Lotte Pen: ‘Ik vind woorden niet zo interessant, en al helemaal niet wanneer het over God gaat’

Je bent kunstenaar en je bent gelovig. In hoeverre beïnvloeden die twee elkaar? Of blijven het twee gescheiden werelden? Illustrator Hanneke Rozemuller gaat op pad om het drie bekende kunstenaars te vragen. De tweede die ze ontmoet is saxofonist en componist Lotte Pen.

Lotte Pen: ‘Ik vind woorden niet zo interessant, en al helemaal niet wanneer het over God gaat’

Lotte Pen speelde in concertzalen over de hele wereld met de diverse orkesten waarvan ze deel uitmaakte. In 2018 werd ze uitgeroepen tot beste producer uit Oost-Nederland voor Nieuwe Elektronische Waar, een springplank voor producers uit Oost-Nederland naar de rest van de wereld. Op dit moment maakt ze haar eigen muziek: neoklassiek en elektronisch en als het even lukt buiten de conventionele kaders. Dat zie je bijvoorbeeld terug in haar nieuwste voorstelling Pelgrim, die experimenteel en interactief is.

Je bent kerkelijk opgevoed?

‘Ja, Nederlands gereformeerd. Mij ouders waren altijd heel actief in de kerk. Ik als tiener ook wel. Dan ging ik naar Wervelwind, dat waren tienerweekenden van de EO. Dat was echt helemaal fantastisch. Als tiener was ik wel ‘hardcore christen’, zeg maar. Op de middelbare school had ik helemaal geen vrienden die net zo bezig waren met geloof als ik. Bij Wervelwind wel. Die plek voelde helemaal als thuiskomen. Het was voor mij ook de plek waar ik erachter kwam dat mensen ook anders geloofden dan de mensen die ik kende uit de kerk. Dat was best een schok.

Ik weet nog dat we op de middelbare school voor godsdienst een kerkentocht hadden. We kwamen toen langs een Lutherse kerk. Ik sprak de voorganger, en die zei: Jezus die is gestorven en opgestaan, dat is maar een verhaal. Dat hoeft niet per se te betekenen dat hij echt voor je zonden is gestorven. Toen was ik erg geschokt. Ik dacht: hoe kan je dát nou geloven? Toen zei ik tegen hem: U wéét toch dat Jezus voor uw zonden is gestorven? Dat was heel schattig, achteraf.’

Geloof je nu nog steeds?

‘Dat denk ik wel. Ja.’

Waarom?

‘Moeilijke vraag. C.S. Lewis zei zoiets als: of dingen waar zijn of niet, dat maakt me niet zoveel uit. Het effect ervan op mensen, wat geloven of de geloofsgemeenschap met hen doet, dát is relevant. Het geeft hoop. Hoop dat de wereld mooier en beter wordt, dat het licht altijd overwint. Ik geloof wel dat er een scheppende kracht achter alles zit. Of dat ook echt waar is, dat vind ik niet zo interessant.

Geloven helpt mij om andere keuzes in mijn leven te maken. Om de dagen door te komen wanneer ik me afvraag waar ik het voor doe. Om te geloven, ondanks dat alles eraan lijkt te gaan, dat het tóch goedkomt. Ik geloof omdat het me uiteindelijk meer geeft om te geloven dan om het niet te doen. Ik word er dankbaar van, en socialer. Het levert ook iets op voor de gemeenschap.’

Je zegt: het maakt me niet uit of het waar is, maar je zegt ook: maar dan weet ik dat het allemaal goed komt. Waarom maakt die waarheid niet uit?

‘Nou, ik weet echt niet of het goedkomt. Kijk, mijn moeder is overleden. Ik weet niet of ze nu in de hemel is. Misschien niet, maar de gedachte dat ze nu thuis is, helpt mij. Dat is mij meer waard dan het de waarheid. Die kun je nu eenmaal niet achterhalen. Daarom speelt bewijs voor mij niet zo’n rol.

Ik probeerde laatst aan Nelis, mijn zoontje, te vertellen dat Sinterklaas niet bestaat. Hij zei toen: “Er is toch Sinterklaasjournaal? En ik heb toch pakjes in mijn schoen gekregen?” Ik zei: “Liefje, wij hebben die pakjes daar toch neergelegd?” “Maar de wortel is toch weg”, zei Nelis. “Ja,” zei ik, “maar die hebben papa en ik daar weggehaald.” Het maakte niet uit wat ik zei, hij bleef geloven.’

Zie je dat niet als jezelf voor de gek houden?

‘Ja, maar maakt dat uit? Is dat erg? Als het helpt…’

Heb je ooit het idee gehad: ik geloof niet?

‘Ja, ik heb wel het idee gehad dat het er niet zoveel toe deed. De wereld gaat toch wel ten onder, zo voelde het. Er was niet zoveel hoop. Ik had genoeg van het geloof, de kerk en alles eromheen. Mensen uit de kerk zeiden dingen als ‘God is bij je. Houd moed.’ Pff. Wie zegt dat? Ik had daar geen behoefte aan. Ik had geen zin meer om naar de kerk te gaan, om die hoofden weer te zien.

Toen ik zei: “God is er niet”, toen gebeurde er niet zo veel. Er kwamen geen bliksemschichten, ik werd niet opgehaald om naar de hel te vertrekken. Het was heel bevrijdend. Niet meer al dat gedoe.’

