Waarom je zeker naar de Matthäus Passion moet

Naar de Matthäus Passion gaan is voor Alain elk jaar vaste prik. En hij vindt dat iedereen van zijn generatie dat zou moeten doen. Hier legt hij uit waarom.

Waarom je zeker naar de Matthäus Passion moet

Er komt iets nieuws, het heet Matthäus aan de Maas en het combineert de mooiste muziek uit de kerkelijke geschiedenis met de mooiste stad van Nederland. Het idee is dat je in Ahoy naar de Matthäus Passion van Bach kunt luisteren, maar dan zonder de saaiste stukjes. Nu is het de vraag of ik de eventuele Lazaruslezers die nog weinig van deze Passion weten kan overtuigen om er dit jaar eens naartoe te gaan. 

Dat kan ik niet, want ik krijg de jongeren ook met geen duizend paarden terug de kerk in. Toch is het de moeite waard om een poging te doen. Alleen al omdat ik me kapot zou schamen als zo’n mooi stuk cultureel erfgoed uitgerekend bij mijn generatie teloor zou gaan. Net als met Bijbelverhalen: het zal mij niet overkomen dat die dingen tweeduizend jaar lang mensen aanspreken, en dat dat dan net bij mij en mijn medemillennials voorbijgaat.  

Onvervangbare ervaring

Er zijn honderd redenen om de Matthäus te bezoeken. Als je net als ik (bijna) ieder jaar gaat, kun je elke Pasen de balans van je leven opmaken. ‘Vorig jaar bezocht ik hem met die en die, en toen zaten we er zo en zo bij. Het jaar ervoor gingen we niet, want was ik ziek. Volgend jaar hoop ik hem hier en hier te horen’. Als je eenmalig gaat, doe je dat omdat je weet dat het een verrijkende ervaring is geweest voor honderdduizenden mensen. Dus misschien ook wel voor jou. Een beetje zoals je een keer een wintersport wilt hebben meegemaakt, of Disneyland, een achtbaanrit, sauna, mosselen, safari, speeddate, kort haar. Dingen die je niet te veel hoeft aan te prijzen, omdat ze zichzelf al hebben aangeprezen via de menigten die jou voorgingen en erover naar huis schreven. 

Oud en jong

Je kunt ook naar de Matthäus omdat je je graag jong voelt. Bij een concert van Billie Eilish ben ik de bejaarde, bij Bach is iedereen blij om mij en mijn glanzende bruine krullen de gemiddelde leeftijd omlaag te zien sleuren. Net als in sommige kerken waan je je in iets dat tussen een museum en een mausoleum in zit. Je bevindt je in het Archeon, maar zonder dat de deelnemers zelf doorhebben dat zij middenin een anachronistisch rollenspel zitten. ‘Tot volgend jaar’, zeg ik na afloop tegen mijn medebezoekers, waarna ik een ernstig gezicht trek en toevoeg: ‘Bij leven en welzijn’. 

Je waant je in iets dat tussen een museum en een mausoleum in zit.

Een van deze Matthäusgangers is een zeldzaam artefact dat de aanschafprijs van je ticket eigenlijk al ruimschoots compenseert. Hij zit er altijd, een heel oude meneer die bij het concert zit met een boek waarin alle bladmuziek staat. Jouw tekstboekje van 2 euro heeft een bladzijde of tien, maar die van hem heeft er tientallen en hij blijft maar mee bladeren met de muziek. Net zoveel gêne als hij haren heeft (geen; hoogstens wat restanten in het achterhoofd). Hij is een beetje als God: vroeger dacht ik dat hij streng zat te controleren of men de muziek wel zuiver speelde. Maar eigenlijk zit hij er als troostrijke aanwezigheid. Blesseert een violist zijn vinger? Krijgt de dirigent een beroerte? Geen nood, Henk hier heeft het boekje bij zich. Die springt zo bij als het nodig is. Henk zit zijn eigen irrelevantie te ontkennen, iedere keer dat hij zijn vingertoppen nat maakt en de volgende bladzijde van de partituur openvouwt. Ik heb dat leren waarderen.

Vroom

Stiekem zit ik ook bij de Matthäus omdat ik dan weer heel even verantwoord vroom kan zijn. Opwekkingsliederen krijg ik niet meer uit mijn strot, bevindelijke liedboekliederen ook niet. Zet er een vroegmodern muziekinstrument onder en maak het Oudduits, dan trek ik het ineens een stuk beter. ‘Mache dich, mein Herze, rein, ich will Jesum selbst begraben’. Dat klinkt heel anders dan ‘Zit je deur nog op slot, van je kggg kggg kggg doe hem open voor God’, maar de boodschap is vrijwel eender. Heerlijk vind ik dat, lekker één avond in het jaar piëtistisch kunnen zijn zonder nare bijsmaken. 

Verdriet 

Ten diepste zit ik echter bij de Matthäus om het verdriet. Vanaf de eerste klanken tot en met het einde is het huilen en klagen met Bach. Jezus staat vanavond nog niet op, die lijdt alleen maar. Drie uur lang ellende (of anderhalf uur dus, als je naar Ahoy gaat). Kom daar maar eens om in de kerk, zonder dat er direct weer premature troost door je strot wordt gedouwd. 

Het is huilen en klagen met Bach.

In het begin ga je optimistisch met de dochters van de ouverture meeklagen. Rond het Erbarme Dich ben je al lang en breed weemoedig. Je lijdt aan het jaar, aan het nieuws, aan je familiesores, aan je medemens, aan je eigen angsten, tekortkomingen, zorgen. Tegen de tijd dat het koor zich met tranen neerzet wil jij ook alleen maar huilen. Je kunt niet meer stilzitten, hebt een houten kont, hebt al veertig manieren bedacht waarop je die meneer met zijn bladmuziek pijn wilt doen, hebt je daar al vijftig keer schuldig over gevoeld, hebt je al zestig keer afgevraagd of Jezus’ lijdensweg niet wat korter had gekund en daar al zeventigmaal vergeving voor gevraagd.

Hoe geoefend ik ook ben als luisteraar van de Matthäus, het is elk jaar toch ook weer lijden. En dat is precies de bedoeling van een passie. Je vereenzelvigt je met de pijn van de ene gekruisigde, zodat je weer veel scherper oog krijgt voor alle leed dat plaatsvindt om en in en naast en ver van en door jou. Het venijn van de Matthäus zit hem in zijn onontkoombaarheid. Ik hoop dat die nog lang zo scherp mag blijven doorwerken. 

Bestel kaarten!

Heb je de Matthaüs Passion nog nooit gezien, of wil je hem een keer eens anders beleven, dan is Matthaüs aan de Maas op zaterdag 21 maart 2020 in Rotterdam Ahoy zeker wat voor jou. In 90 minuten zie je alle hoogtepunten en de stukken worden door een verteller op een laagdrempelige manier aan elkaar verbonden. Kaarten bestel je hier.

Als je snel bent kun je nog zelfs meedoen met het koor. Geef je hier op.

Foto: Ars Musica