Jasper werd katholiek: ‘Ik vond dat gehengst met die hostie fascinerend.’

Sinds Jasper als katholiek door het leven gaat, wordt hij regelmatig bevraagd op zijn nieuwe geloofswandel. Vooral protestanten willen er het fijne van weten. Hoe kan het dat een van huis uit reformatorische jongeman besluit rooms te worden?

Jasper werd katholiek: ‘Ik vond dat gehengst met die hostie fascinerend.’

Pas een jaar of anderhalf nadat ik rooms werd, trad Gerard Reve mijn boekenkast binnen. Volgens een zekere traditie las ik de laatste tien dagen van het jaar – we hebben het over 2017 – zijn debuutroman De avonden. De schrijver liet me niet meer los; inmiddels heb ik nagenoeg zijn hele oeuvre gelezen. 

Op zeker ogenblik bij Moeder En Zoon aangekomen, het boek waarin de schrijver van zijn verhouding met de Rooms-Katholieke Kerk verslag doet, troffen mij deze regels.

“Ik gevoelde een wonderlijke mildheid en sereniteit in mij nederdalen. Wat was deze gehele troep, ondanks het theoreties nogal gesloten karakter van het systeem, een onnozele en onschuldige bedoening… Hoe kon iemand er een serieus probleem van maken, of hij er al dan niet lid van werd? Wat maakte het uit? Ik kon rooms worden, maar ik kon het ook niet worden: het zat altijd goed.”

Van refo naar rooms

Voor de duidelijkheid: toen ik aan zijn werk begon, was ik krachtens het ritueel van het Heilig Vormsel al rooms (of katholiek, of rooms-katholiek, wat maakt het uit) geworden. Pas gaandeweg het lezen ontdekte ik dat Reve zelf, afkomstig uit een door hem zeer verfoeid communistisch milieu, ook ooit die gang had gemaakt. Zijn religiositeit is er een van de buitencategorie (ik hoorde eens iemand zeggen dat zijn gelovigheid niet uit het hart maar uit de lever kwam – het zal), maar in zijn overweging – waar hij zelf ook van stond te kijken: “het was wel eigenaardig, dat ik er zo lang over gedaan had om erop te komen” – herkende ik een en ander.

Dat een communistisch jochie rooms wordt is natuurlijk al heel uitzonderlijk, maar dat een in zeer bevindelijke, reformatorische kringen opgegroeid ventje zoiets doet, dat is toch wel next level. (De stap van anti-religieus naar religieus is namelijk veel kleiner dan van anti-paaps naar paaps, maar het voert te ver daar nu uitgebreid bij stil te staan.) Waarom dan toch in vredesnaam rooms geworden? Ik ben eens goed voor die vraag gaan zitten, maar veel verder dan ‘ik kon het worden, maar ik kon het ook niet worden’ ben ik eerlijk gezegd niet gekomen. 

Poppenkast

Dat laat zich als een gemakzuchtig antwoord lezen. Er moet toch meer over te zeggen zijn. Jawel. Ik vond dat gehengst met die hostie meteen al fascinerend. (Al ben ik het wel met Reve eens dat het niet kies is om het lichaam van Christus op een uitgestoken tong te leggen. Opnieuw Moeder En Zoon: “‘Neemt en eet allen hiervan,’ had Gods Zoon gezegd, en er was geen sprake van geweest, dat Hij Zijn leerlingen, als waren het kleuters in de kakstoel, hun boterhammetjes tot dobbelsteentjes had voorgesneden om hun die daarna in de mond te proppen.”) 

Ook bleek ik goed ontvankelijk voor alle andere poppenkast als daar zijn de altaarschel die opmerkzaam maakt op het allerheiligst toverwerk (rinkel-de-kinkel hier is uw Heiland), het wierrookmistgordijn met haar verdovend aroma, de klerikale kledingkast (het is hier altijd Sinterklaas!), al dat kussen en toucheren en knielen en buigen, altijd wel een gipsen beeld dat vol zoete vroomheid bekijkt of je het Onzevader oude of nieuwe spelling bidt (of helemaal niet) – het was allemaal van zo een volstrekt onnozele en onschuldige orde dat ik op zeker ogenblik dacht: als dit bevalt, dan kan ik gerust lid worden.

Het is hier altijd Sinterklaas!

