Lazarus staat op | Verlangen naar inzicht

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Verlangen naar inzicht

Verlangen naar inzicht – PopUpGedachte maandag 4 mei 2020

Het is vandaag 4 mei. Dodenherdenking. Vieren is ingewikkeld geworden deze dagen. En ik kan niet blijven liggen. Dus ik schrijf. Ook vanochtend. Ik neem morgen wel de feestdag op. Bevrijdingsdag. Dan blijf ik liggen.

Vandaag sta ik stil bij verlangen. Verlangen naar inzicht, naar licht op de weg, naar weten wat je te doen staat, naar weten wat te voelen of beter gezegd weten wat te doen met wat je zit te voelen. Licht en een weg om te gaan. Het zijn de ingrediënten uit het gedicht van vanochtend. Een van de Psalmen. Dit staat er:

Zoals een hert de beekjes zoekt,

Zo zoekt mijn geest naar U, mijn God

Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God

Zal ik Hem ooit bereiken en zijn aanschijn zien

Zend mij uw licht, uw steun om mij te leiden

Ik heb geen idee hoe een hert dat doet en iedereen kan zich afvragen of je voor dat soort steun nou per se bij God moet zijn. En wat is dat God dan? En hoezo kan dat je leiden? Ik weet dat ook niet. Ik herken alleen het verlangen. Verpakt in de religieus-poetische taal van voor het jaar 0 en toch hetzelfde verlangen. Zoeken naar water dat weer verfrist, dat de vermoeide zoeker weer even helderheid teruggeeft in de ogen en energie doet terugkeren in de spieren. Even weer veerkrachtig voelen, even weer weten wat de volgende stap is, even weer vol goede moed.

Waarom dat verlangen? Omdat we zo weinig zien. Of ik, in elk geval: omdat ik niet over het randje van de tijd heen kan kijken. Omdat ik niet kan voorspellen wat straks gebeurt, wat ik dan voel, omdat ik niet weet wat een ander denkt en wat wijs is. En omdat ik denk dat het zou helpen om het wel te weten, dat ik rustiger zou zijn. Maar het is niet aan mij en ik weet ook niet of het écht zou helpen als ik het wel zou weten. Ik heb niets anders dan dit moment. Én de mogelijkheid dat ik niet alleen ben in dit moment. Maar gezien ben. Niet alleen onderweg.

De schrijver wil God zien. Zo simpel. Zo onmogelijk. Zo onvoorstelbaar ook voor de meesten van ons. Ik weet niet of ik die Eeuwige wil zien. Maar gezien worden, dat is al heel wat anders. Dat er wat licht op de weg schijnt. Die momenten zijn er ook, hè? Dat je donders goed weet wat er nu nodig is en de de kansen aangrijpt, de stappen zet, overtuigd. Toch is het een overtuiging die elk moment door de werkelijkheid gekeerd kan worden.

Ik schrijf en weet dat er zoveel momenten waren dat ik iets had beweerd en dat iemand maar me hoefde wijzen op één argument – en me opeens de schellen van de ogen vielen en me afvroeg hoe ik had kúnnen denken wat ik vijf minuten eerder nog voor volkomen logisch had gehouden. Het kan onzeker maken. Tenzij het groei is. Als het willekeur is, luchtledigheid, nu eens denk je dat – dan zonder enig verband – denk je dat. Dan is er geen peil op te trekken. Als het groei is, met horten en stoten soms, groeipijn, knoopmomenten, uitbottingen – dan is het minder erg. Dan is er slechts water nodig om te groeien. En licht. Dan kan een nieuwe uitstulping pijn doen, maar het is niet in het luchtledige. Het is groei.

Water en licht, daar zoekt de dichtende reiziger naar. En hij heeft het idee dat het te vinden is in de Eeuwige, de ongrijpbare – in het vertrouwen dat de mens er niet alleen voor staat, dat het leven niet alleen een dooltocht is maar slechts licht nodig heeft. Af en toe.

Het is licht geworden vandaag. Moge het pad weer verlicht zijn, tot zover als we kunnen kijken. Dan is er morgen weer nieuw licht. En een vervolg van de weg. Rustig aan maar.

Een hele goede maandag gewenst, Dodenherdenking in coronatijden, morgen is het een feestdag, woensdag ben ik er weer. Voor nu, vrede, en alle goeds.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.