Lazarus staat op | Weet je zeker dat je er klaar voor bent

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Weet je zeker dat je er klaar voor bent

Weet je zeker dat je er klaar voor bent? – PopUpGedachte woensdag 20 november 2019

Buiten is het donker. Geen van de ramen aan weerszijden van het appartement waar wij wonen, drie hoog in Amsterdam West, is nog verlicht. Langslapers zijn het, die Amsterdammers. Dat is fijn, het geeft mij even de tijd om na te denken. Als iedereen nog slaapt, kan ik rustiger schrijven. Dat werkt nou eenmaal zo. Vandaag een vraag van de Rabbi aan zijn tijdgenoten in het jaar 0. Weet je zeker dat je er klaar voor bent, dat je erop zit te wachten?

Waarop? Dat het goed komt. Dat de boel hersteld wordt, dat de hemel op aarde neerdaalt, dat God weer onder mensen woont, dat wat beloofd is uitkomt, dat soort dingen. Volgens de teksten was die verwachting intens aanwezig. En dat was niet alleen een religieuze verwachting, hè? Het was ook een politieke verwachting. Beide totaal met elkaar verweven, alsof het 1944 is, er hangt een bevrijding in de lucht – en dat je dat dan combineert met een soort einde van het millennium gevoel omdat het weleens het einde van de wereld zoals we die kennen zou kunnen zijn en er geruchten gaan van wederkomsten en apocalypsen en alles.

Herken ik me daarin? Een gevoel van naderende catastrofe of naderende verlossing? In religieuze teksten is dat vaak hetzelfde, hè. Catastrofe en verlossing, crisis en uitweg. De huidige orde verdwijnt dan en iets nieuws ontstaat. En er staat veel te bewegen. Rond het klimaat wordt er gesproken over extinction, dat de mensheid haar eigen ellende mogelijk niet overleeft, een bankenramp kan ook altijd nog plaatsvinden, daar is niet zo heel veel voor nodig. En soms zou je er bijna even naar verlangen, om het drama – als je daar stiekem van houdt – of omdat de huidige status quo zo onrechtvaardig is voor zoveel mensen dat je hoopt op verandering.

En Jezus zegt vandaag: weet je het zeker dat je hoopt op verandering. Want die pakt niet voor iedereen al te vrolijk uit. Er was een rotsvast geloof onder zijn tijdgenoten dat ze aan de goede kant van de geschiedenis zaten en dus bij de omkering bovenop terecht zouden komen in plaats van onderop, geknecht, nu. Maar de rabbi zou de rabbi niet zijn, als hij niet iedereen naar zichzelf laat kijken: wie ben jij, wat ben jíj aan het doen. Niet waar je bij hoort is relevant, welk volk, welke cultuur, welke geschiedenis, maar wat ben je aan het doen?

Hij vertelt een verhaal over een man die aangesteld wordt als koning nadat hij een fortuin in bewaring heeft gegeven bij drie mensen. De eerste, die het meeste in bewaring heeft gekregen, heeft er handel mee gedreven en het fortuin verdubbeld. De tweede met een wat kleiner fortuin, idem dito. De derde dacht slim te zijn én was bang voor de strenge aanstaande koning en zei bij terugkomst van de vorst:

‘Heer, hier is uw geld; ik heb dit weggestopt in een doek en zo bewaard; ik had angst voor u, omdat ge een streng man zijt, die terugeist wat ge niet hebt uitgezet en oogst wat ge niet hebt gezaaid. Aan hem antwoordde hij: Met je eigen woorden zal ik je veroor­delen, slechte knecht. Je wist, dat ik een streng man ben, die terugeist wat ik niet uitgezet en oogst wat ik niet gezaaid heb. Waarom heb je dan mijn geld niet naar de bank gebracht? Dan had ik het bij mijn terugkomst met rente kunnen opvragen.’

Loopt niet helemaal lekker af voor deze meneer. En dit is het punt van vergelijk, de oproep aan de tijdgenoten. Weet je zeker dat je hoopt dat de wereld zich omkeert, dat de boel verandert, dat rechtvaardigheid doorbreekt, want dan word jij ook doorgelicht. En dan is niet de vraag of jij bij de goeien hoort, maar wat je bent gaan doen in het echte leven.

Het is de vraag aan mij: heb ik gewaagd? Ben ik aan het werk met dat wat me gegeven is, in het geloof dat het niet de bedoeling is om te kunnen zeggen dat je bij de goeien hoorde? Dat je een keurig burger was, dat je een meelevend kerklid was, dat je bad of zong of mediteerde – dat kan z’n nut hebben maar voor wie bad ik dan? En wat deed ik er mee? Is het gaan groeien? Is het zich gaan verspreiden? Ben ik langsgeweest bij degene om wie ik me zorgen maakte of heb ik het voor mezelf gehouden? En nee, dat ben ik heel vaak niet, hè? Niet om je schuldig over te voelen, maar om de mogelijkheid te zien en vast in mijn agenda een momentje te blokken. Want als ik langsga, kan dat individuele, persoonlijke medeleven bodem vinden en ontstaat er iets nieuws. Waar heb ik gewaagd en gewonnen, of gewaagd en verloren, waar heb ik geprobeerd om de mogelijkheden die me gegeven zijn te vermenigvuldigen?

Een vriend vroeg me: als mijn dochter van twaalf vraagt hoe je weet of God iets goedvindt, wat zou je dan zeggen? En ik weet dat ik vroeger naar Bijbel of gebed zou verwijzen. Nu vraag ik waarom ze dat wil weten. Want is het een interessante vraag? Is ze eigenlijk stiekem een beetje bang voor een strenge, afkeurende God? En ik zou van haar willen weten of er iets is waarover ze in de praktijk twijfelt of die godheid dat wel goedvindt. Als dat wel meevalt, dan kun je gewoon aan de slag. Er groeit weinig gras op platgetreden paden, zeggen ze. Maar daarbuiten is zoveel te vieren, te ontginnen en te ontdekken. En dan zien we wel of de wereld zich omdraait of niet. Ondertussen planten we bomen, zetten initiatieven op, ontvangen gasten of zijn te gast en delen wat we hebben en zien het groeien. Zoals dat gaat, steeds op hoop van zegen.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.