Je bent geliefd… Ook als je niets meer kunt

Jurjen heeft het prima voor elkaar met zijn goedlopende bedrijf, mooie gezin en vele spreekbeurten op christelijke events. Tot een cyste in zijn hersenen dat leven grotendeels verwoest: hij moet voortaan door het leven met niet-aangeboren hersenletsel. En dat valt niet mee.

Je bent geliefd… Ook als je niets meer kunt

Het gebeurde ruim twee jaar geleden: op 5 december 2017. Ik kwam die avond nietsvermoedend thuis met knallende koppijn en ging op bed liggen. Mijn vrouw ving onze kids op. Het volgende moment hoorde ze een vreselijk gesnurk vanuit de slaapkamer. Dat was niet omdat ik zo lekker sliep. Ik was in een soort coma geraakt door - wat later bleek - een cyste in mijn hersenen die ervoor zorgde dat het hersenvocht niet meer kon doorstromen. Die drukverhoging beschadigde mijn hersenen.

Toen ik bijkwam was ik mijn zicht, mijn oriëntatievermogen en mijn kortetermijngeheugen vrijwel helemaal kwijt. Ik wist niet eens meer dat ik getrouwd was en dat ik kinderen had.
Heel langzaam kwam dat allemaal een beetje terug. Nu probeer ik zo goed als dat kan mijn leven weer op te pakken, maar makkelijk is dat niet.

Bekende christelijke spreker

Ik was een bekende christelijke spreker. Ik sprak regelmatig op allerlei christelijke events en in kerkdiensten. In 2014 was ik zelfs de spreker op de EO-Jongerendag.
Als ik die preken van mijzelf nu terugluister, is dat een heel vreemde ervaring. Mijn leven toen was een leven waarin ik het meeste wel aardig onder controle had. Ik had het best goed voor elkaar.

Nu heb ik een leven waarvoor het tegenovergestelde geldt: ik ben afhankelijk van anderen en ik moet de grote vraag van het lijden heel persoonlijk in de ogen kijken. Dit schudt aan alle fundamenten van mijn geloof. Want waarom laat God dit toe? Ik kan er nog steeds niets zinnigs over zeggen.

Ik worstel met diverse cognitieve problemen. Deze variëren enorm. Soms vergeet ik dat de kinderen vakantie hebben en vraag dan om 10.00 uur 's ochtends: ‘Moeten de kids niet naar school?’ Of ik kijk een film en kan na verloop van tijd de verhaallijn niet meer volgen. Heel vaak kan ik niet meer vertellen wat ik gisteren allemaal heb gedaan.

Op een gegeven moment ben je dat heel erg zat, kan ik je vertellen. Zelfs in die mate, dat je denkt: ik houd dit niet vol. En voor ik het weet, ben ik aan het fantaseren over hoe ik mijzelf van het leven zou kunnen beroven. Maar ja, dat schijnt de oplossing niet te zijn en zelfs daarbij zou ik hulp nodig hebben. Toch zie ik soms oprecht niet hoe ik hier met deze heftige beperkingen nog iets kan maken van dit leven zodat het de moeite waard is.

Mijn identiteit is wat ik doe?

Daarin zit ook meteen mijn kernprobleem. Ik kom er gaandeweg achter dat ik mijn identiteit toch wel heel sterk laat afhangen van wat ik doe. Ik voel mijzelf pas de moeite waard als ik een zinnige bijdrage lever aan de levens van anderen. Pas als ik zelfstandig geld kan verdienen om mijn gezin te onderhouden, doe ik ertoe.

Ik moet denken aan de bekende woorden van Henri Nouwen. Hij zegt dat zelfs Jezus (Matteüs 4) werd verleid om Zijn identiteit te baseren op wat Hij deed, op wat mensen over hem zeiden of op hetgeen hij bezat.
Eerst wordt hem gevraagd om stenen in brood te veranderen (ik ben wat ik doe).
Vervolgens krijgt Hij de uitdaging: Gooi jezelf van de berg en de engelen zullen je opvangen (ik ben wat anderen over mij zeggen).
Tot slot wordt Jezus verleid met de woorden: ‘Buig voor mij en ik zal je de wereld geven…’ (ik ben wat ik heb).

Maar Jezus had de stem van de Vader gehoord die over Hem zei: ‘Dit is mijn geliefde zoon, in Hem vind ik vreugde!’ En nu hoor ik door alles heen die uitnodiging: dat God mij uitdaagt om te vertrouwen op wie ik ben in Hem. Namelijk Zijn geliefde zoon.

Ik weet het allemaal niet zo zeker meer

Die realiteit is niet bepaald makkelijk voor iemand wiens wereld altijd voor hèm leek te werken: ik had een goedlopend bedrijf, een mooi huis, gezonde kids, een lieve vrouw, en daarnaast had ik mijn christelijke praatjes ook aardig op een rijtje. Die verkondigde ik dan ook vrijmoedig. Nu weet ik het allemaal niet zo zeker meer. Nu alles mij is ontnomen, kan ik niet veel anders dan vertrouwen op wat God over mij zegt: ‘Je bent geliefd. En het komt goed.’

Vaak voelt het alsof mijn leven voorbij is. Dan hoop ik dat de dood niet te lang op zich laat wachten. Toch komt er daarna ook weer een moment dat ik me realiseer dat God mij uitnodigt om nu al mijn vreugde te vinden in Hem. Hij houdt van mij. En als je niets meer hebt waarop je je kunt laten voorstaan, dan ga je de betekenis van die woorden pas écht waarderen: God houdt van mij.

En nu, na het schrijven van deze blog, voel ik me zelfs een beetje lichter. Ik draag dan wel niets meer bij in maatschappelijk opzicht, het maakt mij niets minder waard dan iemand anders.