Annemieke is en blijft een Biblebeltmeisje: 'Ik ben voor het leven getekend'

Je kunt het meisje wel uit de Biblebelt halen, de Biblebelt zit voor altijd in de vrouw, weet Annemieke. De taal en liedjes van haar jeugd lopen als een rode draad door haar leven. Toch wil ze haar kinderen ook iets anders meegeven.

Annemieke is en blijft een Biblebeltmeisje: 'Ik ben voor het leven getekend'

Als voormalig Biblebeltmeisje draag ik een schat aan jargon en subcultuur met mij mee. Zo krijg ik regelmatig van alles op mijn hart, wil ik op zondagochtend per se warme bolletjes met hagelslag voor ontbijt, en word ik nog altijd week van Charles Ingalls van Het kleine huis op de prairie. 

Verwijzingen naar Bijbelse taferelen zitten er diep in gebakken. Als ik te veel aan het poetsen ben, heet ik Martha, als ik te veel make-up draag Izebel. Mensen die zich misdragen lijken wel Filistijnen, en als je aangeeft dat je het avondeten niet lekker vindt, zeur je als de kinderen Israëls in de woestijn. 

Ik at in mijn jeugd van meerdere walletjes. Thuis keek ik naar de EO kinderkrant, en van nichtjes kreeg ik daarnaast de tale Kanaäns mee;

'Wordt je slaapkamer nu eindelijk eens opgeruimd?' vroeg mijn moeder zuchtend. 

'Bij leven en welzijn, mama,' antwoordde ik vroom.

Mijn vader las ons voor uit W.G. van der Hulst, en nog altijd vind ik het bitter, bitter koud wanneer het kwik onder nul zakt. 

Hysterisch kinderliedje

Mijn moeder zette de langspeelplaten van Elly en Rikkert op. Daar zitten prachtige liedjes tussen die ik graag neurie op de fiets en onder de douche. Het alfabetliedje is echter een verschrikking die zich om één of andere reden in mijn hoofd heeft genesteld en zich op onmogelijke tijden aan mijn bewuste opdringt. 

'A, B, C, D, E, F, G! Halleluja!', schalt het door mijn gedachten om drie uur 's nachts.

'H, I, J, K, L, M, N, Ooo Heer Jezus!', klinkt midden in een teamvergadering door mijn hoofd. 

Soms vergeet ik dat er niet in alle mensen gezangen en opwekkingsliedjes opborrelen bij bepaalde uitspraken. Toen mijn collega aan de lunchtafel 'Je mag er zijn' zei, sprong ik op en riep ik; 'Wie ik? Ja jij!' en schaamde mij vervolgens behoorlijk dat verder niemand de associatie met het hysterische kinderliedje van Herman Boon herkende. 

Je kunt het meisje wel uit de Biblebelt halen, de Biblebelt zit voor altijd in de vrouw. Ik ben voor het leven getekend.

Breder wereldbeeld

Toen het mijn beurt werd om kinderen op te voeden nam ik mij voor om hen wel voor te lezen uit de kinderbijbel, maar ook uit Pipi Langkous. Ze zouden Elly en Rikkert voorgeschoteld krijgen (behalve het alfabetlied), maar ook de liedjes van Annie M.G. Schmidt. Ik was trots op mijn afkomst en wilde hen de poëzie en de kneuterigheid niet onthouden, maar ik gunde hen ook een iets breder wereldbeeld dan ik zelf had meegekregen. 

Ik herinner mij de eerste keer dat mijn zoontje in zijn eentje ging spelen bij Dylan, een jongetje uit de straat. Ze zullen een jaar of vier zijn geweest. De moeder van Dylan zat onder de tatoeages en ze vloekte als een bouwvakker, maar ze was lief. Ik zag haar voetballen met haar zoontje en troosten wanneer hij viel. Ja, ik was ruimdenkend en mijn kind mocht wel bij haar spelen. 

Bloed, overgeef en lava

Hand in hand liepen Dylan en mijn bloedje naar het huis aan de overkant van de straat. Ik zwaaide en zei dat ik hem over een uurtje weer zou komen halen. 

