Het jaar waarin Annemieke voor de eerste én laatste keer met kerstflyers op pad ging

Terwijl Annemieke haar kunstkerstboom optuigt, denkt ze terug aan die ene avond jaren geleden waarop ze flyers ging uitdelen om mensen in haar buurt uit te nodigen voor een ‘geboortefeest’…

Het jaar waarin Annemieke voor de eerste én laatste keer met kerstflyers op pad ging

Het is weer bijna the most wonderful time of the year. Ik sta op mijn tenen en hang een vilten rendier naast een glanzende rode bol, en zing mee met Last Christmas, de kerstsmartlap van George Michael. Die arme man laat zijn hart elk jaar opnieuw breken door een meisje met dromerige ogen, en dat terwijl hij niet eens van meisjes houdt. George wordt opgevolgd door Mariah Carey, die maar één ding voor Kerst wil, en ik gooi zilveren sliertjes op mijn kunstboom. 

Met Kerst hou ik net een beetje meer van ordinair dan de rest van het jaar. Dat komt omdat ik dat tegenwoordig mag van mijzelf. De God die zijn wenkbrauwen fronst bij alles wat werelds is, heb ik verbannen naar een stoffig achterkamertje van mijn ziel. Ik màg een kerstboom, ook al stamt die heidense traditie uit de tijd dat mensen niet de verjaardag van Jezus, maar de zonnewende vierden. Ik màg cadeautjes kopen voor mijn geliefden, ook al zijn wij zelf niet jarig, maar gedenken wij de geboorte van de Koning der Koningen. En ik mag meezingen met zoetsappige, romantische liedjes, ook al was er werkelijk niks romantisch aan een bevalling in een stal, in bezet gebied. 

Geneigd tot alle kwaad 

Buiten is het donker, binnen steek ik het licht aan. Buiten is het koud, ik zet de verwarming een graadje hoger. En de avond voor kerst hoef ik van mijzelf de straat niet op. De avond voor Kerst zit ik in mijn joggingbroek op de bank en kijk ik White Christmas.

Als mijn buurtgenoten komende week naar een kerkdienst willen, dan mogen ze dat lekker zelf bedenken. Ik ga geen traktaatjes in hun brievenbus proppen.

Evangeliseren heb ik, ook in het verleden toen ik nog dacht dat het moest, maar weinig gedaan. Mijn brandende schaamte won het vaak van mijn ijver om zieltjes te winnen. Hiermee werd bevestigd dat ik inderdaad geneigd ben tot alle kwaad, want mijn angst om gezicht te verliezen was mij kennelijk een grotere zorg dan het feit dat mijn buurtgenoten naar de hel zouden gaan als zij de Here Jezus niet als Heer en Heiland zouden erkennen. De mensen uit mijn straat, met hun verkeerde denkbeelden en hun schijnveiligheid, marcheerden regelrecht naar de afgrond en ik liet het allemaal maar gebeuren. 

Uitnodigingen voor de kerstdienst 

In de kersttijd, zo'n twintig jaar geleden, heb ik mijzelf één keer overwonnen. Het was immers de verjaardag van de Heer! Met lood in mijn schoenen en wankele hoop in mijn hart ging ik met kerkgenoot Thea mee om uitnodigingen voor onze kerstdienst uit te delen aan buurtgenoten.

Het regende. 

'Kom.' Thea draaide zich om en trok zachtjes aan mijn mouw om mij in beweging te krijgen. Ik sjokte achter haar aan. We hadden al twee adressen gehad. Eén keer waren we meewarig aangehoord en subtiel uitgelachen en één keer was de deur in ons gezicht dichtgegooid. 

Nog maar zesentwintig huizen te gaan.

We belden aan bij een huis waar een hoopvol bordje met 'welkom' naast de deur hing. De man die opendeed, herkende ik vaag, maar ik kon hem niet direct thuisbrengen.

'Goedenavond!', riep Thea. 'Wij willen u uitnodigen voor een geboortefeest.' 

De man duwde zijn kin tegen zijn hals als antwoord op haar gretige blik en hoge stemgeluid. 'Zo,' sprak hij. Een kleine jongen kwam de gang in getrippeld, hij legde zijn armen om zijn vaders been en keek naar ons op met nieuwsgierige bruine ogen. 

Ineens herinnerde ik mij waar wij elkaar van kenden. Het jongetje en mijn vijfjarige dochter hadden samen zwemles op de zaterdagmorgen. 

'Komt u weleens in kerk?' vroeg Thea.

De man maakte een afwerende beweging met zijn schouders, mompelde een weigering en maakte aanstalten om de deur dicht te doen.

'Alsjeblieft hoor!' Thea duwde snel een klam pamflet in de onwillige handen van de goddeloze man. Hij bekeek de uitnodiging met een donker gezicht. Het kindeke keek hem aan met milde ogen, zijn mollige armpjes uitgespreid. De Heer is ook voor u gekomen! stond in rode krullerige letters boven een met sneeuw bedekt staldak. 

