Roelof ten Napel: 'Door te schrijven, ontdek ik wat ik daadwerkelijk vind'

Twee jonge dichters aan tafel in Café Lazarus: Roelof ten Napel en Anne-Fleur van der Heiden. Een gesprek over de kracht van poëzie, de donkere laag in hun werk en de zoektocht naar wat de taal van geloof betekent.

Roelof ten Napel: 'Door te schrijven, ontdek ik wat ik daadwerkelijk vind'

Roelof publiceerde begin dit jaar zijn dichtbundel In het vlees, waarin hij op filosofische wijze het fenomeen pijn onderzoekt. En passant rekent hij af met de behoudende kerk van zijn jeugd. Anne-Fleur bracht onlangs haar poëziedebuut Zaailingen uit, waarin de toon gaat van donker naar licht. Beiden publiceerden eerder een debuutroman.  

Intieme leeservaring

Roelof: ‘Het fijne aan boeken en poëzie is dat het iets intiems is om te lezen. Met name omdat ik er als schrijver niet bij ben wanneer jij dat doet. Als lezer kun je een boek heel dichtbij laten komen, omdat er niet iemand naast staat en vraagt: ‘Wat vind je?’. De lezer kan het zich zelf eigen maken.’

Met het idee dat poëzie een bepaald nut zou hebben, heeft Roelof niet veel op. ‘Er gaat geen wereldveranderende kracht vanuit. Natuurlijk hoop ik dat mijn werk mensen kan inspireren en dat het misschien zelfs iets teweegbrengt of verandert. Maar dat kan alleen gebeuren als ik me er niet meer mee bezighoud. Het heeft misschien wel nut, maar ik kan daar niet van weten.’

Anne-Fleur beseft dat je niet de consequenties kunt overzien van wat je zelf maakt. ‘Op een gegeven moment is het niet meer van jou, maar gaat het een leven leiden buiten jou om’. Voor Anne-Fleur daagt poëzie uit om over dingen na te denken. ‘Het kan raken of troosten. En daarom is het jammer dat poëzie weinig verkocht wordt. Terwijl we er bij bruiloften en begrafenissen massaal naar grijpen. Een gedicht jubelt of beweent de grote zaken van het leven.’

Somberheid

Pijn is een onderwerp dat in de bundel van Roelof terugkomt, al deelt hij geen zielenroerselen. Ook in Zaailingen van Anne-Fleur is de donkere kant van het leven te vinden, maar ook lichtheid. Het zijn steeds de tegenstellingen: licht en donker, dag en nacht, geluk en depressie. 

Maanoog

Als ik niet verliefd kan worden / op het leven maar wel op een paard dat Misty heet / ben ik toch verliefd op iets / dat op leven lijkt, ik voel het / door het zachte briesen van zijn / snuit in mijn hand / omdat ik appels heb

Misty heeft een maanoog, indianen geloven / dat paarden met maanogen door het donker / kijken, misschien ben ik daarom verliefd op Misty / omdat hij door het donker kijkt

uit Zaailingen - Fleur van der Heiden

Geloofstaal

In het werk van Roelof zijn veel woorden te vinden die verwijzen naar zijn christelijke achtergrond. “Ik zie het als een onderzoek, waarin ik blijf aftasten wat die beelden, taal en verhalen voor mij betekenen. Je hebt dat meegekregen vanuit huis en ookal ga je er zelf anders in staan, het is niet meteen weg. Ik noem mezelf nu geen theïst meer, maar ik weet niet of dat ook betekent dat ik niet meer gelovig ben. Er is voor mijn geen God meer die is als een persoon. Als je een leven lang eenzelfde beeld God van hebt, dan heb je er misschien vooral niet in geloofd. Ben je er dan wel daadwerkelijk mee bezig op een levende manier? Ik ben geïnteresseerd in die veranderingen bij mijzelf. Schrijven is dan interessant, omdat je daardoor ontdekt wat je daadwerkelijk vindt.’

Sonnet XVI

hier is het beslissende ogenblik,
het beslissende ogenblik: god
is op aarde teruggekeerd, maar hij weet niet zo goed
wat hij moet doen, hij herkent het hier niet, alles is zo
anders geworden – we zijn hem stilzwijgend voorbijgestreefd,

hij was niet dood, hij was gewoon even wandelen –

god huilt –
god huilt, want hij begrijpt het niet,
wil iemand hem troosten?

zijn leeggelopen handen beetpakken
en zeggen: het is goed,
het is goed zo,
ze vasthouden tot het
avond, ochtend wordt

uit In het vlees – Roelof ten Napel

Ook Anne-Fleur is in haar werk geïnteresseerd in geloof, hoewel ze er niet zozeer mee werd opgevoed. ‘Waarom voel ik me daartoe aangetrokken? Misschien is het de zoektocht naar houvast en iets van waarde. Ook voel ik me tijdens het schrijven geleid door iets. Zaailingen begon heel donker, maar gaandeweg kon ik dat bijsturen en kwam er meer licht. Het voelde als een ingeving die van buiten naar binnen stroomde, die mij hielp. Wat het is, kan ik niet duiden, maar het voelde als een waarheid waar ik heel nieuwsgierig naar ben.’