Eerlijk zijn over je geloof, je twijfel en jezelf geeft een boeiender geloofsgesprek

Annelies maakt na een serie blogs over haar veranderde geloof de balans op: ondanks alles wat ze verloren heeft, heeft ze zich als gelovig mens opnieuw gevonden.

Eerlijk zijn over je geloof, je twijfel en jezelf geeft een boeiender geloofsgesprek

Ruim een jaar geleden begon ik aan een serie blogs om te ontdekken wat ik nu echt geloofde. Hoe was mijn geloof gevormd? En hoe was het veranderd in de loop van de tijd? Ik wist dat als je zelf begint met een kwetsbaar en eerlijk verhaal, je anderen de ruimte geeft om aan te haken. Maar voor wie schreef ik eigenlijk? 

Na een paar blogs ontdekte ik ineens dat ik niet voor anderen schreef, maar voor mezelf: ik wilde mijn geloof niet verliezen. Het glipte door m’n vingers. Ik las de Bijbel minder, bad alleen de standaard gebeden. Ik ging naar de kerk, maar vroeg me regelmatig af wat ik daar deed. Door op te schrijven wat ik wel of niet meer geloofde, zou ik misschien kunnen redden wat er te redden viel.

Geloof verloren 

Acht blogs verder heb ik heel veel geloof verloren. Ik was het al verloren, maar door het op te schrijven, er meer dan ooit bij stil te staan, stond het zwart-op-wit. Tijdens dat proces voelde ik de tragiek: hoe ik jarenlang dacht dat bepaalde geloofsovertuigingen heel belangrijk en noodzakelijk waren en hoe ik nu constateer dat het niet meer het geval is. 

Met elk verhaal dat op papier kwam, verloor ik steeds definitiever een bepaald wereld-, mens- en godsbeeld. Ik heb heel wat keren met tranen in mijn ogen achter mijn laptop gezeten. Ik moest dealen met wie ik was geweest, wat ooit mijn overtuigingen waren en dat ik daar niet meer mee overweg kon. Dat ik altijd hoge verwachtingen had gehad van wat ik ‘het geloof’ had genoemd en dat ik buiten die strikte kaders veel meer bevrijding had gevonden. 

Niet de enige 

“Durven is heel even je evenwicht verliezen, maar niet durven is jezelf verliezen” zei Søren Kierkegaard ooit. Bij elke nieuwe blog die online kwam, verloor ik heel even mijn evenwicht. Ik was bang dat ik volledig de plank zou misslaan en iedereen zou denken: Wie is die gek? De positieve reacties gaven me enigszins lucht en maakten me na elke blog minder bang. Ze gingen over herkenbaarheid en mensen waren blij dat ik mijn ervaringen had verwoord. Ik bleek by far niet de enige.

In de kritische reacties (‘U heeft het verkeerd begrepen’) herkende ik de manier van redeneren. Zo had ik er vaak ook tegen aan gekeken. Vaak gingen die opmerkingen over het verschil tussen wat er in de Bijbel staat en wat ik schreef. Voor mij is dat -heel eerlijk- geen interessante discussie als ook de tegenpartij zichzelf niet blootgeeft. Iedereen kan zijn of haar interpretatie van de Bijbel geven, maar eerlijk zijn over wat je daarvan gelooft, waar je twijfels liggen en waar jij als persoon het verhaal kleurt, vind ik een veel boeiender geloofsgesprek. 

Laveren tussen duidelijkheid en ruimte 

‘Niet durven is jezelf verliezen’: met het schrijven van deze blogs heb ik misschien het meeste mezelf gevonden als iemand die graag laveert tussen grip/duidelijkheid en ruimte en nieuwsgierigheid. Ik wil graag weten en kunnen bedenken wat ik geloof. Tegelijkertijd zoek ik ruimte om niet-te-hoeven-weten en me te verwonderen. Ik kwam er met de jaren achter dat de scheidslijn tussen waar en niet-waar en tussen goed en fout niet altijd kaarsrecht naar beneden loopt. Mijn eigen geschreven tekst leverde al zoveel associaties en reacties op bij mensen, laat staan de teksten van eeuwenoude geschriften. 

Ik heb mezelf ook gevonden als iemand die uiteindelijk mild terugkijkt op hoe ze is gevormd. Leo Blokhuis inspireerde mij daartoe in de Verwondering. Hij groeide op als zoon van een dominee, werd ‘popprofessor’ en sloeg qua geloof een andere weg in. Hij zegt: ‘Ik weiger mijn verleden te zien als een last, er is geen ander van. ( .. ) Iedereen heeft zijn verhaal, iedereen is ergens tegen aan gelopen en als je nergens tegen aan loopt heb je waarschijnlijk de lat iets te laag gelegd. (..) Ik kijk niet terug in schaamte naar waar ik was. Dat is ook een tijd geweest (n.a.v. ‘voor alles is een tijd’ uit Prediker - AR) en dat heeft mij ook voor een belangrijk deel gevormd.’

Als gelovig mens opnieuw gevonden

Ik was tijdens mijn puberjaren een gedreven en radicaal christen. Ik vond het belachelijk dat de rector van onze school de naam van God niet noemde in zijn kersttoespraak. Ik organiseerde zelf paasvieringen omdat ik die van school ‘nergens’ over vond gaan. Nu mijd ik zelf de term God ook liever. Ik vind het vaak te beladen en het levert al snel een impasse op tijdens gesprekken. Maar die gedrevenheid van mijn puberjaren kenmerkt mij nog steeds in mijn geloof. 
Ik was ook het meisje dat liever bij de grote mensen in de kerk zat dan naar de oppas ging, omdat er in de kerk ‘iets belangrijks’ gebeurde. Ook dat zegt wat over mij en mijn interesses.

God is nog meer mysterie geworden. De kerk een plek waar ik blijkbaar moet zijn. Daarmee heb ik mezelf als gelovig mens opnieuw gevonden. Nog steeds met mitsen en maaren, maar wel in het volste vertrouwen dat ik geroepen ben dit leven te leven, verbonden met de God-in-ons. En dat mijn antwoord op die roepstem ertoe doet.