In quarantaine met Kierkegaard (een les in vertrouwen)

Hoe kun je de toekomst tegemoet treden terwijl het hier en nu al zoveel aandacht van ons opeist? Geert Jan Blanken zoekt en vindt raad bij Søren Kierkegaard.

In quarantaine met Kierkegaard (een les in vertrouwen)

Onder de enorme druk die we nu voelen ontstaan prachtige vormen van eenheid. Maar ook de tegenstellingen roeren zich, vooral innerlijk. Bij mij bijvoorbeeld doordat ik enerzijds voortdurend de horizon van de toekomst afzoek om me te laten verzekeren dat het allemaal goed komt. Anderzijds heb ik nooit eerder zo m’n best gedaan om in het hier en nu te leven. Alleen willen letten op m’n adem, m’n zintuigen (want die kennen geen toekomst), niets bedenken, niets verwachten. Ik leef dus in een spanning tussen het nu en de toekomst.

In z’n allereerste religieuze toespraak probeert Kierkegaard een innerlijke tussenweg tussen die extremen te vinden, die meer is dan een compromis. Het thema is ‘De verwachting van geloof’. Hoe moeten we in tijden als deze -maar let op: deze tijd maakt alleen maar iets duidelijker dat altijd al speelt- de toekomst tegemoet treden? Door niets meer te verwachten en in het moment weg te zinken? Nee, want dan houden we op met leven. Door ervan uit te gaan dat het allemaal zal gaan zoals je hoopt? Of door in te schatten dat je deze crisis -en het hele leven- wel doorkomt met wat ervaring, vermoedens en giswerk? Onbetrouwbare gidsen, zegt Kierkegaard, die lopen weg als het er echt op aankomt.

De verwachting van het geloof

Hoe dan? Door te luisteren naar het Eeuwige in ons, dat ons zegt te vertrouwen, omdat de toekomst overwonnen is. Dat vertrouwen is iets anders dan één bepaalde uitkomst voor je zien. Het is naar de toekomst kijken met een onverdeeld hart, dat ervan uit durft te gaan dat alles zal meewerken ten goede. Het is stoppen met zoeken naar bevestigingen voor concrete verwachtingen. Vertrouwen is de enige bevestiging van vertrouwen.

‘Er is een verwachting die niet bedrogen zal worden. Dat heeft de ervaring mij niet geleerd, maar ze heeft ook nooit de bevoegdheid gehad om het te ontkennen. Het is de verwachting van het geloof, en die is: overwinning.’

Vaag? Best wel. Het zijn ook maar zoekende woorden. Maar ze geven mij iets om over na te denken. Of beter, mijn denken weer even z’n plek te wijzen en me te richten op dat Eeuwige. Om uit m’n eigen, piekerige midden te stappen en aandacht te hebben voor de liefde. Aandacht voor het Woord dat dit prachtige, kwetsbare bestaan binnenkwam en op de meest onverwachte manieren overwint.