Rob op Lesbos | Hoop = dat je mens wordt in de blik van de ander

Het is allesdoordringend koud op Lesbos en vrijwilliger Rob vraagt zich af wat de mensen in vluchtelingenkamp Moria nog op de been houdt. ‘Als de ellende zo bot en groot is, dan moeten het de kleine dingen zijn.’

Rob op Lesbos | Hoop = dat je mens wordt in de blik van de ander

De granieten keukenvloer van het zomerhuisje waar ik deze keer verblijf, lijkt wel van ijs. Langzaam maar gestaag is de kou deze week binnengeslopen. Het straalt door het enkele glas met de roestige kozijnen en zuigt zich samen met het blauwe ochtendlicht onder de voordeur een weg naar binnen. 

Het is zondagochtend acht uur. Mijn vrije dag. Ik trek het houten ontbijttafeltje met stoel in de hoek van de keuken waar een gele baan zonlicht binnenvalt en warm mijn neus aan de damp van mijn gloeiendhete koffie. 

De winters op Lesbos zijn verneukeratief. Buiten mijn keukenraam kleurt de tuin groen, geel en oranje. Vette sinaasappels en blakende citroenen hangen in de zon te stralen. In de verte schittert de spiegelgladde Middellandse Zee omlijst door de bergtopppen van de Turkse kust. Het plaatje kan zo in een vakantiebrochure. Behalve die temperatuur. Ik lag er vannacht wakker door. 

In een enkeldoeks festivaltentje 

Op nog geen drie kilometer hiervandaan slapen 21.000 mensen in hotspot Moria. Buiten is het min één en waterkoud. ‘Don’t even ask’ had I. geantwoord toen ik hem had gevraagd hoe zijn nacht was geweest. Hij had erbij geglimlacht. Uit fatsoen, denk ik, maar zijn gezicht was vertrokken in een grimas. I. is gevlucht uit Afghanistan en heeft zich bij onze organisatie aangemeld als vertaler. 

Ik bewonder zijn vriendelijkheid en tact elke keer als hij ons helpt om Afghaanse families te verhuizen van de jungle naar een betere wijk. Ze mogen hun doorgerotte kippenhokjes of beschimmelde UNHCR-tenten verruilen voor nieuwe, lichte en warmere gezinstenten. Omdat I. nog maar kort op het eiland, alleenstaand èn man is, moet hij achteraan de rij aansluiten. Dus slaapt hij in zijn enkeldoeks festivaltentje aan de rand van jungle. De nachten moeten een hel zijn. Er is maar één natuurlijke staat waarin de mens van binnen koud is. En dat is als-ie dood is.  

Niet stoppen, doorgaan

Ik herinner me dat ik ooit ook zo nat en verkleumd was tot op m’n onderbroek. 

Het is 1987 en ik ben twaalf jaar. Een winterse regenbui en een snerpend koude wind overvalt mijn oudere broer en mij tijdens een wandeling op het Noordzeestrand van Schiermonnikoog. Natte sokken, natte spijkerbroek en dan geeft ook mijn winterjas het op. De kou trekt tot diep in onze botten. We zijn nog lang niet bij de fietsen, maar ik sta op het punt om op te geven. ‘Niet stoppen, Rob. Doorgaan!’ roept mijn broer. ‘Niet stoppen, doorgaan!’. 

Is dat wat deze moeder fluistert in het oor van haar kind? Ik rijd met onze bestelbus door de Moria-jungle en onze blikken treffen elkaar. Ze zit gehurkt voor haar tentje dat wild klappert in de wind. Een getekend gezicht. Tussen haar benen knuffelt ze haar kind. Armen er strak omheen. Haar warme adem blaast ze in de nek van het kind. 

Vonkjes in het donker 

Wat houdt deze gezinnen in godsnaam op de been? Waar halen de ouders èn de kinderen de moed en de hoop vandaan om door te gaan? Om niet op te geven? Het moeten de kleine dingen zijn. Als de ellende zo bot en groot is, dan moeten het de kleine dingen zijn. De vonkjes in het donker.

Een knuffel van je zus, het liedje dat de buurman in de tent naast je zingt en je herinnert aan betere tijden. Toen je vaderland nog een thuis was. Misschien is het het warme, verse brood dat de buurvrouw met je deelt. Of de eerste stapjes van je jongste. Misschien is het wel de vriendelijke blik van een vrijwilliger. Je verstaat hem niet, maar hij maakt je kinderen aan het lachen en helpt met verhuizen naar een nieuwe, lichte en warme tent. Het is dat kopje thee dat je samen drinkt, gehurkt voor de tent. In stilte. Die verbinding, die ogen-blikken. Dat je mens wordt in de blik van de ander. Dan gebeurt het. 

Soms is hoop een Bijbeltekst, soms een prachtig nummer. Deze staat bij mij op repeat sinds ik op Lesbos ben. Voor mij gaat het over de prachtmensen in Moria. En over mij. En misschien ook wel over jou. 

Kommil Foo - Kom Hier Dat Ik U Graag (CD)