Wat eenzaamheid met het lichaam te maken heeft…

De Ierse dichter, theoloog en activist Pádraig Ó Tuama schreef een prachtig boek met gedichten en korte gedachten: Verhalen van liefde – en alles wat schuurt. We selecteerden een fragment, over eenzaamheid en een schitterend gebed in een prullenbak.

Wat eenzaamheid met het lichaam te maken heeft…

Augustinus van Hippo schijnt gezegd te hebben: ‘Hoop heeft twee mooie dochters, boosheid en moed. Boosheid over hoe de dingen zijn en moed om ze te veranderen.’

Als het lichaam twee wijze dochters heeft, denk ik dat het eenzaamheid en kwetsbaarheid zijn. Genoeg eenzaamheid om je ware zelf onder ogen te komen en genoeg kwetsbaarheid om het verhaal met anderen te delen. Het wrede van onze halfgeleefde levens is dat de zogenaamde onderlinge verbondenheid vaak gebaseerd is op vergelijking en opgehouden schijn. Zulke verbindingen parasiteren op echte menselijke gemeenschap. Zulke verbindingen lijmen mensen aan elkaar met angst en vertellen aan sommige mensen dat hun eenzaamheid en kwetsbaarheid wel meevallen, dus dat ze het best alleen af kunnen.

Gebed in de prullenbak

Toen ik schoolpastor was, schreef een scholier eens een gebed voor onze dagsluiting. Hij schreef het op, las het voor en gooide het toen in de prullenbak. Ik viste het eruit en lijstte het in en hing het thuis aan de muur. Ik weet niet wat ik anders zou moeten bidden:

 

Lieve God.
Dank u dat u me op deze aarde hebt gezet
maar mensen kunnen eenzaam worden
en ik vind het niet fijn als mensen eenzaam zijn
want soms ben ik het zelf
en dat voelt niet goed.
Dus ik zou het fijn vinden als u ze paarsgewijs
zou koppelen aan iemand die niet eenzaam is
als u dat kunt.
Amen.
Triest zou vrolijk kunnen zijn.

 

Hij las het gebed voor met zo’n waarachtige eenvoud dat ik dacht dat ik zou breken. Onderaan het gebed was een plaatje getekend van een verdrietig gezicht met een regenwolk eroverheen en een gelukkig gezicht midden in een zon. Triest zou vrolijk kunnen zijn, ik denk dat dat bedoeld is, of regenachtig zou zonnig kunnen zijn.

Dit gebed is zo bescheiden en terughoudend vormgegeven. Ik weet niet of ik de woorden ‘als u dat kunt’ ooit mooier heb horen gebruiken. Het is alsof hij begreep dat er grenzen zijn aan wat God kan doen maar dat het geen kwaad kan om te vragen.

Toen ik theologie ging studeren, leerde ik het begrip ‘redactiekritiek’ kennen. Dat is de vaardigheid om te ontdekken hoe de teksten die we nu als een literair geheel zien, het product zouden kunnen zijn van bewerking, dus dat er nog gedurende tientallen jaren in veranderd, aangevuld en geschrapt is.

In de redactiekritiek vraagt de geleerde waarom Lucas het verhaal over Johannes de Doper anders vertelt dan Marcus terwijl aangenomen wordt dat Lucas toegang had tot de tekst van Marcus. Redactiecritici onderscheiden lagen van bewerking in de tekst en hechten grote waarde aan de betekenis achter bewerkingen.

Toen ik deze twaalfjarige ontmoette en zijn gebed hoorde, vroeg ik me af hoe het zat met die doorgestreepte niet. Hij had de zin duidelijk eerst geschreven als ‘Dus ik zou het fijn vinden als u ze paarsgewijs zou koppelen aan iemand die niet eenzaam is, als u dat kunt’, maar later was hij erop teruggekomen en had hij van het ‘niet’ een doorgestreepte niet gemaakt.

Hallo eenzaamheid.
Wat heeft eenzaamheid met het lichaam te maken? Ik denk dat de relatie met het lichaam dicht bij de relatie met ons zelf ligt. Als we echt alleen zijn, als we in een ruimte terechtkomen waar vergelijking met anderen geen rol speelt – ongeacht of dat tot een gevoel van superioriteit of van inferioriteit zou leiden – dan zijn er vragen die we onszelf moeten stellen.

Gedicht dat me troostte

Toen ik vijftien was, werd ik midden in de nacht wakker, pakte een vel papier en schreef in het donker een kort gedicht dat me troostte toen ik eenmaal wakker was:

En wie ben jij als je alleen bent in het donker als je thuis bent?

Er zit genoeg voorspelbare tienerangst in, daar kun je niet omheen, maar ik denk dat het ook een soort wijsheid was – de wijsheid die me ertoe bracht om mijn verhouding tot mijn lichaam te bepalen op basis van een verhouding tot mijzelf en niet op basis van relaties waarin vergeleken wordt.

Vriendschap met je lichaam hoort niet gebaseerd te zijn op vergelijking, het is iets tussen jou en jezelf. Vriendschap met anderen hoort gebaseerd te zijn op behoefte en ruimhartigheid, niet op macht.

 

In dit boek beschrijft Pádraig in autobiografische verhalen over liefde, zijn zoektocht naar een thuis, zijn uit-de-kast-komen en hij weeft er Bijbelverhalen, Keltische spiritualiteit, mindfulness en poëzie doorheen.

‘Het boek raakt gewoon. Het is goed geschreven. Het is grappig, slim, eerlijk en recht voor z’n raap. (..) Het is kwetsbaar geleefd geloof zonder vrome opsmuk’, aldus Trouw-recensent Wolter Huttinga die het boek vier sterren gaf.  

Verhalen over liefde en alles wat schuurt | Pádraig Ó Tuama | Skandalon | 272 blz. | € 22,50