Gertine: ‘De grote boze wereld zit bomvol God’

Waarom hebben christenen toch van die negatieve overtuigingen over de wereld buiten hun bubbel, vraagt Gertine zich af. Ze kwam erachter dat de-grote-boze-wereld die haar als leeg en betekenisloos werd voorgesteld ‘bomvol God’ zat.

Gertine: ‘De grote boze wereld zit bomvol God’

‘Studeer geen theologie, want dan val je van je geloof. Lees geen Harry Potter, want dan word je naar het occulte toegetrokken. En houd je ook verre van die andere Harry, Kuitert, kijk hoe het met hem is afgelopen. Draag als meisje geen legging, dat is een kleine stap naar de broek. Lees Genesis 1 niet als poëzie of allegorie, straks neem je niets meer in de Bijbel letterlijk. Ga als kerk niet ritmisch psalmen zingen, want dat is een stap richting gezangen en dan is het hek van de dam…’

Al deze waarschuwingen en varianten ervan heb ik weleens gehoord toen ik opgroeide. Het was het gevaar van het Hellend Vlak. Wie een klein stapje richting die helling zette, zou onvermijdelijk nog een stap nemen, en nog één, en nog één… Tot je uiteindelijk beneden aan zou komen. En onderaan het hellende vlak lag de wereld die van God los was.

Onbestemde angst in de kindergeest 

Van sommige waarschuwingen voor het hellend vlak trok ik me niet veel aan – Harry Potter, gezangen en broeken waren te verleidelijk om links te laten liggen. Toch was ik wel vatbaar voor het achterliggende idee van de waarschuwingen, namelijk dat er blijkbaar ergens een werkelijkheid is waar je te allen tijde vandaan moet blijven. Zo veroorzaakten ze de groei van een vasthoudende onbestemde angst in mijn kindergeest. Of nou ja, misschien is angst een te sterk woord. Het was meer een soort bangheid, gevoed door mijn toch al wat schuchtere zelf.

Een bangheid voor alles wat anders was dan de veilige gewoontes en leefregels van de ‘eigen soort’. Veiligheid en begrip zocht ik, onbewust weliswaar, bij mensen die mijn achtergrond deelden. De wereld was zo enorm en grenzeloos buiten die kleine veilige afgescheiden ruimte die ik zo goed kende. 

Mijn bangheid uitte zich met name in de manier waarop ik mensen benaderde. Lang durfde ik de niet-gelovigen in mijn omgeving niet toe te laten tot mijn persoonlijke leven. Vriendschappen met geschiedenis-studiegenoten liepen op niets uit, omdat ik ze onbewust op afstand hield. Ik durfde ook niet eerlijk mijn twijfels rondom God en geloof te onderzoeken, bang om die veiligheid, om God zelf te verliezen. Als ik eenmaal die twijfel zou toelaten, dan wist ik niet wat me te wachten stond – dat voelde ik wel aan.

Welkom in de van-God-los-wereld

Dat klopte. Want na de eerste scheurtjes in mijn wankele bangige wereldbeeld was er geen houden meer aan. Ik gleed van het hellende vlak af. Eerst probeerde ik krampachtig terug omhoog te klimmen, maar ik kon het niet houden. Ik roetsjte naar beneden.

Ik vond mezelf terug in die enge, bedreigende, van-God-los wereld aan de onderkant. Hier was ik nu, op die plek waar ik zo bang voor was geweest. Waar ik niet naar had durven kijken uit angst ergens terecht te komen waar ik geen controle meer had.

Maar de aarde draaide gewoon door. De mensen knikten me vriendelijk toe. Welkom. Ik keek om me heen en zag een nieuwe wereld.

En mijn angst verdween. Als een ballon die doorgeprikt werd.

Ik begon boeken te lezen die ik eerder niet durfde openslaan: van schrijfers als Richard Dawkins, Herman Philipse, Harry Kuitert – een regelrechte bevrijding. God bleek mijn bescherming niet nodig te hebben. Je bleek te kunnen zoeken en twijfelen zonder de kern te verliezen. Overbekende Bijbelverhalen openden zich eindelijk weer, bevrijd van het knellende juk van de letterlijkheid. De grote boze wereld die op het eerste gezicht leeg en betekenisloos leek, zat bomvol God.

