Ontwerper Floris Hovers: ‘Ik vertrouw erop dat God er is'

Je bent kunstenaar en je bent gelovig; in hoeverre beïnvloeden die twee elkaar? Of blijven het gescheiden werelden? Illustrator Hanneke Rozemuller gaat op pad om het drie bekende kunstenaars te vragen. De eerste die ze ontmoet is ontwerper Floris Hovers.

Ontwerper Floris Hovers: ‘Ik vertrouw erop dat God er is'

Floris Hovers wordt weleens de ‘speelgoedontwerper’ voor grote mensen genoemd. Dat vindt hij niet erg en zijn publiek ook niet: zijn ontwerpen worden wereldwijd verkocht en zijn ArcheToys (minimalistische miniatuurvoertuigen) zijn opgenomen in de vaste collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Zijn producten en autonome werken zijn regelmatig te zien op internationale design- en kunstbeurzen en ze worden verkocht bij designwinkels en kunstgaleries 

Geloof is voor Floris een onmisbaar onderdeel van zijn leven. Hij groeide op in een katholiek gezin, maar zijn geloof ging leven toen hij op zijn 22e het kinderkoor in zijn woon- en werkplaats Raamsdonkveer ging dirigeren. De verantwoordelijkheid die hij kreeg over kinderen maakte dat hij dieper ging nadenken over het leven en ook over God. God is voor hem de altijd aanwezige, iemand die meekijkt in zijn leven. 

Je werk is bijna kinderlijk eenvoudig. Zie je daarin een link met je geloof? 

‘Ja. Ik ben ooit diep geraakt door een stukje uit Prediker, een van mijn favorieten. Daar staat zoiets als: God heeft alles eenvoudig bedoeld, het is de mens die zich van alles in het hoofd haalt. We denken allemaal dat we de wereld moeten verbeteren, dat we met onze geavanceerde techniek voor God aan het spelen zijn. We willen elk risico vermijden, maar het wordt er alleen maar ingewikkelder op. Alles moet tegenwoordig via de apparaten die we om ons heen verzamelen. Dat brengt veel risico met zich mee. 

We zijn met onze ingewikkelde technieken niet in staat om het leven te perfectioneren. Lijden en ellende zullen er altijd zijn, zolang wij handelen vanuit eigenbelang en anderen uitsluiten. Dat is de rol van geloof: niet denken dat je het allemaal wel weet, maar bewust nadenken over goed en kwaad.’ 

Je werk is heel strak en minimalistisch, maar je werkplaats is niet geordend. Wat zegt dat over jou? 

‘Ik hou van orde en regelmaat, Dat komt terug in wat ik mooi vind. Ik heb hier in mijn atelier bijvoorbeeld foto’s van Russisch-orthodoxe kerken hangen. Kathedralen met al hun decoratie. Fantastisch, daar kan ik helemaal in opgaan, maar daar ligt niet mijn kracht. Gaandeweg kwam ik erachter dat die ligt in het prikkelen van het verbeeldingsvermogen met minimaal beeld. Dan laat je ruimte over die door de kijker kan worden ingevuld. 

‘Geloven is ook ervoor uitkomen dat je het soms niet meer weet’

Hoe kijk je dan naar het geloof? 

‘Enerzijds is geloven iets heel persoonlijks, iets wat zit in hoe je dingen ervaart en naar de wereld om je heen kijkt. Geloof helpt om de wereld beter te begrijpen. Vaak is het gewoon aannemen. Daar komt die eenvoud terug. Je kunt immers alles wegredeneren. Voor mij is geloven ook het gevoel dat er altijd iemand meekijkt. Dat had ik als kind al. Dat was heel geruststellend. Ik ben nooit alleen, al kan het natuurlijk wel eens zo voelen. 

Geloven is ook het ervoor uitkomen dat je het soms niet meer weet. Dat je geen oplossing hebt wanneer je ergens tegenaan loopt. Dan kun je het voor God neerleggen. Ik kan me niet voorstellen dat als je problemen hebt, je dat niet kunt overgeven aan God. Het delen met je partner, je ouder je psycholoog is natuurlijk fijn. Maar het blijft wel een mens tegen wie je praat, iemand die jou en het gewicht van je probleem nooit helemaal doorziet. God gaat nog een slag dieper. Dat bewustzijn dat hij alles ten goede zal keren, in dit leven of erna. Dat is het meest mooie, spannende ding aan geloven.’

