Lydia: 'We moeten weer leren huilen om een boom, een mus of een egel'

Het bosje naast Lydia's huis wordt gekapt en dat doet haar meer dan ze had verwacht. Ze voelt zich verplicht om de laatste bomen haar excuses aan te bieden en vraagt zich af: Wat is ervoor nodig, zodat we ons weer echt druk gaan maken om de natuur?

Lydia: 'We moeten weer leren huilen om een boom, een mus of een egel'

Een paar weken geleden werd het bos naast ons huis gekapt. Dit stond al vele jaren gepland, want er komen huizen. Het bos was niet mooi. Het was, met uitzondering van enkele bijzondere bomen, een rommelbosje van lange dunne jonge bomen en brandnetels. We wisten dat gekapt wou worden. Toch doet het veel met ons hier thuis. Want het was toch een beetje ons rommelbosje, te midden van een verder zo strak geplande en doordachte omgeving.

Excuses aan een boom

Toen ik op een ochtend heel vroeg een kettingzaag hoorde, wist ik dat het zover was. Ik was blij dat ik naar mijn werk moest. Toen ik ’s avonds thuiskwam was de helft van de bomen al in stukken gezaagd op een grote hoop beland. ’s Avonds in het donker sloop ik nog even langs de laatste rij en voelde een verplichting opkomen om mijn excuses aan te bieden en de laatste bomen te vertellen dat zij morgen aan de beurt waren en dat dat me zo speet. 

Tot mijn eigen verbazing begon ik te huilen toen ik mijn hand op de mooiste dikste oudste boom legde en ben weer naar binnen gevlucht. Nog een dag later was ons rommelbosje veranderd in een grote blubberige massa. 3 eenzame overlevenden staan wat bedremmeld in het midden van de bouwput die over is, niet wetend wat te doen met al die leegte om hen heen. 

Tot mijn eigen verbazing begon ik te huilen toen ik mijn hand op de mooiste dikste oudste boom legde.

De hond heeft 3 dagen niet willen eten en de poes laat zich niet zien. We zijn allemaal een beetje chagrijnig in huis. We troosten onszelf met de gedachte dat we wel meer licht hebben en dat we nieuwe buren krijgen. Een nieuwe tijd breekt aan en het kerkplein is straks weer zichtbaar voor het hele dorp… Toch ben ik somber en vermijd de tuin. 

Moeilijk optimitisch te blijven

Het is misschien de context. Alle berichtgeving over stikstof, verdwijnende soorten, uitstervende bijen, vergiftigde bodem en vergiftigd grondwater. Windmolenparken op zee om (“duurzaam”) in onze oneindige behoefte aan energie te voorzien. Ik vind het soms moeilijk om optimistisch te blijven: vreet de mens de aarde op als een zwerm sprinkhanen? 

Ook hier moet een klein stukje ‘wildernis’ wijken voor een aangeharkte woonwijk en komt er niks voor in de plaats. Waar moeten die paar egeltjes in ons dorp nu nog overwinteren? Waar zijn de rommelhoekjes, de plekken om stiekem een hut te bouwen? Kan al het niet menselijke leven alleen nog maar terecht in natuurreservaten? 

Mijn uitzicht op de modderige massa naast ons huis lijkt een apocalyptisch beeld. Ons schijnbaar onbeduidende rommelbosje was ook een ecosysteem waarbinnen bomen ruimte schiepen voor allerlei leven. Ze reguleerden het water, boden schaduw en beschutting. Op de bodem stonden alweer jonge boompjes klaar om de ruimte in te nemen van de oude ‘moederbomen’. In 2 dagen was alles weg. 

Houden van een egel

Iedereen herkent het gevoel. Als een grote oude boom die je kende uit je jeugd wordt omgehakt en krakend begint om te vallen, dan raakt dat iets in ons. Ergens diep van binnen wringt het. We voelen ons er ongemakkelijk bij. We verliezen iets van onze jeugd. We rouwen misschien zelfs een beetje. Toch zetten we ons er overheen en wennen aan onze nieuwe omgeving. Aan ons dagelijks leven verandert er namelijk weinig en we vergeten de boom al snel. 

Het is een beetje hetzelfde als met naastenliefde. Het is moeilijk om je naaste lief te hebben, als je hem niet kent. Jezus vraagt in het verhaal van de barmhartige Samaritaan niet voor niets, wie de naaste van de gewonde man is geworden. Hoe kunnen we ons druk maken over een boom, als we die boom niet eerst hebben liefgehad? Liefhebben lukt niet in het groot. Je kunt niet houden van de natuur. Dat is veel te abstract en waait zo weer over. Je kunt wel houden van het rommelbosje in je tuin en van de wilde eend die ieder jaar in je sloot komt broeden.

Dat is wat ik ten diepste mis in de hele discussie over de natuur. Het gaat over modellen, statistieken, de grutto of het bodemleven en het oerwoud. Ondertussen ziet God iedere mus die van het dak valt, zegt de Bijbel. (En vast ook iedere egel die door een bulldozer met bladeren en al wordt opgegraven, middenin zijn winterslaap.)

Dat is liefde. Dat is concreet. Dat betekent iets. Dat laat je niet zomaar los. 

Pas als we onze omgeving eerst zien, dan leren kennen en dan gaan liefhebben, pas dan kunnen we ook een gemis ervaren. Dan gaan we ons er druk om maken, ervoor strijden en zelfs er iets voor opgeven. Ieder leven verdient het om gezien, gekend en geliefd te zijn. En om gemist te worden. Mensen moeten weer leren huilen om een boom, een mus, een egel. Dat is het enige echte begin van een ommekeer.