Jasper viert carnaval - het feest waardoor je leert omarmen dat je deugt én niet deugt

Terwijl hij nadacht over carnaval bedacht Jasper dat dit dolle feest ons iets wezenlijks laat zien: het leert ons onze tweeslachtigheid blijmoedig omarmen.

Jasper viert carnaval - het feest waardoor je leert omarmen dat je deugt én niet deugt

De mens is een vat vol tegenstrijdigheid. Soms doet hij goed, soms doet hij kwaad, gelukkig meestal geen van beide. 

Ken je het verhaal van die Russische en die Duitse soldaat, van schrijver en oorlogsjournalist Vasili Grossman? Na een zwaar vuurgevecht tijdens de Eerste Wereldoorlog klauteren een Russische en een Duitse soldaat uit hun loopgraaf. Van beide kampen zijn ze nog de enige overlevenden; zojuist hebben ze hun wederzijdse kameraden afgeknald. Nu staan ze tegenover elkaar. Met hun zakdoekje poetsen ze het zweet van hun voorhoofd. Dat was me het dagje wel. Dan kijken ze elkaar in de ogen. Heel even maar. En dan? Dan laten ze elkaar gaan. 

In het licht van deze kleine geschiedenis is er de laatste eeuw denk ik geen grappiger titel verschenen dan De meeste mensen deugen van Rutger Bregman. Historicus Bastiaan Bommeljé zei in de Volkskrant over dit boek dat het zijn status van bestseller hoofdzakelijk dankt aan een paar decennia beroerd onderwijs. Daarin heeft hij gelijk. De geschiedenis heeft voor en na de Eerste Wereldoorlog zó vaak bewezen, afijn, moet het werkelijk? Natuurlijk hoeft het niet. History speaks for itself. En ondertussen rinkelt de kassa. 

Mijn voorstel voor een definitie van des mensen (on)deugdelijkheid zou ongeveer aldus luiden: ‘Wij deugen niet en wij deugen wel, de één iets meer dan de ander, maar de ander minder dan de één.’ Dat is wel niet zo prikkelend als hoe Bregman het zegt, maar de waarheid is nu eenmaal waanzinnig genuanceerd.

 

Goddeloze vlucht uit de vinex 

Het tragikomische van mijn definitie is, dat hij weldra, als het carnaval weer losbarst, letterlijk vlees (carne, red.) en bloed wordt. Want iedereen weet dat voor de gemiddelde vierder carnaval vandaag weinig meer is dan een goddeloze vlucht uit een treurig vinexleventje. Men drinkt zich eerst straal-lazarus en gebruikt daarna het feestkostuum als alibi voor allerhande schuinmarcheerderij. (“Dat was ik niet, dat was een banaan/sjeik/luipaard/La Casa de Papel-hoofdrolspeler.”) 

Goed, het ethisch en moreel gehalte van carnaval kunnen we natuurlijk niet los van mijn inzichten aangaande des mensen dubbelhartigheid lezen, maar daar moeten we het later nog maar eens grondiger over hebben. Het gaat mij nu om iets anders. Namelijk om het wonderlijke, maar tegelijk zeer vertroostende gegeven dat al die gekkigheid tot voor het altaar des Heren wordt gebracht en dat een godsgezant er ter plaatse zijn zegen aan verbindt. 

‘Of onze carnaval nu heidense wortels heeft of niet, een carnavalsmis hoort er gewoon bij’, schrijft carnavalsvereniging De Stopnaolden uit het Brabantse Diessen op haar website. Even verderop: ‘En natuurlijk gaan we weer de kerk uit met een neutje in ons hand!’ 

Het heilige en profane trekken samen op 

Ik verkneukel me om dit soort logica. Schaamteloos vriendschappelijk trekken het heilige en het profane met elkaar op. En het houdt na de carnavalsmis niet op. Op Aswoensdag tekent de priester, tot besluit van alle uitbundigheid en spot, een zwart kruisje op het voorhoofd van zijn parochianen. Nu is het welletjes geweest, zegt hij. En zo rolt men de vastentijd in. 

Dit alles passeert onder het dak van een en dezelfde kerk. En het is precies daarom, om dat amicale insluiten, dat volstrekt inclusieve, dat warme omvademende, dat er vertroosting van dit gebeuren uitgaat. Immers, zo paradoxaal het tweespan kerk en carnaval, zo verdeeld de menselijke ziel. (Kijk maar eens hier.) 

Geen schaamte voor de bende 

Maar waarom zou dat vertroostend zijn? Wat mij betreft hierom. Hoe graag we ook vrouwen en mannen uit één stuk willen zijn, de kerkelijke inbedding van carnaval laat ons zien dat we, voor zover we dat natuurlijk al niet deden, anders– te weten: ontspannener – met het gegeven van onze onvermijdelijke gespletenheid kunnen omgaan. Het is geen of-of, maar en-en.

De in 2018 overleden dominee Nico ter Linden had geleerd een beetje op die carnavalsmanier in zijn ziel te kijken, zich althans ‘niet voor de bende daar te schamen’, vertelde hij jaren eerder aan dagblad Trouw. “Ieder mens draagt een ontzagwekkende grandeur en een even fascinerende, nederig-, walgelijk makende misère in zich. Dat is een gegeven, een gegeven dat je met de nodige strijd moet leren aanvaarden.’

Blijmoedig omarmen van onze mysterieuze dubbelhartigheid 

Er is veel in het leven dat volstrekt niet rijmt en toch dat andere niet uitsluit. Daar kun je heel ambivalent van worden. Je kunt je er ook dogmatisch tegen verzetten, of in je geweten gaan zitten peuteren tot je een ons weegt. Nu is het niet zo dat ik hier allemaal tegen ben, of dat ik het allemaal zelf niet heb gedaan. Echter weten wij inmiddels, dankzij dit blog, dat de tragiek van dergelijk zelfonderzoek wil dat niet alleen je eigen leven voortdurend langs de meetlat gaat, maar vooral dat van anderen. De onvolmaaktheid van je zondige hartje dringt zich zo alsmaar sterker aan je op en je vrienden kunnen ook al niks meer goed doen. Maar dát is geen leven!

Dankzij de kerkelijke omarming van carnaval kunnen we (en, zou ik er pastoraal aan willen toevoegen: mógen we) op een andere manier naar dit gegeven kijken. Het leert ons de mysterieuze dubbelhartigheid van het menselijk geslacht op dezelfde wijze blijmoedig omarmen. ‘Zo ben ik! Zo ben jij! Zo zijn wij!’ Met al onze grapjes, gekkigheid, bedenkelijke alter ego’s, wellevendheid, barmhartige en verderfelijke neigingen naderen wij aldus, als 

  • Russische en Duitse soldaat tijdens WOI
  • Rutger Bregman en Bastiaan Bommeljé
  • vluchters uit een treurig vinex-leven
  • banaan/sjeik/luipaard/La Casa de Papel-hoofdrolspeler
  • anderszins verknipt 

tot het altaar. En daar spreekt een stem: houd vrede met alle mensen & verder veel plezier jongens. Ik zei toch: zeer vertroostend.

Alaaf! En alvast de groetjes uit Lampegat.

Foto: Feestvierders in Lampegat (Eindhoven) bezoeken de Carnavalsmis in de Catharinakerk. ANP ROB ENGELAAR