het leven kennen; kwetsbaar en veerkrachtig, bloeiend in onderlinge afhankelijkheid. Het maakt de bodem waaruit ons voedsel groeit tot een bron van diepe dankbaarheid en een vreugde die ik al lang niet meer heb gevoeld. De dauwdruppels op het spruitenblad schitteren me toe als schatten die ik niet hoef te bezitten om rijk te zijn. 

Sterven aan onszelf 

Herstel van onze intimiteit met de aardbodem, waar we volgens het oerverhaal uit zijn ontstaan, bezit grote kracht. Het heeft de potentie om onze economie en consumptiegedrag te transformeren ten goede en mensen zachter te maken voor elkaar. Het helpt ons reële verwachtingen te vormen van onszelf, door ook in ons eigen leven de cyclus van groeien, snoeien en bloeien te herkennen. 

Het helpt ons te zien wat het betekent te sterven aan onszelf. Dat periodes van lage productiviteit, matheid, stilte en leegte geen reden tot wanhopen en al helemaal geen bewijs van mislukking zijn. Ze zijn een terugkerende en broodnodige periode van braakliggen. Het leven is ook daar volop aanwezig, zij het onder de oppervlakte. 

Loskomen van het verdorven comfort 

Aan mij de vraag of ik me aan dit ritme durf over te geven in een cultuur waarin jaarrond oogsten en continue opbrengst de norm zijn geworden. Durf ik te investeren in het bodemwerk onder de oppervlakte, waar op korte termijn weinig eer aan te behalen is? Of raak ik in persoonlijke crisis op het moment dat ik niet lever, dat er niets groeit en ik me leeg voel? Lukt het me te leven van wat het land mij geeft, volgens haar eigen ritmes en seizoenen? Kan ik ooit nog loskomen van het verdorven comfort van ons schadelijke welvaartsniveau?

Ik zit er middenin, in het proces van deze vragen. Ik stoei ermee terwijl ik de distels tussen de bloemkolen vandaan schoffel en de volgeladen oogstkar rechtop probeer te houden terwijl ik hem door een greppel duw. Zo ontdek ik dat de aarde waar de mens volgens het verhaal uit gevormd is, mij als mens nog steeds vormt. En dat de Adem die de mens tot leven bracht, dat nog steeds doet - trouw, ritmisch, altijd wenkend richting het leven. 

Het is najaar, en terwijl ik torenhoge tomaten uit de grond trek, leer ik levenslessen als nooit tevoren.

 

Foto boven: Benjamin Combs via Unsplash