Ik bedacht alleen hoe stom ik me voelde 

Ik schaamde mij. Tot in mijn doorweekte tenen schaamde ik mij, tot in de hitte van mijn kruin. In mijn gedachten zag ik de Almachtige bedroefd met zijn hoofd schudden, langzaam schudden, zijn ogen glanzend van de niet vergoten tranen, een trek om zijn gevoelige mond. De Heer had huis en haard achtergelaten om in de bittere kou in een stinkende voerbak te gaan liggen, voor mij, voor Thea, voor deze ongelovige en zijn spruit, en ik bedacht alleen maar hoe stom ik mij zou voelen als ik deze niet onknappe vader aankomende zaterdag weer tegen zou komen in de foyer van het zwembad.  Zou ik dan wel of niet met mijn hoofd knikken, even naar hem glimlachen, en zou hij dan wegduiken in zijn kraag, bang dat ik de hele blijde boodschap nogmaals door zijn strot zou duwen? 

'Mocht u zich nog bedenken, de dienst is aankomende vrijdagavond om half acht in het buurthuis.' Thea klopte hem vrijpostig op zijn arm - ik zag hem schrikken - Thea kneep met haar ogen en knikte hem toe. 'Iedereen is welkom in het huis van de koning!' Ze zakte lichtelijk door haar knieën, keek het jongetje stralend aan en maakte een beweging om ook hem aan te gaan raken.

Dit was de druppel. 'Nou, succes ermee,' sprak de vader en hij duwde de deur stevig dicht.

Wij stonden opnieuw in het donker. Het bleef maar regenen. 

Die vrijdagavond kwam de zwembadvader niet naar onze kerstdienst. De eerstvolgende zwemles-zaterdagochtend zag ik hem wel. Ik glimlachte niet naar hem. Ik duwde mijn dochter zachtjes doch dringend voor mij uit, terwijl ik langs hem liep. In de propvolle, oververhitte kleedkamer wurmde ik haar gehaast in een mierzoete Barbie-bikini, en tikte haar zachtjes op haar roze roesjesbillen toen het tijd was om te gaan.

Kleine blote lijfjes trippelden naar de douches. Prinsessen zonder voortanden en superhelden met rechtopstaand slaaphaar en de pindakaas nog op de wangen, zwaaiden nog één keer naar hun papa's en mama's. 

Ik werd geobserveerd door de onkerkelijke vader 

De papa's en mama's kregen speelkwartier. In de foyer van het zwembad bestelden ze koffie waar ze een kerstkransje bij kregen. Ze lazen een krantje of babbelden zachtjes met elkaar. Op de achtergrond zong Bing Crosby dat hij thuis zou zijn met Kerst.

Ik ging bij de zondige kerstboom staan, naast het raam, en zag vanuit mijn ooghoek dat ik werd geobserveerd door de onkerkelijke vader, die achteroverleunde, zijn stoel op twee poten, armen over elkaar geslagen. 

Ik drukte mijn neus bijna tegen de ruit die uitzicht gaf op mijn dochter die bibberend en ineengedoken op de kant stond. 

Een meter onder het wateroppervlak bevond zich een rechtopstaande hoepel. Eén voor één doken de kinderen het diepe bad in, zwommen een paar meter onder water, door het gat, om vervolgens weer boven te komen. 

Mijn kind was als laatste aan de beurt. Met een kikkersprong landde ze plat op haar buik, worstelde zichzelf onder water, om vervolgens knalhard tegen de rand van het gat te botsen. Happend naar adem, en aan de verkeerde kant van die vreselijke hoepel kwam zij boven. 

Moeizaam klauterde ze op de kant, haar vlechtjes dropen. Met opgetrokken schoudertjes, magere x-benen en trillende paarse lippen zocht ze naar mijn gezicht voor steun. 

Door het raam heen stak ik mijn duim op. Geeft niks, lieve schat, goed geprobeerd!

Ik realiseerde mij heel goed dat dit kind meer lef had dan ikzelf. 

Zodra de badjuf aan de kinderen aangaf dat ze nog een paar minuten vrij mochten spelen, trok ik mij los van het raam. Ik ademde rustig in door mijn neus, draaide mij om, nam plaats op de stoel naast die mooie, doodenge man en glimlachte naar hem.

*

Ik sta op het keukentrapje en zet een gouden engel in de top van mijn dennenboom. De boodschapper draagt een trompet en een vaandel met het opschrift: Vrede op aarde. God heeft in de mensen een welbehagen.

Wellicht steekt de Almachtige zijn duim op. Wellicht zegt hij, 'Geeft niks lieve schat, goed geprobeerd.'

 

Annemieke Reesink debuteerde dit jaar met de roman Zwaartekracht. Daarin wordt het verhaal van Vera verteld, die in het labyrint van beklemmende tradities, knagende geloofstwijfel en wereldse verleidingen verwoede pogingen doet toch glimpen van God te ontdekken.

Zwaartekracht | Annemieke Reesink | Uitgeverij Vuurbaak | € 19,99