Leren van planten | De gulle boom

Planten vinden wij maar heel gewoon. We ervaren ze als een statische vanzelfsprekend in ons beweeglijke bestaan. Ondertussen leveren planten de meest spectaculaire prestaties. Daar kunnen wij nog iets van leren, vindt Lydia. Deel 3: De gulle boom.

Leren van planten | De gulle boom

Het prentenboek De gulle boom vertelt het verhaal van een mensenleven vanuit het perspectief van een boom. Eerst speelt de jongen rond de boom, later gebruikt hij de appels, zijn takken, de stam en als oude man rust hij uit op de afgezaagde stronk. De boom heeft alles gegeven en ‘de boom was gelukkig’, zo eindigt het verhaal. Het geeft je een beetje een knoop in je maag, want ondanks de afsluitende woorden blijft vooral het gevoel achter dat de mens de boom helemaal heeft opgebruikt. Dat heeft iets respectloos. Dat de boom zich gewillig laat omzagen en dat dat hem blijkbaar gelukkig maakt, staat in schril contrast met het gedrag van de mens. 

Toch raakt de schrijver hier aan een rauwe werkelijkheid. Dieren en mensen zijn beweeglijke en grillige wezens, onderdeel van een concurrentiestrijd. Op school leren we dat, door het overleven van de sterkste, uiteindelijk de beste genen overleven: de struggle for life. Mensen zijn kwetsbare wezens: net als dieren overgeleverd aan de grillen van de aarde.

De ruimte die de mens heeft bevochten geeft hij maar moeilijk op, want onder de oppervlakte is hij gewoon nog steeds bang om opgegeten te worden.

Het leven is een kwestie van pakken wat je pakken kan. Zo knokte de mens zich omhoog en werd de dominante soort. De ruimte die hij heeft bevochten geeft hij maar moeilijk op, want onder de oppervlakte is hij gewoon nog steeds bang om opgegeten te worden. Wellicht is het dus tijd om eens bij de plantenwereld te rade te gaan, die prima functioneert, zonder die struggle for life

Gastvrij, vrijgevig en in verbinding

Een boom creëert onder zijn bladerdak een woonplek voor honderden planten, dieren en insecten. Ze neemt ruimte in, maar vergroot de leefruimte van die paar vierkante meters enorm, met takken, bladeren, wortels en wortelharen. Duizenden planten, insecten en dieren komen bij haar wonen. Ze biedt schaduw en luwte, en beschermt tegen de grillen van het weer door water en grond vast te houden. 

De moederboom voedt haar zaailingen door een groot deel van de mineralen die ze opneemt in de oppervlakkige bodem achter te laten. Ook vertelt ze via schimmeldraden hoe snel ze moeten groeien. Jonge boompjes wachten rustig hun tijd af, terwijl hun moeder op de juiste plekken een voedingsbodem aanlegt. Als ze sterft, geeft ze een signaal aan de zaailingen om een groeispurt te maken en komen de jonge boompjes plotseling in beweging. Het stervende lichaam van de boom verrijkt de voedingsbodem alleen maar meer. 

Bomen vechten niet. De takken van bomen laten elkaar om beurten de ruimte en raken niet in de knoop. 

Alleen als een plant uit zijn eigen soortenfamilie wordt weggehaald en op een vreemde plek belandt, gaat hij woekeren en overheersen. Een heel gebied wordt eerst overwoekerd en zonder gezonde balans sterft uiteindelijk ook de woekeraar, omdat hij zijn eigen leefgebied verwoest. Net als mensen hebben planten dus blijkbaar een community nodig om gezond te blijven functioneren. 

De gastvrije mens

De kunstenaar Friedensreich Hundertwasser zag, na de bombardementen van Wenen, hoe plantjes groeiden in de barsten van ingestorte gebouwen. Hij raakte onder de indruk van hoe kwetsbaarheid en schoonheid samen gingen met kracht. Niet de harde hand en strakke lijnen, maar ruimte voor leven en schoonheid konden helpen te herstellen van de verschrikkingen van WO II. 

Hij verzette zich tegen de efficiënte stijl van de wederopbouw en voorspelde dat mensen depressief zouden worden in een opgeruimde wereld vol beton en rechte lijnen. Hij pleitte voor rommeligheid, kleuren, bomen en daktuinen. Voor elke vierkante meter die je als mens innam, moest je een vierkante meter teruggeven op het dak en liefst nog iets extra’s. Hij vond dat een vogel over een stad moest kunnen vliegen, zonder te zien dat er een stad was. Een gastvrije, gezondmakende stad, vol leven. 

Inmiddels omarmen hippe architecten zijn ideeën. Daktuinen, insectenhotels, stadslandbouw, hobbit-huizen, perma-cultuur en voedselbossen zijn een trend geworden. Wie weet worden mensen eindelijk echte rentmeesters en gaan we ons volop inzetten om op iedere vierkante meter die we hebben, ruimte te bieden aan zoveel mogelijk leven. Net als de gulle boom. Dan kunnen we afsluiten met ‘En de mens was gelukkig’. 

Lees hier deel 1: Op zoek naar je roots en deel 2: Wortelen