3 overtuigingen van Rob die de coronacrisis niet hebben overleefd

Eigenlijk had hij nu op Lesbos moeten zijn om daar bootvluchtelingen te helpen, maar door de coronacrisis zit Rob noodgedwongen thuis. Overwacht komt hij tot nieuwe inzichten en maakt hij korte metten met 3 rotsvaste overtuigingen die niet langer waar blijken te zijn.

3 overtuigingen van Rob die de coronacrisis niet hebben overleefd

‘Ik ga deze tijd nog missen. Niet de wanhoop en het verdriet, maar wat het met me doet’, denk ik als ik vanochtend vroeg in alle stilte de dag begin. Als een dief ben ik van onze slaapkamer naar zolder geslopen. Ik weet inmiddels precies welke traptredes ik moet overslaan om niemand in huis wakker te maken. 

Niet eerder was ik zo lang thuis. Al drie jaar werk ben ik van elke negen weken er drie, soms vier, in het buitenland. In vluchtelingenkampen in Griekenland of op de Middellandse Zee. Ik had deze weken op Lesbos moeten zijn. Drie weken aan de slag als schipper op een reddingsboot aan de Noordkust. Tickets waren geboekt. Mijn collega’s en ik hoopten dat we van betekenis konden zijn voor gezinnen in bootjes op de vlucht voor oorlog, op zoek naar veiligheid. Binnen mum van tijd kon het plan overboord. Van een agenda vol plannen, naar thuis. Voor onbepaalde tijd. En mijn opdrachten als spreker? ‘Helaas hebben wij moeten besluiten om het geplande event te cancelen.’ 

Als een kaartenhuis lazerde mijn agenda in elkaar. Weg betekenisvol werk in de vluchtelingencrisis, weg betaald werk in Nederland, weg inkomsten, weg plannen met familie en vrienden. En misschien nog wel het pijnlijkste verlies? De illusie van controle over mijn leven. Die relatie tussen mijn wensen en behoeften en de toekomst. Nu het stof is neergedaald ontdek ik echter dat niet alles verlies is. 

Drie rotsvaste overtuigingen die het virus niet hebben overleefd 

1 Meer keuze maakt mijn leven fijner 

Gaan we naar de film of naar de stad? Biertje met een vriend of samen Netflixen op de bank? Deze zomer kamperen in Bretagne of toch liever Schiermonnikoog? Stress om misschien wel verkeerd te kiezen. 

De paradox of choice noemt de Amerikaanse professor Barry Schwartz het. Ik interviewde hem ooit voor een televisieprogramma waar ik aan werkte. 

‘Hoe meer jij en ik te kiezen hebben, hoe groter de stress, Rob. Neem nou je vakantie. Blijf je in eigen land of ga je de grens over? Wordt het kamperen of een huisje? Ga zo maar door. Met zoveel keuzes gaan we denken dat de perfecte optie ertussen moet zitten. Als we maar goed zoeken.' 

En dan? Met hooggespannen verwachtingen ga je op reis. Dit kan niet misgaan. Totdat je luidruchtige buren treft, het een dag regent, of iets anders kleins jouw perfecte vakantie verstoort. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Na al dat speurwerk? Aan het aantal opties lag het niet. Dus is er maar één conclusie mogelijk: jijzelf hebt de verkeerde keus gemaakt. Zo geeft een overvloed aan opties je stress tijdens het kiezen en zelfverwijt als toetje.

Ik moet deze weken regelmatig denken aan dr. Schwartz. Van stress en zelfverwijt naar de erkenning van imperfectie èn misschien, heel misschien, wel naar tevredenheid met minder. De beperking in keuzemogelijkheden zou weleens een zegen kunnen blijken. 

2 Aarden is goed; voor het moment dat je te oud bent voor een dynamisch leven

‘Het eens zijn met jezelf’ of ‘in het hier en nu zijn’, ‘zonder oordeel’.  Ik heb bijzonder grote moeite met mensen die dit soort jargon uitkramen. Ik krijg er jeuk van.

Een leven lang koesterde ik als een zuigeling mijn oordeel over ‘geaarde’ en ‘vrije’ mensen. Halfgare types zijn het, die sukkels met hun ‘ik ben goed zoals ik ben’-houding. Onzin. Gebrek aan lef heb je. Lef om op avontuur te gaan. 

Innerlijke onrust is een onontbeerlijke levensprikkel. In het nu is niets te vinden. Alles wat de moeite van het najagen is, ligt verderop. Net buiten mijn bereik. En oordeel is brandstof. ‘Kom op, sukkel. Niet opgeven. Doorlopen.’ Toch?

Wie ben ik als ik gewoon ‘ben’?

Gekluisterd aan huis met letterlijk geen vlucht om te boeken, komen er elke dag meer barstjes in deze kijk op anderen en mijzelf.  Wie ben ik als ik gewoon ‘ben’? Zonder grootse plannen. En vanwaar dat oordeel? Wat zegt dit over mij? 

Mijn broer en ik – beide student – stonden eens aan de rand van de dansvloer – biertje in de hand – te kijken naar hoe anderen dansten. Een van de feestgangers – een gast van onze leeftijd - stond schaamteloos vrij te dansen. Armen zwaaiend, ogen dicht, helemaal tevreden, volledig vrij. ‘Zie je die lijperd?’ vroeg mijn broer. Ik knikte. ‘Zou je ook niet zo willen dansen, maar ben je ook zo bang?’

Ik zeg niet dat ik er ben. Maar in deze tijd zet ik stappen. Kleintjes. Zoals je over dun ijs loopt, met elke stap de twijfel; gaat dit goed? Stel nou dat ik er gewoon mag zijn? Zonder oordeel? Dat ik durf te leunen op de gedachte dat ik geliefd ben door de Eeuwige? Stoppen met rennen. Rechtop gaan staan, armen wijd open. Stel je voor … 

3 Stilte is een afgrond. Pas op

Het is stil in de woonkamer. Muisstil. Geen forenzen in zoevende auto’s op de doorgaans drukke weg voor ons huis. Geen bliebjes van klasgenoten van de kinderen over wel of niet samen fietsen naar school. Zelfs piloten aan de hemel zijn gestopt met hun eindeloze breiwerk van wit op blauw. Alleen dat gezoem van die huisventilatie nog. Ik trek de plastic ring uit het plafond en prop een theedoek in het gat. Langzaam wordt het stil in mijn hoofd. Een diepe zucht. 

Eenvoud, durven te zijn en stilte. Die wil ik koesteren, ook als straks de trein weer gaat rijden.