‘Straf werkt heel goed, maar je kind leert er niets van’

Erik gelooft niet in het systeem van belonen en straffen van gedrag. Het zorgt er namelijk niet voor dat je kind zich het gewenste gedrag ook eigen maakt. Daarom wil hij zijn kinderen anders opvoeden…

‘Straf werkt heel goed, maar je kind leert er niets van’

Het idee voor dit blog bestond al langere tijd, maar ik vond het moeilijk om er woorden aan te geven. Mogelijk omdat het dichtbij komt - het geeft een inkijk in ons gezinsleven - én ook omdat ik er kritiek op verwacht. Ik wil het namelijk over opvoeding hebben en dan vooral over waarom mijn vrouw en ik kiezen om geen straf in de opvoeding van onze kinderen te gebruiken en gehoorzaamheid niet als waarde na te streven.

Minder straffen en belonen

Als psycholoog bestaat een deel van mijn opleiding in het bekwaam worden in gedragstherapie. Daarin staat centraal hoe een mens leert: door beloning en straf. Best gek dat ik daarom in de opvoeding pleit voor het minderen in beloning en strafmaatregelen.

De woorden die ik zocht om dit uit te leggen heeft ontwikkelingspsycholoog Steven Pont erg goed verwoord. Als hij tijdens een interview reageert op de Bijbeltekst over opvoeden, Spreuken 13: 24, zegt hij:

‘Slaan is onmacht. Straf vooral, maar denk niet dat je dan aan het opvoeden bent. Je bent namelijk aan het africhten. Bij een hond werkt dat, want die heeft geen zelfbewustzijn. Dat wil je bij kinderen juist wel stimuleren. Wij hebben in Nederland een bepaald opvoedideaal: je wilt dat je dochter doet wat jij zegt, maar ook dat ze met alle problemen bij jou aanklopt. Stel, je dochter heeft voor het eerst gezoend. Ze vertelt het tegen je en jij denkt: dat gaan we niet doen! Dat is ingewikkeld. Als je dat namelijk tegen haar zegt, zal ze het nog wel doen, maar niet meer tegen jou zeggen.’

De reden blijft onduidelijk 

Straf werkt heel goed, op gedragsniveau bereik je wat je wilt. Maar de reden waarom je iets wel of niet wilt, blijft voor je kind onduidelijk. Je leert je kind als het ware jou te slim af te zijn.

Toen deze leertheorie en conditionering voor het eerst werd ontdekt in de psychologie pasten een van de grondleggers (John Watson) dit een-op-een toe op zijn eigen kinderen. Hij probeerde door straffen en belonen het gedrag van hun kinderen te beïnvloeden, zonder liefde en empathie. Kinderen zag hij als dieren, die je met de juiste beloning en straf elk gewenst gedrag kon laten vertonen. Huilen was bijvoorbeeld een vorm van manipulerend gedrag dat zo snel mogelijk moest worden afgeleerd door straf of negeren.

We weten nu door de ontdekking van hoe kinderen hechten, dat huilen een manier van communiceren is om hun nood kenbaar te maken. Straffen en belonen werkt goed om gedrag van een kind aan te passen, maar de rigide manier waarop Watson het toepaste, kan op de lange termijn zeer destructief werken. Dat bleek helaas: een van de kinderen van Watson pleegde zelfmoord en anderen deden pogingen tot zelfmoord.

Begrijpen van het waarom der dingen

Straffen en belonen zorgt niet voor het eigen maken van gewenst gedrag. Een kind weet dat hij niet op de bank mag springen, zodat hij geen straf krijgt, maar weet niet waarom hij dit niet mag doen. Ik wil als ouder graag waarden overdragen, dat mijn kinderen het waarom der dingen snappen. Bij ons werkt dat ongeveer als volgt. Als ons kind iets doet wat wij niet fijn of gevaarlijk vinden, dan zeggen we hier wat van en leggen we rustig uit waarom we x of y niet willen. Als ons kind vervolgens niet luistert, dan grijpen we in (bij acuut gevaar), of gaan samen met ons kind alternatieve oplossingen bedenken. Geen straf, maar we laten natuurlijke consequenties wel toe.

Zo wil onze jongste vaak geen jas aan. Als ik hem niet kan bewegen om zijn jas aan te trekken, dan laat ik hem zonder jas naar buiten gaan om de kou te voelen. Als hij dan nog zijn jas niet aan wil, dan laat ik het zo, maar neem ik zijn jas wel mee. Zo kan ik hem binnen redelijk veilige kaders laten ervaren waarom een jas in koud weer nodig is. En tegelijk kan ik hem genade geven als hij zijn jas later toch aan wil. De negatieve consequenties van kou vind ik al genoeg ‘straf’ om van te leren. Extra straf vanwege ongehoorzaamheid is dan echt overbodig en draagt niet bij aan de leerervaring.

In de behandeling van mijn cliënten ben ik ook niet aan het straffen of belonen. Gedragstherapie is gericht op bewustwording van hoe je leert. Deze kennis kun je dan gebruiken door bewust te leren van je eigen gedrag en de consequenties daarvan. Iemand met een angststoornis zal ik bijvoorbeeld proberen uit te dagen om juist wel naar de plekken te gaan waar hij bang voor is. Zo hoop ik dat hij ervaart dat zijn grootste angst (een hartaanval, uitgelachen worden, etc), niet gebeurt.

Gehoorzaamheid als ideaal

Toch kom ik in de kerken de benadering met belonen en straffen nog wel tegen. Ik denk dat dit komt doordat gehoorzaamheid als waarde vaak nog het ideaal van opvoeding is. Bijna blinde gehoorzaamheid wordt nog veel gepredikt en ongehoorzaamheid wordt als zonde gezien.

Deze visie staat bijna haaks op hoe ik mijn kinderen wil opvoeden. Ik wil geen kinderen opvoeden die net als Noach gehoorzaam een boot bouwen en zich niet bekommeren over het lot van de andere mensen. Nee, ik wil kinderen opvoeden die net als Abraham de discussie aangaan met God over het lot van Sodom en Gomorra. Ik wil kinderen opvoeden die bewogen zijn om het leed van andere mensen, niet bang zijn om ‘nee’ tegen God te zeggen. Die net als Jakob strijden met God en na de strijd ervoor kiezen om zich vrijwillig aan God over te geven. Gods plan ‘gehoorzaam’ te volgen na het te hebben bevochten, bediscussieerd, gewijzigd en eigen gemaakt.

Niet bang voor straf

Dat maakt opvoeden er niet makkelijker op. Het zou zoveel makkelijker zijn, als ze gewoon deden wat ik zei. Dat zou zoveel gedoe voorkomen. Maar als ik ze niet toelaat om ‘nee’ tegen mij te zeggen, dan kunnen ze niet leren waarom ik bepaalde regels heb opgesteld. En als ze wat ouder zijn wil ik niet dat ze hun problemen verzwijgen, omdat ze bang zijn om straf te krijgen. Nee ik hoop dat ze dan genoeg vertrouwen in mij hebben om bij mij te komen, ondanks ons verschil in mening.

Ik wil in relatie zijn en blijven met mijn kinderen, geen afstand, wel kaders en grenzen. Ik wil mijn relatie met hen vormgeven, zoals ik die met God ervaar. Een dynamiek van knuffels en kusjes, frustratie, strijd, ruzie, vergeving, begrip en bevrijdende overgave.