Veel theologisch denkwerk zit er verder niet achter, achter die hele geloofsverhuizing van mij. Mensen vragen er wel af en toe naar. Hoe ik Maria dan zie. En de paus. Nou om eerlijk te zijn had ik liever gezien dat Maria God was geworden en Haar kind dan een soort Eeuwige Dienaar (wel een hele hoge hoor), maar het dogma over de verdeling van Goddelijke Personen ligt volgens mij al heel wat jaren vast, daar ga ik denk ik niet veel beweging in veroorzaken. De paus lijkt me een lieve man. Die heeft niet veel kwaads in de zin. 

De ironie is dat met name protestanten vaak omstandig vragen naar het leerstellige, het theologische. Dat heeft er denk ik mee te maken dat alle protestanten menen dat ze zelf theoloog zijn (en daarom scheuren ze zich ook een ongeluk). Ik moet ze echte antwoorden schuldig blijven, want mijn motivatie om rooms te worden is vooral door onduidelijke gevoelens ingegeven. De katholieke praxis is heel absurd, dat spreekt me gewoon erg aan. Waarom dan? Ja vraag dat maar aan de Heere God hoor, dat weet ik ook niet precies. Ik ben ook dol op de Hamburger Totentanz en afhaalchinees (maar alleen als ze Chin.Ind.Rest. op de gevel hebben staan, dat check ik altijd even via Maps). 

Wat ik er misschien vooral mee wil zeggen, en vergeef me die lullige bekentenis: ik weet het echt niet zo goed. 

Zonder Christus

Of het moet dit zijn. Ik was altijd gewend dat het geloof allesovervleugelend identiteitsbepalend was. Wat ik ook dacht of deed of naliet, allemaal werd het ingegeven door Het Algemeen En Ongetwijfeld Christelijk Geloof. Het allerbelangrijkste in mijn kinderleven waren de Heere, een nieuw hartje (van Zijnentwege aanbevolen en derhalve niet medisch maar voornamelijk metafysisch te begrijpen), de kerk, het geloof, de catechismus, de dominee, de Dordtse Leerregels, psalmversjes, milkshake vanille medium, de wet en het evangelie. Elk terrein van het leven werd door één of meer van die programma’s beschreven, behalve de milkshake, die had er minder mee te maken. 

Het heeft wat mij betreft veel bestaansrecht, zo’n leven, maar het paste mij gewoon wat minder. Dat begon overigens al in mijn tienerjaren. Ik wilde eens, op een avond in mei (1999), omstreeks kwart over negen, staande achter een flipperkast in de cafetaria van mijn geboortedorp, geheel buiten Christus om kunnen beslissen hoeveel rijksdaalders ik in dat apparaat zou werpen. Het werden er zeven. De keer erna vijftien, vervolgens schommelde het wat. Maar we leefden nog. En zo zag men weer dat het zonder Christus ook wel ging.

Liefhebberij

Ik heb tot nog toe geen aandrang gevoeld het geloof recalcitrant naar het rijk der fabelen te verwijzen (waar het denkelijk wel vandaan komt), dat ligt me gewoon niet zo, maar om nou te zeggen dat het mijn hele hebben en houwen en de wereldgeschiedenis en alle plantjes doortrekt, kom kom. Het geloof is liefhebberij, als miniatuurtreinen. Soms ben je er even heel druk mee, dan is het van tjoeke-tjoeke-puf-puf, daarna ligt de troep weer een jaar op de vliering. 

Moest ik rooms worden om daarachter te komen? Welnee. Ik werd rooms omdat ik daar goed kon tjoeken, en omdat niemand me dof aankeek als ik al na een klein kwartier weer van de vliering kwam springen. Wie oren heeft, die hore.

Wat ten slotte denk ik ook meedoet: het dorp waar ik ter wereld en groot kwam was dan wel heel calvinistisch, maar de wind waaide er vaak uit het zuiden en daar woonden de roomsen. Men dronk en zoop er dat het een lieve lust was, maar op de dag des Heeren was het ja en amen. Dat tweepolige zal bij sommigen onsmakelijke gevoelens losmaken, ik vind het zeer des mensen en derhalve verrukkelijk. Zelf ben ik ook zo’n tweeslachtig figuur, dat voortdurend a zegt en daarna b doet. (Ik denk dan wel: het zijn tenminste letters van hetzelfde alfabet en ze staan nog dicht bij mekaar ook.) Afijn, zolang ik er van meneer pastoor vergeving voor ontvang, blijf ik lid van zijn kerk.