'Wat betekent mijn geloof eigenlijk in deze tijden van crisis?'

In deze coronatijden had ik graag gelovig willen zijn, schreef Marieke Wouka in het NRC Handelsblad. Geloof geeft namelijk rust en vertrouwen. Dat zet onze blogger Annelies aan het denken: is mijn eigen geloof in God wel zo'n instant-oplossing? En hoe werkt dat dan precies?

'Wat betekent mijn geloof eigenlijk in deze tijden van crisis?'

Lieve Marieke,

Wat heb je een prachtig en eerlijk stuk geschreven in NRC Handelsblad. ‘Voor het eerst zou ik gelovig willen zijn’, zeg je, geconfronteerd met je eigen onzekerheid. Je schrijft dat je zelfs met jouw auto-immuunziekte altijd vertrouwen hebt gehouden. Tijdens dit coronatijdperk is dat weg. Je hoopt slechts op een goede afloop, maar je ervaart een bodemloze tijd die jou niet draagt. Bij de gelovige collega’s om jou heen is het anders, denk je. Die hebben jaloersmakend veel kalmte en vertrouwen. Je sluit jouw column af met de suggestie dat je bijna zou gaan bidden of je alsjeblieft ook gelovig zou kunnen worden.

Het allereerste wat ik dacht toen ik die laatste zin las, was: nee, alsjeblieft, doe het niet! Vijf jaar geleden had ik wellicht een gat in de lucht gesprongen. Yes! Eindelijk iemand die eens wil geloven. Nu denk ik vooral dat geloven in God geen instant-oplossing is voor existentiële onzekerheid. Of toch wel? Je hebt mij met jouw schrijven stilgezet bij wat mijn geloof eigenlijk betekent in deze tijden van crisis. Dank daarvoor, ik deel mijn overwegingen graag met je.

Naar de klote

Laat ik beginnen bij mijn gemoedstoestand. Ik ben net als jouw collega’s aardig kalm en vol vertrouwen. Ik ben gezond, ik zit niet in een risicogroep en de kans dat ik overlijd aan dit virus is klein. Mijn lichaam heeft het nog nooit laten afweten en kon zichzelf altijd weer beter maken. Verder staat mijn baan niet op de tocht, noch die van mijn man. Het dak boven ons hoofd en het brood op onze plank zijn voorlopig gegarandeerd. Tot zover heeft mijn kalmte nog niets met geloof te maken. Ik kijk simpelweg naar het verleden en de statistieken van nu en ik denk dat ik er wel doorheen kom. Zoals vele mensen van mijn leeftijd die gezond zijn en een baan hebben.

Voordat de pandemie uitbrak bevond ik me overigens wel regelmatig in een minder kalme stemming. Ik verkeerde regelmatig in een rouwstemming als ik werd geconfronteerd met de arbeidsomstandigheden van de arbeiders die mijn kleding maken. Met misstanden in de slachterijen waar mijn vlees vandaan komt. De rampzalige toestand in de Griekse vluchtelingenkampen. Het feit dat de batterij van mijn telefoon met kinderarbeid gemaakt wordt en vervolgens zorgt voor enorme milieuverontreiniging. Ik dacht zelfs op een gegeven moment: er is niets meer aan te doen. We gaan gewoon ten onder. De hele wereld gaat naar de klote en onze berg schuld is nog groter dan Mount Everest.

De bedoeling?

Als jij schrijft dat je niets kunt doen en slechts kunt hopen op een goede afloop, dan herken ik dat uit het veld geslagen gevoel. Een wereldsysteem valt niet zomaar te veranderen en een virus stop je niet zomaar.
Ik leerde recent wel iets heel belangrijks bij een opleiding die ik volgde. Het ging over twee manieren van leven: leven in vertrouwen en leven in angst. Aan welke Annelies had de wereld het meest? Aan degene die uit het veld geslagen was of degene die vanuit vertrouwen leefde? We dachten na over hoe je met alles wat je meemaakt vanuit de angst terug naar het vertrouwen kunt gaan. Ik had het antwoord niet zien aankomen. Het was jezelf de vraag stellen: ‘En wat nu als dit de bedoeling is?’ 
Had ik in mijn hele christelijke leven steeds meer afscheid genomen van het idee dat dingen Gods wil zijn en dat er geen waarom is, kwam ineens die bedoeling weer om de hoek kijken!

Inmiddels merk ik een heel ander effect wanneer ik deze vraag toepas. Allereerst is het een vraag en geen conclusie. Het laat je niet graven naar een waarom of naar een bedoeling, het geeft je een vertrekpunt om weer met andere ogen te kijken. Als ik mezelf deze vraag stel word ik nieuwsgierig, ga ik weer op zoek, word ik oplettender, creatiever en dankbaarder. Ik vraag me af hoe ik kan meebewegen op de golf die toch al voorbijkomt. Het belangrijkste dat dit oplevert is vertrouwen. Vertrouwen dat het leven mij draagt. Dat alles altijd ‘op tijd’ is. Dat alles goed komt, omdat het al goed is.

Oefenen

Als je mij nu vraagt wat geloven betekent in deze tijd zeg ik: oefenen in vertrouwen. De angst herkennen en weer teruggaan naar vertrouwen. Ik heb dat net zozeer geleerd van mijn niet-religieuze medemens als van mijn mede-Godgelovers.

Lieve Marieke, ik sluit af. Als je toch wilt bidden om gelovig te worden, beloof je dan dat je het net zo doet als je zoontje? Hij vroeg de Sint afgelopen december of hij alsjeblieft Piet mocht worden en begon meteen vol overgave te oefenen. Vragen is mooi, maar oefenen is key. Gelovig zijn kun je de hele dag doen. Dankbaar zijn voor wat er wel is. Zingen, dansen, samen plezier maken. Liefhebben. Nabij zijn. Met je handen in de aarde woelen. Dingen doen waar je blij van wordt. Een kaarsje opsteken voor al je dierbaren. Welkom bij de club!