Lazarus staat op | Van wie is het, wiens naam staat erop?

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Van wie is het, wiens naam staat erop?

Wat staat erop, van wie is het?

Op de opleiding design & architectuur vroegen ze aan de studenten om iets aan te wijzen in hun leefomgeving wat niet ontworpen was. Dat bleek nog niet zo eenvoudig. In het lokaal zelf was er niets te vinden, wat niet ontworpen was. Stoelen, tafels, banken, vloer, plafonds, ramen, het gezuiverde drinkwater uit de kraan. Hoogstens de bromvlieg daar in de hoek op het plafond. Tenzij het een bijzondere kruising was tussen typen vliegen om zo een ziekte te voorkomen. Maar die kans was niet zo groot. Buiten het lokaal ging het verder. Het gras was aangelegd, de stoep, de bomen waren aangeplant en over de vormgeving van een verkeersbord was nagedacht. Grassoorten waren gekweekt, natuurlijk. Die bomen waren niet komen aanwaaien, en als dat wel het geval was, dan kwamen ze aanwaaien van andere bomen die daar met het oog van een ontwerper waren neergezet. Alle spullen die je draagt hebben een naam, een merk, terug te voeren op een ontwerp.

Ik lees vanochtend hoe Jezus van Nazareth zich uit een politiek licht-ontvlambare vraag redt met een op het oog niet meer dan een slimmigheidje. Maar er is er meer dan dat aan de hand. Dit staat er:

'Is het toegestaan belasting te betalen aan de keizer of niet? Moeten we betalen of niet?'

Het is een manier om de recht-door-zee rabbi in de val te lokken. Ben je gehoorzaam aan de vreemde overheerser en moet je die belasting betalen? Of ben je een opstandeling en preek je de revolutie? Dan zullen we je binnenkort aan een Romeins kruis zien bungelen. Je kunt het eigenlijk niet goed doen. Je bent ofwel een landverrader of een opstandeling en beide is einde oefening voor een populaire volksrabbi. En JC zegt: 'Waarom stelt u me op de proef? Laat me eens een geldstuk zien.' Ze gaven hem een munt en hij vroeg hun: 'Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?' 'Van de keizer,' antwoordden ze. Toen zei Jezus tegen hen: 'Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.' En ze waren met stomheid geslagen.”

Vrij briljant. Wat staat er op mijn geld? De kop van de overheid. Nou, als die het dan invordert, dan moet je gewoon betalen. Niet omdat je die keizer wil dienen, maar omdat je niet meedoet met zijn systeem. Geen landverrader en geen opstandeling – en soms beide. Hij stapt buiten de box.

En ik kijk om me heen. Op mijn geld staat de naam van onze overheid. Als die het wil hebben, moet ik het dus rustig afstaan. Op mijn computer staat de naam van het bedrijf. Op mijn telefoon staat de naam van een ander bedrijf. Op de planten in mijn tuin staat mijn naam. In zekere zin. Ik heb ze geplant, gekocht soms, gekregen, sommigen zijn komen aanwaaien. De tuin is onderdeel van een park dat niet mijn naam draagt, maar van iemand anders is. Wat is dan van mij? Wat is dan van God? Zelfs ikzelf draag mijn familienaam. Ja, toch? En het klopt dat bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik ben loyaal aan die familie. Natuurlijk. Dat heeft me getekend en zal me tekenen.

Wat is dan níet van de keizer, noch van iemand anders? Waar staat geen naam op? Misschien is het enkel dit: we geven een kind dat geboren wordt een naam, een eigen naam en een familienaam. Het is ergens ingebed. We geven een boom die we gekweekt hebben een naam, een latijnse en een populaire, maar binnen in dat alles huist een vonk, een patroon, een vorm van leven die we niet beheersen, die we niet bedenken, die we met verwondering zien ontstaan. De vorm is ontworpen, maar het leven is gegeven. Overal.

Het leven dat zich vertaalt in verantwoordelijkheid, dat zich vertakt volgens vaste patronen, dat zich uit in DNA-strengen en gulden snedes. Het leven is goddelijk. Geef weg wat van je gevraagd wordt, het zit niet in de vormen, in gebruiken, in gedragsregels, in structuren, in de naam die ik aan dingen geef. Het zit niet in links of rechts, in gelovig of ongelovig, in Arabisch of Europees, in status of geen status. Het zit niet in single of getrouwd, man of vrouw, zwart of wit, het zit in het leven en het leven is van de Eeuwige. Dat is heilig en de Eeuwige vraagt of je dat ter beschikking wilt stellen aan de goddelijke goedheid – dat het leven niet zomaar bestaat en zomaar genomen en gegeven kan worden, maar dat er in het leven de naam van de Eeuwige staat geschreven en het op die manier respect en eerbied verdient, van ontstaan tot bestaan tot afstaan. In alles.

Die eerbied voor het leven, waar deze dagen de wereld in totale verontwaardiging om schreeuwt, is aan ons allen gegeven. Zowel voor ons eigen leven – als dat van elk ander. In alles wat leeft. Van wie is het, dat leven? Wiens naam staat erop?

Tot zover. Een hele goede dinsdag gewenst en temidden van alles: vrede, en alle goeds.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.