Lazarus staat op | Er zijn van die periodes

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Er zijn van die periodes

Goedemorgen, tof dat je luistert. Ik ben Rikko Voorberg en ik schrijf op de ochtenden van de werkdag een overweging om de dag mee te beginnen. Vandaag met de titel:

Er zijn van die periodes in het leven … – PopUpGedachte woensdag 15 januari 2020

Sinds een jaar of drie á vier nu, sta ik ’s ochtends vroeg op om deze PopUpGedachtes te schrijven. Het begon met het besef dat ik op allerlei plekken in het land en in kranten of op radio vertelde over het idee van het christelijk geloof en hoe toch vrij briljant dat concept in elkaar zat. En ik vroeg me af of ik nog wel leefde in het huis wat ik op die manier schetste. Dus moest ik een soort ritueel bedenken om zelf weer de stilte, de ruimte en de inspiratie te zoeken. En het enige moment dat het echt stil is in huis en in mijn leven is als iedereen nog slaapt. Dus gaat de wekker om zes uur en hoop ik dat de kinderen blijven slapen tot zeven uur.

Het is niet spectaculair. Er vallen geen grote vergezichten binnen. Ik orakel niet. Het is niet zo dat er opeens een godheid aanschuift aan de tafel of dat opstaan makkelijk is. Het is deels gewoon dom doen. En dan achteraf constateren dat het iets brengt. Voor mezelf, en ook voor luisteraars en lezers. Hoe spiritueel is het? Hoe goddelijk? Hoe vroom? Ik weet het niet.

Het enige moment van dit uur dat altijd klopt is het moment dat ik met of zonder koffie (afhankelijk van de mate van totale dufheid van mijn hoofd) het balkon opstap na uit bed te zijn gesloft en omhoog kijk. Regen of geen regen, wolken, strakblauwe lucht of inktzwarte nacht – die hemelkoepel maakt eigenlijk altijd dat ik me opnieuw positioneer. Dat ik weer weet hoe klein het hier beneden is, hoe tijdelijk ook, dat ik me gek genoeg op een bepaalde manier gezien voel, en vrolijk – in elk geval vanochtend. Vrolijk over de dingen die kunnen staan te gebeuren, de initiatieven, ontmoetingen, lezingen. Er valt een zwaarte van af. Dat is het.

En dan zet ik me aan het schrijven. Maar er is geen goddelijke taal, geen ingefluisterde godsstem. Iemand vroeg me of ik dan mijn eigen ideeën bracht in de ochtend of iets van God. Een onmogelijke vraag – of eigenlijk: een niet te beantwoorden vraag. Want er is geen stem die te onderscheiden van de dwarrelingen in mijn hoofd, van de intuïtie. Achteraf ben ik dankbaar als iets op een bijzondere manier zijn weg vindt, maar vraag me dan af waarom iets bijzonders dan speciaal iets goddelijks zou moeten zijn. Is het gewone niet al spectaculair genoeg? De omhelzing, de stilte, de levenswijsheid, de knuffel, de brandende kaars of de gebakken bloemkoolroosjes?

Vandaag valt me dit fragment op uit de lezing in het boek Samuel. Een van de hele oude bijbelboeken, voordat er nog koningen aangesteld zijn in Israël en het Joodse volk zich alleen nog door priesters en profeten laat leiden, door directe stemmen van God zogezegd. Dit zinnetje: “Er klonken in die tijd zelden woorden van de Heer en er braken geen visioenen door.”

Ha, dacht ik. Die tijd ken ik. Dat is de onze. Of in elk geval in mijn bubbel. Er zijn vast ook bubbels waar de hele tijd woorden van de Heer klinken en visioenen doorbreken, maar terecht of niet ben ik daar altijd een beetje kritisch op. Laat duizend bloemen bloeien, denk ik dan als ik ervan hoor – tenzij het totaal van de pot gerukt is wat iemand voor een visioen houdt, dan moet je dat gewoon zeggen denk ik – en laat het gaan. In mijn leven geen visioenen of woorden van de Heer. En niet geheel treurig ook, eerlijk gezegd. Ik weet niet of ik zou weten hoe ermee om te gaan.

In het vervolg van deze lezing krijgt de jonge Samuel een woord van de Heer waar hij naar moet luisteren. En het is niet eens zo heel spectaculair. Wel voor het moment hoor: de oude profeetpriester Eli en diens corrupte nageslacht zal niet langer de dienst uitmaken in het land. En dat is heftig voor alle betrokkenen. Samuel wordt de nieuwe profeetpriester, maar op zichzelf niets nieuws. In heel de geschiedenis als God inbreekt, als er profetie zich aandient, als er een Jezus op aarde rondwandelt, dan is het refrein dat het kwaad (of pogingen tot goed met lelijke gevolgen voor mensen in nood) steeds weer het onderspit zal delven.

Ik zeg niet per se dat een goddelijk woord niet soms fijn zou zijn, maar het is niet zo dat de lijn van die ingevingen elke keer iets heel anders is. Het is altijd hoop voor de mensen in nood, een waarschuwing voor de mensen die menen dat gerechtigheid een leuk naïef ideaal is en zij voorlopig op hun eigen wijze de dienst uitmaken en zich aan al te veel god en gebod niet hoeven storen want hé, politieke realiteit is nu eenmaal anders vandaag de dag.

We weten het wel. Ten diepste. Het is steeds dit: geloven dat het aan ons is, Gods woord of niet Gods woord, om zowel de stilte te zoeken en ons af te stemmen op wat goed is, wat rechtvaardigheid is en wat genade is – én dat dan ook maar in de praktijk steeds weer proberen vorm te geven. Waarom? Omdat al het andere zal verdwijnen. Dat is voor zover ik het begrijp een goddelijke weg – visioen of niet.

Tot zover vandaag. Meer popupgedachtes te vinden op lazarusstaatop.nl. Voor nu: vrede. En alle goeds.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.