Wat betekent Pasen nog in tijden van corona?

Wat betekent het feest van de terugkeer van God, de opstanding van Jezus uit de dood en het begin van een nieuwe tijd, in tijden van corona? Want, zegt Gerko, hoe uitbundig christenen Pasen ook vieren, het neemt de vraag niet weg waar God vandaag dan is…

Wat betekent Pasen nog in tijden van corona?

Waar is God? - het is een vraag van alle tijden, maar niet vaak was de vraag zo prangend als nu. Het is de vraag die Nietzsche stelde in zijn beroemde stuk over een dolle mens die God zocht, voordat hij hem doodverklaarde. En het is de vraag die in tijden van corona natuurlijk op veel plekken behandeld wordt, door gelovigen in allerlei christelijke media, maar opvallend genoeg ook door mensen die niet in God geloven. Zo was Arjen Lubach er op Twitter als de kippen bij om de vraag op te werpen. Gekscherend uiteraard, maar het geeft eens te meer aan dat de vraag ook in onze seculiere tijd niet weg is.

Hoe vaker de vraag terugkeert, hoe logischer het wordt om te zeggen: we weten het niet. Opvallend genoeg is dat ook wat een aantal theologen de afgelopen tijd in diverse media stelden. De invloedrijke nieuwtestamenticus N.T. Wright deed het in Time Magazine (Christianity offers no anwers) evenals de jezuïet en priester James Martin onlangs in Trouw. Waar is God in tijden van corona? Het eerlijke antwoord van deze theologen is: we weten het niet. 

Pasen op scherp 

De vraag (en het uitblijven van een antwoord) zet Pasen dit jaar op scherp. Wat betekent het feest van de terugkeer van God, de opstanding van Jezus uit de dood en het begin van een nieuwe tijd, in tijden van corona? Hoe uitbundig christenen Pasen ook vieren, het neemt de vraag niet weg waar God vandaag dan is. Waarom stond hij op om vervolgens, veertig dagen na zijn opstanding opnieuw weg te gaan met Hemelvaart? En hoe kan het dat er tweeduizend jaar na deze gebeurtenissen zo weinig veranderd is? Het is voor menig ex-gelovige meer dan genoeg reden om het paasverhaal naar het rijk der fabelen te verwijzen.

Besmettelijke ideeën

Maar de coronacrisis kan juist een nieuw antwoord geven op de vraag ‘Waar is God?’ Want Pasen in tijden van corona stelt: God is een virus. Hij is dood noch levend. Al sinds het eerste paasweekend.

Richard Dawkins ontwikkelde in zijn boek The Selfish Gene ooit de term meme - de culturele, intellectuele evenknie van gene. Precies zoals genetisch materiaal eeuwenlang kan blijven voortbestaan door zichzelf van generatie op generatie in menselijk DNA te kopiëren, zo kunnen culturele ideeën op dezelfde manier eeuwenlang worden doorgegeven, stelde hij. Want ideeën zijn, net als genen en virussen besmettelijk. Ze leiden een parasiterend bestaan. Ze leven bij de gratie van hun dragers - zonder hun dragers zijn ze dood. En dus overleven ze door een zo groot mogelijk aantal dragers te infecteren met zichzelf. Ze overleven door hun besmettelijkheid.

Als beste voorbeeld van dit soort besmettelijke culturele ideeën droeg Dawkins natuurlijk de vele wereldreligies aan. Het is een idee dat vandaag de dag populair wordt gemaakt in het werk van Yuval Harari. In zijn boek Sapiens noemt hij dit soort culturele ideeën, (fictional entities) entiteiten die bestaan bij de gratie van een gedeeld geloof erin. 
Ook Harari noemt religies als voorbeeld, maar trekt de gedachtegang ook door naar de fictieve entiteiten van onze huidige wereld: de overwaarde van ons huis, de waarde van geld, beurskoersen. Het zijn allemaal ideeën die bestaan bij de gratie van een zo breed mogelijk gedragen gezamenlijk geloof erin. 

Gelovigen zijn besmet door breinparasieten

In de definitie van Dawkins en Harari wordt natuurlijk geen uitzondering gemaakt voor het paasverhaal van Jezus’ kruisdood en opstanding. Ook dat is een meme. Een zeer succesvolle variant zelfs - het verhaal weet al tweeduizend jaar lang te overleven, dwars door allerlei culturen en tijden van voorspoed en rampspoed heen. Maar desalniettemin is het een meme

De gevolgtrekking die Dawkins, een notoire atheïst, maakt, ligt voor de hand. In zijn essay Viruses of the mind verklaart hij gelovigen tot patiënten die door breinparasieten (memes) zijn besmet. Kortom: mensen die genezing nodig hebben.