'Wij krijgen roze koek!', schreeuwde Dylan over zijn schouder naar mij.

'Zo, lekker zeg', zei ik.

'Ik heb pistolen!', riep hij.

'Poeh hé.'

'Net als de Terminator!' 

'Ah', zei ik.

Het werd een kort uurtje. Na dertig minuten stond ik op de stoep bij de aardige moeder met de spinnentatoeage in haar nek. Inderdaad zaten de kleuters met blozende wangen naar een scherm te kijken, waarop een stalen monster korte metten maakte met mensen van vlees en bloed. 

'Sjonge', zei ik tegen de moeder. 'Is dit een zestien plus film?' 

'Zou kunnen hoor.' Ze haalde haar schouders op. 'Mijn vader heeft het aangezet voor de jongens. Dit vinden ze mooi, hè.' 

Dylans opa, die in de hoek van de kamer in een gebloemde fauteuil zat, stak glimlachend een hand naar mij op en likte vervolgens zijn sjekkie dicht. 

'Wil je koffie?' De overbuurvrouw hield de koffiepot omhoog.

'Nee hoor, nee, ik heb al gehad.' Ik grijnsde, trok mijn kind aan zijn schoudertje omhoog en zei gedag. 

'Heb je film gekeken?' vroeg ik mijn zoon, eenmaal buiten.

'Ja!' Hij huppelde vrolijk aan mijn hand. 'Er was een robot die iedereen dood maakte, maar toen maakten soldaten hem dood. En kwam er allemaal overgeef, bloed en lava uit die robot.' 

'Mmm, hoe vond je dat?' 

'Gááf!' riep het kind dat vorige week nog ontroostbaar was toen de moeder van het hertenjong Bambi doodging in de tekenfilm. 

Liever de kinderbijbel?

Kennelijk heb je ook zulke vriendjes nodig, bedacht ik ruimhartig. Maar Dylan zou voortaan maar mooi bij ons komen spelen. Dan zou ik hem wel eens even voorlezen uit de kinderbijbel. Over David bijvoorbeeld, die een koningsdochter won in ruil voor het hoofd van een reus en honderd Filistijnse voorhuiden. Of nee, dat verhaal misschien niet.

Over Noach dan en zijn gezellige dierentuinboot, drijvend op een zee van wraak, varend door een storm van Gods vergelding... Ach, liever een ander verhaal. Van Abraham die zijn zoon op het offerblok legde om God te behagen. Ook zo'n klassieker.  

Nee, ik zou toch maar van het zielige schaapje vertellen, dat gevonden werd door de Goede Herder. Of misschien zou ik gewoon voorlezen uit Pluk van de Petteflet, dat kon natuurlijk ook.  

Ik heb getracht mijn kinderen enigszins in stijl op te voeden, maar kwam ook tot de conclusie dat hun zielenheil niet afhing van het uitsluiten van alle wereldse vertier. Ze mogen van mij naar de kerk en naar de kermis. De God die Liefde heet schijnt zich op veel plekken op te houden. 

De subcultuur gaat door

Puur uit sentiment echter, zak ik nog dikwijls neer op de bank om naar Het kleine huis op de prairie te kijken. Mijn volwassen dochters doen tevreden mee, maar hun broer trekt er zijn neus voor op. Helaas, helaas, met zijn achttien jaren geeft hij nog altijd de voorkeur aan het kijken van gewelddadige rotzooi die zijn moeder eigenlijk niet verdragen kan. Hij kijkt niet meer bij vriendjes uit de straat, maar hondsbrutaal in onze eigen woonkamer. Mijn subcultuur lijkt aan hem voorbij te gaan. 

Alhoewel...

Toen ik hem zojuist vroeg om de deur van het slot te halen, brak hij uit in luid gejubel en gejuich; 'Zit je deur nog op slot? Zit je deur nog op slot? Van je kgg, kgg, kgg, doe 'm open voor God!' Hij zong en danste dat het een lieve lust was. 'Want de Heer wil bij je wo-ho-honen, en dan ben je nooit alleen!'

Ook voor hem is er hoop.