Schrijfster Rachel Held Evans zei ooit in een interview met de Nieuwe Koers: ‘…anders dan jou verteld is, leidt dat hellende vlak slechts tot nieuwe vergezichten en zienswijzen die je daarvoor niet had kunnen vermoeden. Twijfel brengt je niet bij de poorten van de hel, maar bij een diepere kennis van de God van de Bijbel.’

Waarschuwingen zijn gevoed door negatieve overtuigingen

Hellend-vlak-waarschuwingen komen voort uit allerlei overtuigingen. Die kunnen positief zijn – over hoe het goede leven eruitziet, over hoe God wil dat mensen leven. Maar vaker - is mijn vermoeden - worden waarschuwingen gevoed door negatieve overtuigingen. Over dat de vreemde ander een bedreiging is, over dat jij beter weet hoe het zit, over dat je bang bent iets kwijt te raken. Het zijn waarschuwingen die een nadrukkelijk onderscheid veroorzaken tussen in en uit, binnen en buiten, zij en wij.

Is niet zoveel van onze bangheid daar opdaarop terug te voeren? Dat aloude, menselijke instinct om alles wat vreemd en anders is, ver weg te houden? We willen geen mensen in ons veilige wereldje die kritische vragen stellen. We vrezen te verliezen wat voorheen zeker leek, willen geen afscheid nemen van tradities, beducht voor de kans dat onze vastgeroeste ideeën en vertrouwd wereldbeeld gaan wiebelen.

Daarom bouwen we muurtjes, scheiden we onszelf af met regels en gewoontes, vormen groepen met herkenbaar gedrag. Jij hoort er wel bij, jij niet. We laten de ander alleen toe als hij of zij zich aanpast. Zo hoeven we niet zoveel na te denken en is het leven makkelijk en overzichtelijk. Te gechargeerd? Misschien.

Iets van God in de ander zien 

Onderaan het hellend vlak bleek het leven niet meer erg overzichtelijk te zijn. Bibberend en tegensputterend was ik eraf gegleden, maar toen ik eenmaal weer opstond, leerde ik om echt naar mensen te kijken. Er was geen barrière meer die me tegenhield, er waren geen vanzelfsprekendheden. Nu pas durfde ik. Nu pas kon ik open en onbevooroordeeld luisteren – en leerde ik anderen niet te beoordelen op wat ze geloven en hoe ze hun zondag besteden, maar hen te zien als medemens. Ik leerde om de ander, letterlijk, in de ogen te kijken en daar iets van God te zien zonder dat daar eerst uiterlijke voorwaarden voor nodig waren.

Zonder die angst voor de buitenwereld, kon ik op ontdekkingstocht in die wondere wereld – een wereld die al die tijd al op me had liggen wachten. Onoverzichtelijk en genuanceerd en eerder grijs dan zwart-wit, maar tegelijkertijd rijker en gevarieerder dan ik had kunnen dromen. Vol bijzondere verhalen en creativiteit en liefde.

God draait vanzelfsprekenheden om 

Het belangrijkste dat ik heb geleerd, is dat menselijke bangheid van God een hokjes-God kan maken. En dat terwijl God zelf in Jezus Christus ons uitdaagde om altijd weer over die hokjes heen te klimmen, om de grens over te gaan. Hij vertelde verrassende verhalen die menselijke vanzelfsprekendheden omdraaiden. De ‘naaste’ blijkt niet degene in jouw bubbel, maar degene die je onderweg tegenkomt. Het zijn niet de muren waarbinnen wij ons thuis vinden, maar God zelf.

Om maar eens een gezang te citeren: 

‘Dat wat wij hebben ons niet gijzelt,
dat wij van elke dwang bevrijd
naar onbekende plaatsen reizen.
Dat Gij ons onderkomen zijt.’

(René van Loenen, Lied 816 uit: Liedboek. Zingen en bidden in huis en kerk)

Wat mij betreft glijden we met z’n allen van het hellend vlak af, richting een wereld waarin muurtjes lager en groepjes groter worden.