Heb je weleens getwijfeld of God er is? 

‘Niet óf hij er is, wel wie of wat hij precies is. Ik denk dat we er altijd een wereldse versie van willen maken, maar het blijft iets dat ons te boven gaat, een mysterie. Net als begrippen zoals oneindig, eeuwig en onvoorwaardelijk: deze zijn eigenlijk ook niet te bevatten. De meest eenvoudige dingen gaan het langst mee denk ik weleens. Dan kun je misschien enigszins een stapje in die eeuwigheid denken. We kunnen daar niet bij met ons verstand. 

Ik was laatst op een kunstbeurs. Daar zag ik schilderijen met allerlei landschappen. Er zat een eindeloze ruimte en rust in, iets van het paradijselijke waarvan ik denk dat het er ooit is geweest. Dan kan ik me er enigszins een voorstelling bij maken. Als je kijkt naar de huidige wereld en ziet hoe alles aan elkaar gebouwd is, met al haar huizen, gebouwen en wegen. En dan daarnaast de eindeloze rust van de natuur en het groen. Mijn voorstelling van het paradijs is vooral die rust en orde.'

God zie je ook buiten jezelf. Een beetje clichématig, maar dat zit in de mooie dingen en momenten. De natuur, of dat moment dat je kind op je schoot zit en je op een bepaalde manier aankijkt. Iemand die een opmerking maakt die je raakt. Als je je heel erg druk hebt gemaakt om iets, en dan blijkt het heel erg mee te vallen. Dat heb ik ook als ik viool speel, maar vooral met het kinderkoor dat ik dirigeer, soms kan dat me ineens heel erg raken. Zo werkt het ook: dat iets tien keer tegen je gezegd wordt, en het de elfde keer pas echt binnenkomt.’ 

Dat zijn voorbeelden van hoe je God in het dagelijks leven ervaart. Hoe zie je God zelf?

‘Ik denk dat we een heel menselijk beeld plakken op wie God is. We kennen de plaatjes van de man met de baard natuurlijk maar al te goed. Of zoals Jezus vaak wordt afgebeeld. Maar uiteindelijk klopt geen enkele voorstelling. We zouden willen dat er een kloppende is. Dat is een heel menselijke benadering. 

Het heeft voor mij geen zin om woorden te geven aan wie God is. Je loopt daarmee wel de kans dat hij ongrijpbaar wordt. Misschien dat je toch stiekem onbewust wel een figuur aan hem geeft. De Heilige Geest vind ik een heel mooi gegeven. Dat is al helemáál vaag. Iets van een windvlaag, een zonnestraal, of vuur… Ik laat die wil om in te vullen los, vertrouw erop dat God er is. Misschien dat ik het ooit nog ervaar.’ 

‘Het ergste wat je kan overkomen, is volwassen worden’

Heb je contact met God?

‘Ik bid soms. Daarvoor naar de kerk of een stille ruimte gaan vind ik niet echt nodig. Soms ga ik op zondagochtend niet naar de kerk, maar blijf ik hier in de werkplaats. Dan heb ik radio 4 op staan, en dan spelen ze een uur lang kerkmuziek. Dat is voor mij heel waardevol, dan wordt het hier kerk. 

Wel is het zo dat als ik een kerkgebouw of klooster binnen ga ik altijd meer ‘chemie’ voel, het gebouw is immers speciaal opgetrokken voor samenkomst en gebed omwille van Hem en dat voel je. De kerk kan zich overal manifesteren, dat gevoel van God die meekijkt. Op die zondagochtenden overdenk ik veel, samen met God. Het voelt niet alsof hij letterlijk terugpraat. Ik denk dat zijn ingrijpen en van zich laten horen ook ons verstand te boven gaat. Soms vraag ik om inzicht of wijsheid wanneer ik vastloop. Het gaat daarna heus niet ineens op rolletjes, maar na verloop van tijd kan het zich wel oplossen. Dan denk ik dat God daarin te vinden is. Dan ga ik me niet afvragen of ik dat zelf bedacht heb. Je bent volwassen, je vertrouwt erop dat je bepaalde wijsheid hebt gekregen. Maar het is ook heel kinderlijk, als een soort vertrouwen dat papa en mama er zijn, dat je in goede handen bent. 

