Lazarus staat op | De wet van gemeenschappelijkheid

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | De wet van gemeenschappelijkheid

De wet van gemeenschappelijkheid – PopUpGedachte dinsdag 21 april 2020

Je moet ten eerste en vooral aan jezelf denken, zou iemand kunnen zeggen. Wie zorgt er voor je, als jíj dat niet doet? Goede en zinnige beweringen, maar met een kanttekening. Een simpele som zegt namelijk dat als iedereen aan zichzelf denkt, dat er dan steeds door één persoon aan jou gedacht wordt: jijzelf. Als iedereen aan een ander denkt, denken miljoenen personen aan jou. De risico’s zijn in het laatste geval gespreid. De wereld is hyper-onveilig als we allemaal aan onszelf denken. Waar kan ik dan terecht? Is er in het belang van al die miljoenen anderen nog wel een restplaatsje voor mij? Als iedereen aan een ander denkt, is er sowieso plaats voor mij. De enige vraag is of de ander doorheeft wat ik denk nodig te hebben. Want dat is het nadeel: je geeft het wel uit handen. Dat wel.

Afnemend crisisgevoel in coronatijden zorgt voor minder onderlinge betrokkenheid, schreef een journalist gisteren. Het is een beetje vroeg voor afnemend crisisgevoel, de Nederlandse minister-president zei nog niet zo lang geleden – met gevoel voor drama -  dat we nog niet aan het eind van het begin waren, maar het gebeurt blijkbaar. Afnemende onderlinge betrokkenheid. Ik vind het vroeg. En gevaarlijk. Wat als iedereen in deze tijden écht helemaal voor zichzelf gaat leven. Als het ‘steun je lokale ondernemer’, de raambezoekjes bij verzorgingstehuizen, het vrolijke krijten tegen de leegte, als dat wegvalt, wordt het er bepaald grimmiger op.

Ik lees vandaag over de groepen mensen aan het begin van onze jaartelling, die zo maximaal geraakt waren door een verhaal dat voor hen volkomen nieuw was, dat ze gemeenschappelijkheid tot een nieuwe kunstvorm hadden verheven. Ze heetten nog geen christenen, want ze waren geen religie. Ze hadden geen tempel, geen godenbeelden, geen verering van de keizer, helemaal niets. Ze leken volgens sommige historici nog het meest op een gilde, een groep ambachtslieden die alles gaven voor hun vak en voor elkaar of mensen van eenzelfde filosofische stroming die helemaal gek waren van de wijsheid die ze gevonden hadden. Ze kwamen bij elkaar, deelden eten en drinken, zongen liederen, deden gebeden – klinkt ons bijzonder religieus in de oren, maar je zou de religieuze toeters en bellen van die tijd eens moeten zien – en ze deelden met elkaar wat ze hadden. Dit staat er:

De menigte die het geloof had aangenomen, was één van hart en één van ziel en er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom noemde; integendeel zij bezaten alles gemeen­schappelijk. Met kracht en klem legden de apostelen getuigenis af van de verrijzenis van de Heer Jezus en rijke genade rustte op hen allen. Er was geen enkele noodlijdende onder hen, omdat allen die landerijen of huizen bezaten, deze verkochten en de opbrengst ervan meebrach­ten om aan de voeten van de apostelen neer te leggen. Aan ieder werd daarvan uitgedeeld naar zijn behoefte.

Er is altijd genoeg. Het werd het vaste zinnetje waarmee ik mensen aan tafel nodigde in de PopUpKerken. Voor een tafelkleed en brood & wijn was gezorgd, de rest van de brunch was aan de deelnemers. Niemand wist ooit hoeveel er zouden komen, wat ze zouden meebrengen, elke brunch was anders, maar er was inderdaad altijd genoeg. Of iemand rende nog even naar de winkel, dat gebeurde ook. Goeie, oude tijd van fysieke ontmoeting.

Ze geloven niet meer in geloven in jezelf. Ze geloven dat de zachte krachten al hebben gewonnen. Ze geloven dat er niets meer werkelijk te vrezen is als zelfs de dood slechts een tijdelijke oponthoud is op de levensweg. Ze geloven dat de scheidslijn tussen hemel en aarde is opgeheven. Ze geloven in delen.

Ik weet niet precies wanneer die euforie is uitgedoofd. Ze is nooit helemaal weggeweest, maar met het ontstaan van gebouwen voor kerk (die momenteel leeg staan) en religieuze macht (die gelukkig weer enorm is afgenomen), is misschien ook wel deze euforische gemeenschappelijkheid enigszins verdwenen.

Toch hebben we haar nodig. Of je nu gelooft in Jezus van Nazareth of niet. De wet van gemeenschappelijkheid brengt veiligheid en vrijheid, leert wat liefde en loslaten is, geeft bestemming aan je eigen leven en de broodnodige waardering voor wie jij bent. Wat er ook gebeurd is in die vroege jaren van het christendom – we hebben het hard nodig, welk naampje je er ook aan geeft.

Een hele goede dinsdag gewenst vandaag. En vrede, en alle goeds.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.