Heeft het lang geduurd voordat je weer kon geloven?

‘Vlak na onze verhuizing naar Deventer zat ik tijdens Eeuwigheidszondag weer eens in de kerk. Dat is de protestantse variant van Allerzielen, dan worden de doden herdacht. Mijn moeder leefde toen nog, maar we wisten dat het niet meer zo lang zou duren. Het koor zong een supermooi stuk van Samuel Barber, Let Down the Bars, O Death. Daarin werd een soort verlangen naar de dood bezongen. Dat stond voor mij voor een verlangen naar God en de hemel. Ik was daar zo door geraakt. Die hoop was precies waar ik naar verlangde. Dat als mama zou overlijden, het toch goed zou zijn. Dan is het klaar, dan hoeft ze niet meer te lijden.

Dat moment in de kerk, dat was weer het eerste sprankje. Het stimuleerde me om te kijken naar het ‘wat dan wel?’ Ik wist dat ik niet meer verder kon met het idee dat Jezus voor mij persoonlijk moest sterven, omdat ik het verpest heb. Ik vind dat zo klein gedacht, ik voel dat het veel groter is dan dat. Maar ik weet nog steeds niet precies wat daarvoor in de plaats komt.

Het is ook zonde wanneer het allemaal benoemd en uitgedacht moet worden. Ik heb niet die neiging om het te begrijpen. Op het moment dat je in woorden probeert uit te leggen waarom je van iemand houdt, schiet alles tekort. Ik vind woorden niet zo interessant. Al helemaal niet als het over God gaat. Hij is veel groter dan dat.’

(Lees verder onder de video)

Lotte Pen - Tryptich I II III

‘Volgens mij is het mooie van God juist dat je steeds minder weet naarmate Hij dichterbij komt. Hij wordt alleen maar groter, raakt steeds verder weg van die boze meneer waarmee ik ben opgevoed. Die vindt dat je straf verdient, maar die toch ook te veel van je houdt om die straf te geven.

Dat ondoorgrondelijke van God vind ik prachtig. Ik heb ook het idee dat ik veel geloviger ben geworden dan toen ik nog dacht dat ik elke dag de Bijbel moest lezen. Dat is zo jammer, dat idee. Het zou jammer zijn als het allemaal van die ene actie af zou hangen. Het is heel interessant om Paulus te lezen, hoor. Om te lezen welk verhaal hij in zijn tijd vertelde, en wat wij daaruit kunnen leren over God. Maar het is egoïstisch om te denken dat het allemaal over jou gaat. En dat je geloof daar ook nog eens door versterkt zou worden. Dat is toch zonde. Ga lekker naar buiten, het bos in. Doe een ademhalingsoefening op een boom. Kijk daarna nog even goed om je heen. Dat werkt veel beter voor mij.’

Muziek is belangrijk voor je, zie je daarin ook iets van God?

‘Muziek is een levensader. Zonder muziek zou er niets bloeien, denk ik. Door muziek mensen met elkaar verbinden, dat is het mooiste wat er is. Verbinding is het doel, en muziek is toevallig het middel, de taal die ik spreek. Wanneer we met elkaar aan het zingen zijn, dan is daar God. We doen het niet vóór hem, Hij ís het.

Het meest toffe aan muziek vind ik dat het woordloos is. Alle kunst vind ik mooi, maar alles heeft beeld en taal. Muziek heeft beide niet. Toch raakt het mensen. Ik ken bijna niemand die niet van muziek houdt. Dat terwijl het de meest abstracte vorm van kunst is. Elke andere vorm van kunst doet je heel letterlijk begrijpen wat de artiest wil zeggen. Maar bij muziek, zeker instrumentale muziek, kun je zelf voelen waar het over gaat.’

Vertel je een verhaal met je muziek?

‘Ik wil mensen laten delen in een woordeloos verhaal. Ik ben bezig met De Pelgrim, een project waarbij ik mensen een muzikale pelgrimage laat doen. Ik wil hen verleiden om de beweging van buiten naar binnen te maken. Dat is voor mij persoonlijk een herinnering aan de tijd dat ik nergens meer in geloofde. Ik werd toen verplicht om stil te staan en naar binnen te keren. Dat was niet leuk, maar wel helend. Ik stond stil en overwoog alles: wat ik geloof, waarom ik dingen doe zoals ik ze doe, wat me drijft.

Vandaar de muzikale pelgrimage: tijdens het wandelen verdwijnt je ego en word je een met je omgeving. Mensen doen vaak aan pelgrimages mee omdat ze zichzelf willen vinden. Vervolgens gebeurt de magie juist in de herberg, waar ze anderen tegenkomen. Op het moment dat je niet zo met je ego bezig bent, heb je veel meer oog voor de ander. Er is meer verbondenheid. Dat is veel vrijer, dan wordt het pas echt interessant.’


Muziekwandelingen op maat

Wil je genieten van de muziek van Lotte? Speciaal in deze thuisblijfweken biedt ze muziekwandelingen op maat aan. Een unieke compositie die je kunt downloaden van zo’n 40 minuten inclusief enkele pauzes die je helpen om even stil te staan bij wat deze tijd met je doet. Hier lees je meer info en kun je de muziekwandeling downloaden.


Meer over Lotte en haar muziek vind je op haar site: lottepen.nl