Christine vindt dat iedereen groen moet doen, maar bakt er zelf weinig van

Christine legt de wereld langs haar groene maatstaf van zuiverheid, maar houdt zich er vervolgens zelf niet aan… Wat zijn groene principes waard als je in de praktijk iets anders doet?

Christine vindt dat iedereen groen moet doen, maar bakt er zelf weinig van

Appels met slavinken vergelijken

Ik sta in de supermarkt en heb mijn mandje volgeladen met mandarijnen, appels en bessen. Mijn zus - planteneter - gaf me ooit het motto mee: ga los op de groente- en fruitafdeling en neem alles mee wat je lekker vindt. En dat doe ik dus. Ik pak broccoli, wortelen en paprika’s. En een pompoen. 

Even later sta ik te wachten achter een vrouw die slechts een paar boodschappen uit haar mandje op de band legt. Waaronder slavinken, rundergehakt en prosciutto crudo. Zo, ga je lekker?, klinkt een honende stem in mij. In mijn gedachten zie ik een schuur vol schreeuwende varkens. Dan doe ik het toch even heel anders – lees: beter – denk ik tevreden. En opzichtig leg ik de band vol.

De volgende dag ben ik bij vrienden op een barbecue. De man des huizes staat bekend om zijn talent voor het maken van de perfecte hamburger. Ook voor mij heeft hij zijn best gedaan en zonder erover na te denken zet ik mijn kaken in een sappig stukje rundvlees. Voor het gemak denk ik deze keer even niet aan zielige kalfjes en panische runderen vlak voor de slacht. Kom zeg, even lekker genieten nu. 

Wat zijn mijn groene principes waard als ik in de praktijk gewoon doe wat me het beste uitkomt?

Ongemakkelijk gevoel

Christine! roep ik mijzelf tot de orde. Dit kan toch niet? De hele tijd zeg ik a, en vervolgens doe ik b. Wat zijn mijn groene principes waard als ik in de praktijk gewoon doe wat me het beste uitkomt? Hoe maak ik in hemelsnaam vrienden met die twee personen in mijzelf? De een die werkelijk alles en iedereen langs de meetlat van zuiverheid legt en de ander die soms liever even wegkijkt om mijzelf maar geen feestvreugde of genot te hoeven ontnemen. 

Hoe goed ik het ook probeer te doen, ook ik ontkom niet aan de bekende cognitieve dissonantie. Het ongemakkelijke gevoel dat je krijgt wanneer je dingen anders doet dan je volgens je eigen overtuiging zou moeten doen.

Als het zo uitkomt, vergeet ik liever de nadelige gevolgen van mijn keuzes. Het wordt anders soms wel erg duur, ingewikkeld of ongezellig. En zo is er altijd wel een reden om je niet aan je eigen afspraken te houden. 

En tegelijkertijd zie ik haarfijn waar een ander het beter zou kunnen doen en veroordeel ik iedere voorbijganger die knabbelt aan een saucijzenbroodje of frikandel. Schurk, hoe durf je! Een beetje onze wereld naar z’n grootje helpen. Je vliegt zeker ook om de haverklap naar een zonnige vakantiebestemming?, briest mijn inwendige criticus dan. 

Met mijn oordelende bril op ben ik constant mensen aan het opdelen in hokjes en vakjes. In een soort wanhopige poging om de wereld te begrijpen, doe ik aannames en ga ik categoriseren. Het is vast heel menselijk, maar ik zit mezelf ermee in de weg, want ik verlies onderweg alle nuance en daarmee een dieper begrip voor het logische gedrag van de ander. 

Niet perfect

Ooit nam ik mij voor om aan de buitenwereld te laten zien dat gelovig zijn niet betekent dat je perfect bent. Nou dat is gelukt. Nu maak ik mij meer zorgen om de andere kant: met mijn veroordelende houding naar anderen en mijn eigen acties die daarmee niet in lijn zijn, maak ik natuurlijk geen goede reclame voor gelovige mensen.

Waarschuwde Jezus niet voor hypocriete mensen? Van die types die even lekker luidkeels gingen verkondigen hoe het allemaal moest, om daar vervolgens zelf totaal niet naar te leven. Schijnheilig noemde hij dat in Matteus 23. Ik voel me aangesproken.

Het feit dat ik constant faal in het naleven van mijn eigen principes zou me op z’n minst wat milder mogen maken naar anderen toe. En zou ik van mijn zorgen om de aarde misschien een meer liefdevolle uitingsvorm kunnen vinden dan het kille veroordelen waar ik nu in verval?

Andere bril

Ik wil het graag eens anders doen. Om te beginnen leg ik mijn kritische bril voorlopig even in de kast en verruil ik die voor een zonnige variant. Het zou zomaar kunnen dat ik dan dingen helderder ga zien, of in ieder geval in een ander daglicht. 

De volgende keer vraag ik zo’n mevrouw bij de kassa wat voor lekkers ze gaat klaarmaken. Misschien deelt ze dan met mij een oud familierecept of vertelt ze dat ze haar eenzame buurman te eten krijgt. En bij de volgende barbecue neem ik een vleesvervanger mee en daag ik de grillmeister uit om daar een meesterlijke burger van te bakken.

Het zal misschien niet lukken om die twee tegenstrijdige personen in mij helemaal de mond snoeren, maar ik stuur ze de komende tijd fijn even samen op vakantie. Desnoods met het vliegtuig naar een zonnige bestemming, daar knappen ze vast van op. Daaag!