‘Als de lente uitblijft, laten we dan voor elkaar lelies kopen, soep koken, geld overmaken voor vluchtelingen’

Annemieke zit thuis nu haar stageschool en opleiding gesloten zijn vanwege de coronacrisis. Buiten kondigt de lente zich aan, opeens is er heel veel vrije tijd, maar haar gedachten worden hoe langer hoe bedrukter...

‘Als de lente uitblijft, laten we dan voor elkaar lelies kopen, soep koken, geld overmaken voor vluchtelingen’

Mijn telefoon heb ik uitgedrukt.

Pas uren later word ik opnieuw wakker, niet van het snerpende geluid van een wekker, maar van de lente en kinderstemmen die door mijn open slaapkamerraam naar binnen drijven.

Ik glimlach en sla de dekens van mij af. Trui aan. Legging. Gordijnen openschuiven en met mijn onderarmen op het venster leunen. Onder mij wordt er gelachen, gestept en gevoetbald. De kinderen lijken het niet erg te vinden dat de scholen dicht zijn.

Ik vind het ook niet erg. Op mijn 44ste ben ik opnieuw de schoolbanken ingedoken. Ik studeer met veel plezier, maar moet wel weer wennen aan de druk van huiswerk en toetsen.

Nieuwe slachtoffers, strengere maatregelen

Maar niet vandaag. Zowel de school van mijn opleiding, als mijn stageschool zitten dicht. Nu heb ik alle tijd om de opgegeven literatuur extra goed te bestuderen en al mijn verslagen alvast te tikken.

Dat zou ik kunnen doen, ja...
Ik slof naar de keuken en zet de waterkoker aan. Terwijl ik wacht, scroll ik door de NOS-app om het laatste coronanieuws in mij op te nemen. Nieuwe slachtoffers, strengere maatregels, sombere vooruitzichten.

De zon schijnt warm op mijn gezicht. Ik leg mijn handen achter mijn hoofd en sluit mijn ogen. Ik zou straks naar het tuincentrum kunnen gaan en bloemen kopen voor in de tuin. Mag dat? Zou het tuincentrum nog open zijn?

Nee! Ik moet mij schamen dat ik mij uitrek en glimlach van het vooruitzicht van heerlijke lege dagen nu de wereld in brand staat! Ik moet mij zorgen maken om alle mensen die lijden onder het virus.

En trouwens, ik heb een bak met huiswerk te doen. Ik moet aan de slag.

Eerst maar eens ontbijten.

En mijn sociale media doornemen.

Ik lees zoveel leerzame dingen, dat ik gewoon niet aan het huiswerk kan beginnen. Zo weet ik nu bijvoorbeeld dat COVID-19 een geheim wapen van de Chinezen is, dat acteur Tom Hanks het virus heeft, en dat je je billen ook best met oude kranten kunt afvegen.

Uitnodigen of vermijden?

Ondertussen is ook de andere student in het huis zijn bed uitgerold en hij verblijdt me met het geluid van twee rappers die elkaars moeder allerlei vreemde dingen toewensen. Dit is voor mij het signaal om te gaan douchen en iets fatsoenlijks aan te gaan trekken.

Terwijl ik mijn haar was, bedenk ik of ik zal aanbieden om op mijn kleinkind te passen, nu dat de kinderopvang gesloten is. Of breng ik dan enkel ziekte over op een jong gezin.

Ik poets mijn tanden en vraag mij af of het liefdevol is om mijn moeder voor het eten te vragen, nu veel van haar activiteiten buitenshuis zijn afgeblazen, of dat ik haar juist moet vermijden de komende tijd, uit zorg voor haar gezondheid.
Ik kan vandaag alle ramen zemen.
Ik kan een boek schrijven.
Ik kan mijn hele mailbox leegmaken.
De dag heeft geen hekken en mijn gedachten rennen als een losgeslagen kalf in de groene wei.
Naar buiten. Ik moet naar buiten.

Kijk de vogels

Ik loop over het grasveld, dat bezaaid is met madeliefjes en ganzenpoep, en ik knoop mijn jas om mijn middel. Het weer is ongelofelijk zacht.

