Lydia: 'We moeten weer onbevangen leren leven'

Lydia van Maurik ziet haar pleegdochtertje genieten van een voorstelling. Daar kunnen wij volwassenen van leren, beseft ze. Het Koninkrijk van God is in de onbevangen vreugde van een kind.

Lydia: 'We moeten weer onbevangen leren leven'

In de voorjaarsvakantie gingen we met ons pleegdochtertje Z. en een bevriend gezin naar het ‘Chinese lichtfestival’ in het Ouwehands Dierenpark. Een uitje waarnaar de kleintjes de hele week hadden uitgekeken. Twee dolle kleuters raceten als ongeleide projectielen door de dierentuin. Hun ogen groot als schoteltjes, een constante lach van oor tot oor en een gretigheid waar je als volwassene alleen maar van kunt dromen. Onze avond bestond dus vooral uit het als gekken achter twee kleuters aanhollen.

Totaal betoverd

Halverwege de route werden we een tent ingeleid en belandden we in een voorstelling over Koning Winter. Geen winter te bekennen deze winter, maar daar trokken de acteurs zich niks van aan. Ze draaiden geroutineerd hun verhaal af, inclusief vaste interactieve momenten, clichés en flauwe grappen. Het ging geloof ik over de kleur wit die kwijt was en dat er daarom geen sneeuw was. Ik heb de clou een beetje gemist, want ik was vooral geboeid door de silhouetten van twee kleutermeisjes die zich, met bungelende beentjes en open monden, totaal lieten betoveren door het verhaal. Ik probeerde me te herinneren hoe dat voelde vroeger, die betovering.

Stemverheffing, alles gaat bijna mis, komt toch nog goed, de muziek zwelt aan, en dan... sneeuw! Met een keihard JAAAAAA! gooit Z. haar beide armpjes in de lucht. Ze kijkt achterom. Een stralend gezichtje: 'Kijk mama, SNEEEEEEUW!!!' Ze springt overeind en danst van pure vreugde de trappen af om eraan te voelen, haar handjes er helemaal in te begraven. Ik kan er niks aan doen: de tranen lopen over mijn wangen.

Worden als kinderen

Het ontroert me natuurlijk. In de eerste plaats omdat ik dit kleine mensje ook heb gekend als een dreumes zonder echte gezichtsuitdrukking, zonder echte lach. Een meisje met een harde, schorre stem, dat vooral bezig was zich vol te schrokken. Dat niet huilde als ze viel en niet in staat was om oogcontact te maken. Laagje voor laagje vielen de schillen van haar af in de afgelopen jaren. En moet je haar nu eens zien: ze drinkt het leven tot de laatste slok. Zonder reserve. En ze wil het delen: ‘Mama, kijk, sneeuw!’ Ze heeft nu eindelijk het vertrouwen dat het leven haar goede dingen brengt. Dat ze haar hart onbevangen open kan zetten, zonder reserves. Ze voelt zich veilig en geborgen, en kan zich overgeven aan geluk.

Wat had Jezus ontzettend gelijk toen hij zei dat we als kinderen moeten worden om het Koninkrijk van God binnen te gaan. Dat we al onze bagage van onze kamelen moeten laden, om door het ‘oog van de naald’ (de kleine poort bij de ingang van de stad Jeruzalem) te passen. Je hebt er niks aan, al die lagen zelfbescherming. Want, nog zo’n oude vertrouwde tegeltjeswijsheid van Jezus: 'Heeft ooit iemand één el aan zijn levensduur toegevoegd door zich zorgen te maken?'. Tijdens dat lichtfestival zag ik even een stukje Koninkrijk van God in de ogen van kleine Z.

Schillen en laagjes

Aan de andere kant maakt dat me ook verdrietig, want ik ben zelf vergeten hoe dit moet. In de loop der jaren zijn er bij mij juist schillen bij gekomen. De automatische piloot bijvoorbeeld: leven van dag naar dag naar dag, zonder echt besef van het hier en nu. Afwerken van lijstjes, verplichtingen, agenda-dwang. Maar ook laagjes angst, slechte ervaringen, teleurstelling, cynisme zelfs. Laagjes ‘wat zullen de mensen wel niet denken’. Laagjes ‘ben ik wel mooi, leuk, succesvol genoeg’. Laagjes zorgen over geld, ziekte, werk, wonen.

Ooit zaten mijn man en ik in een heel verdrietige tijd. We trakteerden onszelf op een reis naar Zuid-Afrika en gingen in een kano de oceaan op, op zoek naar jonge zeerobben. Plotseling verscheen er een gigantische schaduw onder water. Een jonge zuidkaper van twaalf meter lang zwom drie kwartier met ons mee, bekeek ons uitgebreid en vouwde zijn lijf steeds heel voorzichtig om onze kano’s heen. Een gigantische kleuterwalvis die ons net zo spannend vond als wij hem. Ik geloof niet dat ik ooit meer geluk heb ervaren dan in die drie kwartier. Dwars door alle laagjes verdriet en teleurstelling van die tijd hoorde ik heel duidelijk: ‘Vertrouw er nou naar op. Soms gebeurt er zomaar iets moois. Zie het niet over het hoofd.’

Vertrouwen

In al het gekakel in de media over de gevaren van het coronavirus, recessie, en klimaatverandering overheerst één overtuiging: het is belangrijk om ons zoveel mogelijk te beschermen tegen alles wat het leven ons kan aandoen. Terwijl de werkelijkheid is dat er veel meer goed dan fout gaat. We kunnen het tegenovergestelde proberen, vertrouwen dat er elke dag zomaar iets prachtigs zou kunnen gebeuren. Dat lukt alleen als we ons veilig en geborgen voelen bij God. Geen zelfgemaakte schijnzekerheden, maar de zekerheid dat God ons niet loslaat, wat er ook gebeurt. Alleen dan kunnen we onbevangen het leven omarmen.

Zie, ik ga iets nieuws verrichten,
nu ontkiemt het - heb je het nog niet gemerkt?

Ik baan een weg door de woestijn,
maak rivieren in de wildernis.

Jesaja 43:19