Lazarus staat op | Van de goddelijke soort

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Van de goddelijke soort

De Goddelijke Soort – PopUpGedachte woensdag 20  mei 2020

Je hebt een God bedacht, zegt de ene mens over de andere mens. Omdat het leven zo onverklaarbaar is, omdat het fijn voelt om te denken dat je steun krijgt, je hebt een godheid in de hemel geprojecteerd omdat al het onverklaarbare dan daarop af te wentelen is. Je hebt een god getekend, een machtige entiteit om andere mensen vervolgens je eigen wil op te kunnen liggen. Jij, mens, bedacht god. Vroeger bouwde je een gouden beeld of eentje van zilver, je hakte iets uit een boom of aanbad de boom zelf. Je knielde neer en smeekte, soebatte, dreigde, offerde, huilde, hoopte en vreesde voor die zwijgende zelfgebouwde entiteit, die jij God noemt. Nu doen we het zonder de zogenaamde afgodsbeelden, maar godsbeelden te kust en te keur. Gebouwd naar onze eigen projectie. En zo nam de ene mens afscheid van wat hij de ander verweet zelf bedacht te hebben.

Vandaag heeft één van de grondleggers van de levensfilosofie, die later christendom is gaan heten, eenzelfde soort kritiek op de Atheners. Jullie hebben overal goden voor gebouwd, zelfs voor de zekerheid een tempel voor de onbekende God. En redenaar Paulus gebruikt die onbekende God als een entree naar een omgekeerd verhaal over God en mens. Waarin God geen projectie is van de mens, maar andersom. Dat er een godheid de mens heeft bedacht en vormgegeven uit materie, geen goud of zilver of hout, maar gewoon stof van de aarde. En dat die godheid daar een levensadem inblies en zo iets creëerde wat een tegenover was van zichzelf én een projectie van zichzelf. Heeft de mens nou een God gecreëerd die op hem of haar lijkt? Of heeft de Godheid een mens gecreëerd die op hem of haar lijkt? Wat was er eerder? De kip of het ei? Of maakt het niet uit?

Dit zegt Paulus vanochtend: “Hij is immers niet ver van ieder van ons. Want door Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn; zoals sommige van uw eigen dichters hebben gezegd: Want wij zijn van zijn geslacht.

De mens is volgens Paulus een goddelijke soort. De vonk die ons leven en bewustzijn geeft, die maakt dat we reflecteren, moraal kennen, verantwoordelijkheid voelen – niet alleen voor het eigene maar ook voor het andere, voor dat wat ons omgeeft en waar we op wonen – dat is de goddelijke vonk. De mens leeft in antwoord op dat waar hij of zij toe geroepen is: God zijn. Zonder de almachtige middelen overigens, dat is dan weer jammer. Het is allemaal maar tijdelijk, beperkt, onhandig soms ook – maar wel goddelijk in zijn verantwoordelijkheid, dienstbaarheid, liefdevolheid.

Paulus gaat verder en zegt: Als wij dus tot Gods geslacht behoren, moeten we niet menen dat het goddelijke gelijken zou op goud of zilver of steen, op een voortbrengsel van menselijke kunde en vernuft.

Het is andersom. Het menselijk lijf is het materiaal waarin de godheid een beeld heeft gehouwen van zichzelf. Niet om te aanbidden, wel om lief te hebben, niet om voor neer te knielen maar wel om te vragen en uit te nodigen om mee te werken. Niet de mens maakte allereerst afgodsbeelden, maar de Godheid zelf, volgens Paulus. En zijn afgodsbeelden lopen op twee benen, bestaan in mannen en vrouwen en hebben een opdracht.

De god van Abraham, Isaak en Jakob, de eeuwenoude kracht achter alles, die trilt in de beweging van alle cellen waaruit onze wereld is opgetrokken, die voelbaar is in het donder en geweld van immense natuurverschijnselen, die klopt in het hart van neushoorn en vinvis, die zichtbaar is in de structuur van insektenogen en bladnerven, die heeft zich uitgeleverd aan de mens. Knielt de godheid voor de mens? Op hoop van zegen? Het schijnt dat het ultieme beeld van deze eeuwige te vinden is in Jezus van Nazareth die zijn leerlingen de voeten wast. Op z’n knieën.

De godheid vraagt de mens te doen wat de mens zo graag buiten zichzelf bij de ander legt. Het is niet aan ons om onze verantwoordelijkheid bij godheden neer te leggen die dan moeten gaan doen wat wij hopen, het is andersom. De eeuwige hoopt iets en legt het in onze handen. De mens als materiaal, van de goddelijke soort, bedoeld om te dienen wat de Eeuwige zo hoopvol heeft voortgebracht. Hoopt de mens op God? Of hoopt God op de mens?

Tot zover vandaag. Een heel goede woensdag gewenst. Vrede, verantwoordelijkheid en alle goeds vandaag.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.