Vaders en moeders kletsen op de rand van de zandbak. (Ze zitten uiteraard anderhalve meter uit elkaar.) Een prinses en een ridder trotseren het klimrek. Halverwege stoot de ridder een strijdkreet uit, terwijl hij zijn schuimrubberen zwaard fier de lucht in steekt. De prinses lacht minzaam en klimt met wapperende rokken naar de top.

De berken lopen uit. Duiven vliegen af en aan, strootjes in hun snavels. Kauwtjes plukken isolatiemateriaal uit een dakrand.
Kijk die vogels, ze zaaien niet en oogsten niet. Ze worden gevoed door boven.
Knoppen van de magnolia springen open. Narcissen sieren de berm.
Kijk naar de lelies, zij werken niet en weven niet, zelfs koningen in al hun luister gaan niet zo prachtig gekleed als één van hen.

Het is winter geweest, het was koud en donker, maar nu gooit de natuur haar hoofd achterover en lacht zij uitbundig. Wat er was, zal er altijd weer zijn. De tijd van omhelzen zal ook wel weer komen.

Er volgt nog een dag van rouw

Het is niet moeilijk voor mij om hoop te putten uit oude woorden met de zon op mijn gezicht en het bewijs van lente in de lucht. Mijn agenda is leeg, mijn lijf is gezond en mijn keukenkastjes en bankrekening zijn voldoende gevuld.

Hoe anders ziet de week van mijn buurvrouw, die in de zorg werkt, eruit. Ze draait extra diensten nu er meer ouderen ziek zijn en koortsige collega's thuis zitten.

Hoe anders is ook het vooruitzicht voor mijn zus en zwager, beiden kleine zelfstandigen in de creatieve sector. Ook hun agenda is momenteel leeg, maar zij liggen wakker van de vraag hoe ze de komende maanden hun vaste lasten zullen betalen. Zullen zij gevoed worden door boven? De tijd zal het leren.

Onderweg naar huis maak ik een praatje met een buurtgenoot wiens partner COPD heeft, en nu hoestend op bed ligt.
We hoeven maar naar onze zuiderburen te kijken om te weten dat Nederland nog maar aan de vooravond van de crisis staat. Er komt nog een dag van lijden en sterven. Er volgt nog een dag van rouw.

Thuis lees ik een artikel over de situatie van vluchtelingen op de Griekse eilanden. Dappere mensen verlieten hun kapotgeschoten thuisland, verloren geliefden en trotseerden een stormachtige zee, om vervolgens terecht te komen in de modderige hel van Moria.
Nu COVID-19 ook de kampen heeft bereikt zijn de gevolgen niet te overzien. Duizenden mensen opeengepakt in lekke tenten op drassige grond. Eén douche op 250 mensen. Zullen die vluchtelingen allemaal goed hun handen wassen? En zullen ze wel anderhalve meter afstand houden van elkaar?

Verlangen naar de derde dag…

Wat zal het moeilijk zijn om te blijven hopen op wederopstanding als tekenen van nieuw leven uitblijven. Zijn er nog bomen in Moria, waar vogels in kunnen nestelen, of zijn alle bomen gekapt voor brandhout? Is er nog vruchtbare bodem waar lelies hun kopjes boven de grond durven te steken?

De dag van lijden en sterven duurt al maanden voor de bewoners van Moria. De dag van rouw sleept al jaren voort. Wat zullen zij verlangen naar de warmte van de zon, een derde dag waarop het weer licht wordt. Want zo is het toch? Na het lijden komt er een derde dag. Wat er was, zal er altijd weer zijn. We weten dit. Op de derde dag kust liefde het leven weer wakker. Op de derde dag staan wij op uit de dood. Kijk naar de lelies.

Mocht de lente nog uitblijven, laten we dan alvast lelies voor elkaar kopen, armenvol. En mocht het tuincentrum toch dicht gaan, laten we dan soep voor elkaar koken, of grapjes naar elkaar sturen, of geld overmaken aan een vluchtelingenorganisatie. Samen kijken wij uit naar de derde dag, het moment dat het leven voor altijd de dood overwint. Wij verlangen naar Pasen, meer dan wachters naar de morgen, meer dan wachters uitzien naar de morgen.