Alain heeft genoeg van dooddoeners en nietszeggend jargon in de kerk

Dooddoeners, vage geheimtaal en nietszeggend jargon in de kerk: Alain kan er weinig mee. Met dogma's is niets mis, stelt hij, maar je moet ze wel door de juiste bril bekijken.

Alain heeft genoeg van dooddoeners en nietszeggend jargon in de kerk

Hoe ruimdenkend ik mezelf ook vind, ik betrap mezelf de laatste tijd steeds vaker op een taboe. Iets waarover ik niet wil nadenken, omdat ik bang ben voor wat de uitkomst is. Het gaat over bewoordingen die vaak, misschien iets te vaak voorkomen in mijn gebeden, artikelen, lezingen. Zinnetjes als ‘God is liefde’, een bekende trits als ‘geloof, hoop, en liefde’, ‘Goede God’, en je kent ze allemaal wel. Niemand kan er iets tegen hebben – en precies dat begint me tegen te staan.

Nietszeggend jargon

Toen ik afdreef van de orthodoxie van mijn jeugd, had ik moeite met de starheid van belijdenisteksten. God is almachtig, zeiden voorgangers en medegelovigen, en eeuwig, maar wat is almachtig of eeuwig überhaupt? Jezus is Gods zoon, zeiden ze, en dan knikten ze vroom, maar wat bedoel je in hemelsnaam als je zegt dat iemand Gods zoon is? Of dat iets Gods woord is, een dooddoener die je vaak over de Bijbel hoort?

Ik wil graag een goede boom opzetten met medegelovigen over de Drie-eenheid, over Jezus als messias of over de verlossing die het evangelie brengt. Maar voor mijn gevoel zijn zulke frasen voor velen eerder het eindpunt van het gesprek dan het startpunt. Heilige geheimtaal verwordt zo tot nietszeggend jargon. Ik vind dat onbegrijpelijk. Laat dan maar zitten.

God is liefde?

Nu, jaren later, ga ik vaak voor in kerken waar zogenaamd nog maar één dogma is, en dat is: dat er geen dogma’s zijn. En daar betrap ik mezelf op nieuwe dooddoeners, maar dan in de liberale variant.

‘God is liefde’. 

Je kunt het honderd keer zeggen en horen, maar als die uitspraak het einde van je geloofsgesprek is, ben je nog steeds nergens. Het moet juist het beginpunt zijn. 

Wat is die liefde nou precies en wat vraagt ze van ons? Mijn docent ethiek noemde het voorbeeld van een alleenstaande moeder die seks ging verkopen om haar kind van de hongerdood te redden. Vond hij geen goede vorm van liefde.
Ik ken moeilijker voorbeelden. Een naarling die zijn ex stalkt, whatsappt haar dagelijks dat hij van haar houdt. Liefde? Misschien, maar wel een enge liefde. Een overbezorgde vader. Mijn hond en konijn in een hok. Vrijende collega’s die allebei getrouwd zijn, maar niet met elkaar. De grond kussen zodra je in je vaderland bent. De vlag groeten. Vee houden, bestemd voor de slacht. Rokers en hun peuk. De tabaksfabrikant en zijn klanten. 

'Ik mag in de kerk best zeggen dat God liefde is, maar daarmee is de kous niet af.'

Liefde? Misschien wel, misschien is het allemaal liefde. Maar wil je dat God daarop lijkt? Meestal niet, gok ik zomaar. En dat is precies waar ik de laatste tijd mee rondloop: ik mag in de kerk best zeggen dat God liefde is, maar daarmee is de kous niet af. Ik zeg er te weinig mee. Men zal tevreden naar huis gaan, gerustgesteld dat God ook deze week toch weer geen hater bleek te zijn, maar er mist iets fundamenteels. Je hebt een dogma gehoord en een dogma is dood zonder illustratie.

Geen lege hulzen

Daarin zit hem de kracht van Jezus’ optreden en van de Bijbel als geheel trouwens. Die kozen steeds weer voor verhalen in plaats van betogen of stellingen. Het zijn de onwijze slimmeriken (studenten, wetsgeleerden, rijke jongemannen) die Jezus steeds om waarheden vragen, en hij beantwoordt ze met gelijkenissen. 

Jezus zou in de vergetelheid zijn geraakt als hij had rondgetoerd met lege hulzen als ‘God is goed en lief en almachtig’. Daarom vulde hij die hulzen consequent. Had hij het over liefde, dan kon je ook gelijk een voorbeeld krijgen van hoe hij die liefde dan graag voor zich zag: de barmhartige Samaritaan. Had hij het over een van zijn favoriete termen, het koninkrijk van God, dan kreeg je geheid een vreemde gelijkenis mee naar huis om nog heel lang op te kauwen. Ook geloofstermen als ‘vergeving’, ‘herder’, ‘kind van God’ en het gebed kregen van Jezus verhaaltjes mee zodat ze aan zeggingskracht wonnen. 

De juiste bril

Zo zou ik het graag meer in de kerk zien, ook in mijn eigen theologie. Het is prima om dogma’s te hebben, we kunnen namelijk niet zonder. Maar maak er geen gemeenplaatsen van. Durf eens te zeggen: God is goedheid, en vandáág ziet die goedheid eruit als een… God is liefde, en vandáág krijgt die liefde het gezicht van een…

Mensen die voor het eerst (altijd te laat) aan een bril beginnen, zeggen steevast: ‘Ik zie ineens weer dat de bomen blaadjes hebben’. De dogma’s, of het nou over de belijdenisgeschriften gaat of over nog oudere concepten als Gods ouderschap en liefde, zijn robuuste bomen. Daar heb je de bril van verhalen bij nodig, anders kun je er geen vrucht van plukken of plezier aan beleven. Je ziet alleen maar een vlek. Totdat je er verhalen bij pakt en vertelt. Elke dag een ander verhaal, elke keer een ander blaadje bewonderend door je handen laten ritselen. Dan komt die boom tot leven. 

Geloven, in welke hoek van de kerk jij je ook bevindt, moet liever diep graven dan massief poneren, liever beeldend vertellen dan geestdood verkondigen.