Jezus die mens werd zoals wij? Godzijdank niet!

Elsa vraagt zich sterk af of Jezus met zijn komst op aarde wel ‘mens werd zoals wij’ zoals vaak wordt gezegd. Want als dat echt zo is, hebben we dan wel iets te vieren?

Jezus die mens werd zoals wij? Godzijdank niet!

What child is this? zingt een traditioneel kerstliedje. Een heel goede vraag - waar in het liedje naar mijn smaak veel te snel een antwoord op wordt gegeven. Graag zou ik wat langer met verbazing naar de baby kijken, me afvragend wat voor kind dit in vredesnaam is. Hij lijkt op mij, maar ook weer niet. Hij is hetzelfde, maar tegelijk totaal anders. Waarom doet dit mensenkind zo’n appèl op me? Waarom verontrust hij mij? Wat wil hij van me? 

Hebben we wel iets te vieren? 

Dit Kerstfeest vervult zijn aanblik mij met de volgende gedachten: Ik heb heel lang gedacht dat God in Jezus een mens werd zoals wij. Ik vraag me sterk af of dit zo is, en áls dat zo is, weet ik niet of we wel iets te vieren hebben. Ik denk dat we pas echt een vrolijke Kerst hebben als we het minder vrolijke nieuws over ons mens-zijn onder ogen durven zien. Namelijk, dat de mens zichzelf te goed acht om mens te zijn. En dat God zichzelf niet te God achtte om mens te worden. Misschien moet je ’m een paar keer lezen, want dit is de kerstgedachte die me dit jaar in z’n greep heeft. Ik vertel er graag meer over.

In het oerverhaal van de tuin met in het midden die boom, liet de mens schaamteloos blijken dat hij liever geen mens wilde zijn. Toen hij ook maar even de mogelijkheid kreeg om zijn mens-zijn te overstijgen, hapte hij toe. Hij stal de vrucht die de zijne niet was, omdat hem beloofd was dat hij dan als God zou worden. 

Ik heb altijd gedacht dat het vrij snel daarna duidelijk werd dat dit een leugen was. Dat de mens zichzelf voor z’n kop sloeg met de vraag hoe-ie zo stom had kunnen zijn, en daarna - gedesillusioneerd - als mens verder leefde. Maar wat als de daad van de mens hem niet heeft verlost van, maar heeft veroordeeld tot de illusie als God te zijn? Is dat niet de reden waarom de mens zich daarna schaamde voor zijn eigen blote lijf? Zou deze illusie niet de kern-kwaal zijn waar we aan te lijden hebben? Ja, hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik denk dat we lijden onder het feit dat we ons te goed voelen om mens te zijn.

Ik acht mijzelf als God 

In mijn eigen leven merk ik daar in ieder geval het nodige van. Ik acht mijzelf als God op het moment dat ik denk alles eindeloos van mijzelf te kunnen vragen. Tot ik er, al dan niet opgebrand, achter kom dat ik dat niet ben: ik heb mijn grenzen. Ik acht mijzelf als God op het moment dat ik denk overal tegelijk met mijn aandacht te kunnen zijn. Tot ik er al multitaskend achter kom dat ik zo eigenlijk nergens écht ben. Ik kan maar op één plek zijn. 

Ook denk ik dat mijn afkeer van stof, vuil, haren in doucheputjes iets zegt over mijn afkeer van mijn eigen stoffelijkheid. De gemaksapparaten in mijn huis knappen het vuile werk voor me op, zodat mijn leven steeds klinischer wordt, mijn handen steeds minder vies. In de huidige wooncultus kan mijn huis zomaar verworden tot een privétempel waar ik onevenredig veel tijd, geld en energie in steek. En dan dat mensenlijf. Dat ingewikkelde omhulsel waar ik van alles mee moet en dat van alles van me vraagt … 

Het eerste mensenkind dat zichzelf geen God achtte 

Dit is waarom Kerst me dit jaar zo prikkelt: dat er een mensenkind op aarde kwam die zichzelf niet als God achtte. En dat dit mensenkind op de aarde kwam om ons daarin voor te gaan, om ons precies dat te leren: mens worden. Hij was beperkt en afhankelijk, maar vol vreugde en diepe vrede. Rijk en tevreden als ooit de mens in de tuin. Hij maakte zich niet druk of hij wel goed genoeg was om aan zijn eigen illusies te voldoen. 

Daarom had hij zo’n eindeloze ruimte in zichzelf voor anderen, zodat hij ze innig lief kon hebben. Zodat hij ze overal zag: in hoge bomen, tollenaarshuisjes, onbeduidende vissersboten. Hij zag ze en nam ze mee op reis, om te leren hoe het is om mens te zijn zonder godsillusies. Vrije mensen met volop ruimte om lief te hebben. 

Leven na de dood van illusies 

Ik hoop dat je iets van deze bevrijding kent. Ik leer ’m steeds beter te herkennen, ik probeer er steeds meer op te vertrouwen: dat er leven is na de dood van mijn illusies. En wát voor leven! Soms proef ik ervan, en het smaakt naar meer. 

What child is this? Het is het kind dat ons bevrijdt van onze illusies. Jezus werd een mens zoals wij? Godzijdank niet. Laat ons mens worden zoals Hij.