Deze conclusie is voorbarig. Dat sterke memes overleven dankzij hun repliceerbaarheid in plaats van hun inhoud, wil niet noodzakelijkerwijs zeggen dat hun inhoud onzin is. En hoewel het in onze wereld niet zo is dat een goed idee, een goed verhaal of domweg de feiten makkelijk overleven, kan een idee natuurlijk best én zeer repliceerbaar zijn én waar. 

‘Het paasverhaal is namelijk de bizarre afloop van een simpel en aantrekkelijke idee: dat God mens werd. Dat de ongrijpbare, onzichtbare God zichtbaar, tastbaar en bewijsbaar werd.’

De onzichtbare God werd tastbaar

Interessanter is het om de redenering van Dawkins om te draaien. En dat is wat er in het paasverhaal gebeurt. Het paasverhaal is namelijk de bizarre afloop van een simpel en aantrekkelijke idee: dat God mens werd. Dat de ongrijpbare, onzichtbare God zichtbaar, tastbaar en bewijsbaar werd. En die mens-wording is een directe ondermijning van Dawkins’ analyse van religie. Deze God, zegt dat verhaal, is niet slechts een idee, geen meme - nee, hij werd zichtbaar. Kijk maar, zegt dat verhaal, daar loopt hij. Zijn naam is Jezus. 

Maar dan komt het vervolg. Dan komt het paasverhaal. De springlevende God stierf aan een kruis. Om drie dagen later weer op te staan, in een iets andere vorm dan daarvoor. Al een stukje minder tastbaar dan voor zijn dood. En na nog eens veertig dagen, op Hemelvaartsdag verdween hij voorgoed. Terug naar z’n bestaan als meme.

Een bewust besmettelijk idee

De vraag ‘waar is God’, is de vraag van dat allereerste paasweekend. De tijd tussen Goede Vrijdag (Jezus’ dood) en paasochtend (zijn opstanding). Is God echt dood? Of komt hij terug? En dus gaat in veel kerken op Goede Vrijdag de kaars uit. Om te ervaren hoe het is als God weg is. 
Eigenlijk is daarmee de vraag naar waar God is met Pasen niet opgelost. Jezus stond op, maar verdween niet veel later opnieuw, en tweeduizend jaar lang zagen we hem niet meer terug. Logisch dus, dat de vraag de kop op blijft steken, van Nietzsche tot Lubach. Waar is God? Is hij nou dood? Of leeft hij toch?

Het paasverhaal is meer dan een meme - het is het bizarre verhaal van een God die ervoor kiest een meme te zijn. Een verhaal over een God die dood noch levend is. Een God die eerst springlevend werd door zichtbaar te worden om direct daarna weer in het domein van de raadselen te verdwijnen. En een God die z’n status als meme lijkt te verkiezen, te omarmen. Een bewust besmettelijk idee, dat leeft bij de gratie van z’n repliceerbaarheid: hoe meer mensen het delen, hoe krachtiger het wordt.

Het verklaart waarom geloven helpt. Hoe meer je je met het idee inlaat, hoe sterker en troostgevender het wordt. Elke gelovige zal dit beamen. Het verklaart dat hoe meer je andere mensen kunt besmetten met dit verhaal, hoe levendiger het ook voor jezelf wordt. De besmettelijkheid van het idee blijkt wel uit het feit dat de seculiere tijd de vraag naar God nog lang niet heeft uitgewist. Het blijft als een virus onverwachts de kop opsteken. 

Is het paasverhaal ook echt gebeurd? 

Er blijft nog één vraag over na Dawkins analyse. Is het paasverhaal, naast een besmettelijk idee, ook waar? Is het echt gebeurd? Bestaat er een God die aan deze omschrijving voldoet? Is dit oeroude verhaal betrouwbaar juist omdat het al zo lang wordt doorverteld? 
Het is deze vraag die het onderspit delft. Juist in het christelijke verhaal blijft deze vraag onbeantwoord. Juist in het verhaal van een God die ervoor kiest een meme te zijn.

Dus dwingt het paasverhaal theologen te zeggen: we weten het niet. Als God bestaat, zou hij voor iedereen duidelijk kunnen maken waar hij is. Ook in tijden van corona. Dat doet hij niet. 
In plaats daarvan is er het paasverhaal. Waar is God? We weten het niet. Of, zoals God het zelf zegt als hij op Goede Vrijdag aan het kruishout hangt: ‘Mijn God, mijn God, waar bent u?’

Dat zouden meer mensen moeten doen. Zeggen dat ze het niet weten. Zwevende gelovigen, notoire atheïsten en orthodoxe doempredikers. Het is wat het paasverhaal ons leert - zeker het paasverhaal in tijden van corona. We weten het niet. Het enige dat overblijft is geloven. Want geloven werkt.

Religie is ook een virus