Lazarus staat op | Een ingewikkelde vraag in tijden van protest

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Een ingewikkelde vraag in tijden van protest

Een ingewikkelde vraag in tijden van protest – PopUpGedachte maandag 15 juni 2020

‘Laat het je gebeuren, keer de andere wang toe, vraag ze om nog verder te gaan in hun racisme’ – het zijn niet de uitspraken die bij een gemiddeld protest tegen racisme van het podium zullen klinken. En terecht, zo denk ik. Het is een wonder wat er gebeurt door de ongelofelijke mensenmassa’s die op de been zijn. Dat het Stedelijk Museum Amsterdam een persbericht uitdoet waarin ze haar personeelsbeleid en haar collectie opnieuw belooft te organiseren in het licht van de protesten.

Het besef bij zovelen dat er ondanks goede bedoelingen soms, iets grondig mis is met hoe we de dingen gewoon zijn te doen. Maar dan Jezus’ uitspraken vanochtend. Ze lijken lijdzaamheid en wees-maar-stil te impliceren – en dat heeft juist zoveel ruimte steeds geboden aan systematisch onrecht. Dat slachtoffers tegen elkaar en anderen zeiden: het is nu eenmaal zo, laat het maar, zo gaat dat. Is dat wat de rabbi van Nazareth voorstaat? Hij zegt dit vanochtend:

“In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Oog om oog, tand om tand.
Maar ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht, doch als iemand u op de rechter­wang slaat, keer hem dan ook de andere toe. En als iemand u voor het gerecht wil dagen en uw onderkleed afnemen, laat hem dan ook het bovenkleed. En als iemand u vordert een mijl met hem te gaan, ga er dan twee met hem. Geef aan wie u vraagt, en wend u niet af als iemand van u lenen wil.”

Geen weerstand bieden aan onrecht, hè? Geen boze borden, geen schreeuwend verzet. Ik weet niet of dat zo’n goed idee is. Al is ‘oog om oog, tand om tand’ misschien nog wel ellendiger. Als dát de stelregel is, dan kun je beter de shit laten gebeuren. Het idee van gelijke munt, wraak, ik zal je krijgen, jij hebt dit gedaan – dan zal ik jou dat doen, dát maakt de wereld een verschrikkelijke plek. Tot zover in elk geval begrip.

Er is iets interessants aan dat geen weerstand bieden. Het voelt lijdzaam – maar biedt maar eens geen weerstand aan iemand die je een duw wil geven en die weerstand verwacht. Dat brengt diegene sowieso uit z’n evenwicht. Op dat principe zijn allerlei vechtsporten gebaseerd. En ik denk niet dat we van jezus een kung-fu monnik moeten maken, maar er zit iets van die oude, vreedzame én onverzettelijke wijsheid in deze gedachte.

Geen weerstand, dus als iemand u op de rechterwang slaat, keer dan de andere toe. Als iemand u uw onderkleed vraagt, geef dan ook het bovenkleed, en als iemand een mijl vordert, geef dan een tweede. Dit geeft de indruk van lijdzaamheid, maar er zit hier een onverzettelijke kracht in die niet onder doet voor die van de kung fu monnik.
Wanneer krijg je nou een klap op je rechterwang? Als iemand uit haalt met rechts, landt die op je línkerwang. Het is een beetje vroeg voor deze hersengymnastiek, maar probeer het maar eens uit. Dreun met rechts, land op linkerwang. Wie op de réchterwang wil slaan, doet dat met de achterkant van de hand toch? Zo’n wegwuivend, neerbuigende tik. Ga uit mijn ogen. En dan dus niet afdruipen én niet terugslaan, maar de ander in de ogen kijken en zeggen: “Wil je slaan? Echt? Helpt dat? Hier. Mijn wang.” Dat is geen lafheid, dat is kracht. Maar niet die van de geweldenaar. Het is een andere.

En er is een rechtsregel in het oude Israël dat als iemand in de schulden staat bij je, je diegene alles mag afnemen maar niet letterlijk en figuurlijk helemaal mag uitkleden. Je moet iemand z’n bovenkleed laten houden, anders staat-ie naakt. En dan voor zo’n rechter, tegenover zo’n onverbiddelijke schuldeiser niet smeken om toch iets te mogen houden, maar trots je helemaal uitkleden en piemelnaakt de ander in de ogen kijken en zeggen: 'Is dit wat je wil, wil je zo ver gaan?' Eens zien wat er gebeurt.

Jezus van Nazareth wijst een weg waarin de verwachte weerstand van de trotse mens wegvalt en de ander uit evenwicht wordt gebracht. En dat is niet altijd speels en leuk. Zelfs gaat hij er aan onderdoor in een gore, pijnlijke dood. Maar zonder verzet. Laat maar gebeuren, dit is de weg, míjn weg, zegt hij dan. Mijn keus. En uit dat einde groeit een krachtiger begin dan zijn bestrijders wilden weten.

Wat betekent dit voor mij? Niet mijn eerste neiging om te vergelden, niet de neiging om met de staart tussen de poten er vandoor te gaan, maar in contact blijven met degene die je onrecht aandoet. En blijven vragen wat hij of zij wil, of hij zo zover wil gaan. Dat leer ik van de Rabbi, van Martin Luther King, van zoveel vormen van racisme-protest. Blijf bij die ander, met als vorm van verzet dat je geen verzet biedt, maar contact maakt. Dan kúnnen er wonderen gebeuren. Of niet, maar dan heb je de eigen waardigheid behouden. Ook wat waard.

Een hele goede maandag gewenst. En vrede, en alle goeds.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.