Lazarus staat op | Is je naaste liefhebben niet gewoon genoeg

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Is je naaste liefhebben niet gewoon genoeg

‘Is je naaste liefhebben niet gewoon genoeg?’ - Donderdag 4 juni 2020

Daar komt het uiteindelijk toch gewoon op neer; dat we lieve en goede mensen zijn met elkaar? Dat concept van een God in de hemel is relevant, maar is het niet relevant voorzover het van ons betere mensen maakt? Mensen die meer voor de natuur, voor elkaar, voor de toekomst zorgen.

Al een jaar of twaalf onderzoek ik met mensen die helemaal niet geloven in dat christendom – of niet meer erin geloven – in elk geval niet op dezelfde manier, wat de relevantie is van dit oude verhaal en van de oude ideeën. En relevantie is zo makkelijk te vinden in de opdracht van het liefhebben van je naaste. Maar die oude teksten zijn weerbarstig, hoor. Ze laten je niet zomaar wegkomen met een ‘zorg goed voor elkaar’ opdracht. Er is ook altijd die metafysische component, dat voor hen vanzelfsprekende idee van een God in de hemel.
En ik vind dat zo ingewikkeld. Ik geloof in die aanwezigheid, maar het gesprek met die oude teksten lijkt wel op een gesprek tussen vegetariërs en carnivoren. ‘Lekker, barbecueën’, zeggen allebei. Maar ze bedoelen heel wat anders met dezelfde woorden en de vanzelfsprekende vegetariër kijkt met afschuw naar wat er voor dood vlees, met bloed en al, op die gloeiende grill wordt gelegd. En de vanzelfsprekende carnivoor kijkt met dezelfde afschuw naar de groenteschijfjes, groentespiesjes en salade waar de vegetariër van gaat watertanden.

Ik weet niet of er iets klopt van dit beeld, maar de verschillende wereldbeelden en vanzelfsprekendheden tussen toen en nu zijn groot. Dus zoek ik altijd naar overeenkomsten tussen de gedreven gelovige van toen en de seculiere maatschappelijke betrokkene van nu – en dan gaat ‘je naaste liefhebben als jezelf’ een uitstekende verbinding aan. Maar dat God liefhebben boven alles? En dat als opdracht? Wat moet je erin godsnaam mee?

Dit staat vanochtend in de lezing over de verwevenheid en de rangorde van deze twee in de wereld van toen, volgens de rabbi van Nazareth:

In die tijd trad een Schriftgeleerde op Jezus toe en legde Hem de vraag voor: 'Wat is het allereerste gebod?' Jezus antwoordde: 'Het eerste is: Hoor, Israel! De Heer onze God is de enige Heer. Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Er is geen ander gebod voorna­mer dan deze twee.'

Je naaste liefhebben is niet belangrijker dan God liefhebben. En God liefhebben is niet belangrijker dan je naaste liefhebben. Maar wat is dat dan: God liefhebben. Het is zo vervelend ongrijpbaar. Wat heb je dan lief? En hoe leg ik dat uit? Ik leef bij de stelregel dat als ik het niet tastbaar kan maken – op de een of andere manier – voor mensen die niet thuis zijn in religieus dan wel christelijk jargon, dan heb ik het nog niet begrepen en kan ik beter mijn mond houden. Wat is God liefhebben? Het is geen gekwezel met boekjes, gebedjes voor het eten met halfvolle mond, het is liefhebben. En als het enigszins vergelijkbaar is met ‘je naaste liefhebben’ dan is het lang niet altijd leuk, vraagt het om toewijding en kunnen er fantastisch onverwacht-gezellige momenten uit ontstaan.

Je naaste liefhebben kan leiden tot slapeloze nachten, uitgebluste momenten, lastige ontmoetingen, maar ook eten met je buren, grappige ontmoetingen over grenzen heen, een gevoel van iets betekend hebben. Hoe vindt je dat met God liefhebben? Ik realiseer me dat het voor de rabbi van Nazareth nét zo concreet is als je naaste liefhebben. Dat hij werkelijk een aanwezigheid om zich heen ervaart, die je kunt negeren en waar je contact mee kunt leggen – net als de buurman in je straat. Ook die kun je heel gemakkelijk negeren, in elk geval in mijn straat. Of contact leggen. En op straat is dat fysiek, met God vraagt het meestal om niet meer dan stilte. De onzichtbaarheid is lastig, maar de stilte helpt. Schrijven helpt soms. En wat levert het dan op? Dat het hele naaste-liefhebben opeens in een bedding valt, in een verhaal, in een gedragen worden. Dat het niet op je tandvlees hoeft, dat je gezien bent, dat je leert te vertrouwen op gegeven wijsheid ook als je geen idee meer hebt hoe het verder moet.

Er is zo veel meer hier over te zeggen en ik weet nog niet hoe. Maar het komt vast in de komende weken. Voor nu, een heel goede donderdag gewenst. En vrede, en alle goeds.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.