Het ‘ergste’ wat je kan overkomen, is volwassen worden. Je hele perceptie van tijd verandert wanneer je speelt als een kind. Mijn kinderen zijn om half vier vrij van school, en dan gaan ze nog anderhalf uur met iemand spelen. Dat is voor hen een hele middag. Als je volwassen bent en je bent druk met werk, wat is nu een uur? Zo is tijd vaak het grote gevecht. Kinderen zien morgen wel verder.’ 

Je had het al even over de kerk. Speelt gemeenschap een grote rol in je geloof? 

‘Ja en nee. Ik bind me niet heel gemakkelijk aan een groep. Misschien ben ik van nature iets te veel een einzelgänger, daar ben ik me de laatste jaren bewuster van geworden. Ik heb niet het gevoel dat ik tot één specifieke gemeenschap behoor, maar wel dat we overal welkom zijn. Ik vind het fijn om mensen om me heen te hebben die ook geloven, maar ik ook wil graag wegblijven van gemeenschappen die te gesloten zijn. Waar je bijna niet tussen komt. Jezus stond voor iedereen open en ging naar iedereen toe. Niet dat ik zo makkelijk op een nieuwkomer afstap. Ik kijk vaak de kat uit de boom. Toch moet je het blijven nastreven, denk ik. Het binnen de samenleving doorbreken van onderlinge verscheidenheid en het blijven opzoeken van elkaar.’ 

Zou je zeggen dat je aan de samenleving iets van God laat zien met je werk? Ben je medeschepper van God?

‘Ik zou me niet met God willen meten. Maar wat ik wel merk, is dat wat ik maak een mooie uitwerking kan hebben op een ander. Soms krijg ik mailtjes waarin mensen vertellen dat ze echt geraakt zijn door mijn werk of er heel blij van worden. Het is maar een klein beetje, maar het is mooi dat ik daarin bij kan dragen. Soms zijn mensen geraakt door het kinderkoor, waaraan ik mijn steentje bijdraag door te dirigeren. Het is goed om te beseffen dat je talenten hebt gekregen, talenten krijg je en ontwikkel je om de wereld, de mensen om je heen te dienen, om ze goed in te zetten. Mijn handen zijn belangrijk, daarmee maak ik dingen, speel ik viool. Ik ben me ervan bewust dat ik dat in dat in Zijn handen mag doen. 

Ik wil mensen met mijn werk niet confronteren of terechtwijzen. Ik draag alleen maar met mijn handschrift uit hoe ik dingen het liefst zou willen zien. De een heeft daar veel aan, de ander kan er niets mee.’

Zou je ander werk maken als je niet had geloofd, denk je?

‘Misschien wel. Ik heb andere inzichten gekregen dan ik zou hebben gekregen zonder Hem. Ik denk dat ik door mijn geloof en vertrouwen op de Schepper ander werk ben gaan maken, maar dat het me daardoor ook is gelukt om dichtbij mezelf te blijven. Ik heb een aantal jaren geleden een dip gehad. Ik dacht toen: ik ga hier niet mee door, het gaat me niet lukken. Toen ben ik bewust vrij werk gaan maken. 

Ik maak nu graag maquettes van zelfbedachte steden en abstracte composities. Ik begin met bouwen en het aan elkaar plakken van onderdeeltjes, en dan ontstaat er vanzelf iets goeds. Ik voel me dan een kind dat met speelgoed in de weer is. Ik zeg weleens gekscherend dat dat de afgelopen twee jaar mijn redding is geweest. Ik heb het spelen als een kind teruggevonden. Niemand die me vertelt wanneer het af moet zijn, hoe groot het moet zijn en hoe duur het moet worden. De ene helft werk in opdracht, de andere helft vrij werk. De balans is beter.’

Meer over Floris Hovers vind je op zijn website: florishovers.nl

Foto's van boven naar onder: 

Portret Floris Hovers door Lenny Oosterwijk 
Fold motors
Wooden animals
Kast Saam 
Maquette van een stad in Floris' atelier in Raamsdonkveer