Lazarus staat op | Soms weet je het even niet meer

Rikko geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Hij leest om 6 uur de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt hij de gedachte die dan op-popt. Elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Soms weet je het even niet meer

Soms weet je het even niet meer – PopUpGedachte vrijdag 12 juni 2020

Dat had ik dus gisterochtend, hè? Dat ik het écht even niet meer wist. Ik doe dit nu al vier jaar, ik kwam er laatst achter dat er intussen al ruim 900 van die PopUpGedachtes gepubliceerd zijn. Negenhonderd keer ’s ochtends gaan zitten, de tekst lezen en gaan schrijven in het vertrouwen dat er wel iets komt. Iets wat zin heeft, ruimte geeft, vragen oproept. Iets om de dag mee te beginnen. En gisteren weigerde dus alles dienst. Soms weet je het even niet meer.

Het was gewoonweg te druk in mijn hoofd, te onzeker in mijn hart, te moe in mijn onderbuik. Al die dingen. Eigenlijk is het natuurlijk een absurdistisch wonder dat dit de eerste keer was zo’n beetje in al die tijd – of een waarschuwing om vooral even wat zaken op orde te krijgen, dat was het natuurlijk ook. Maar wat doe je als je het even niet meer weet. Als je nog een klein beetje grond onder de pootjes hebt, dan zeg je gewoon dat je het niet meer weet. Als zelfs dat niet meer lukt, wordt het lastig.

Ik lees vandaag Elia, misschien wel de allergrootste profeet van het Oude Testament, de Tenach. Je had Mozes, zijn naam is synoniem met de leefregels, de wet. En dan heb je Elia, zijn naam is synoniem met de profeten, de maatschappelijke stem die onrecht aankaart, de weg wijst, namens God aanwijst en richting geeft. En vanochtend geeft hij er de brui aan. Om duizend keer zwaarwegender redenen dan ik gisteren, de handdoek in de ring gooide. Zijn leven werd bedreigd, al heel lang, hij was de enige noch, althans zo voelde het, die de last van het aankaarten van onrecht, moest dragen. Hij zag het even niet meer. En dan wordt hij de woestijn ingeleid en komt aan bij een berg, daar gaat hij een grot binnen en dan begint het gedonder.

Letterlijk. Dit staat er:

Toen Elia bij de berg Horeb ging hij een grot binnen en overnachtte daar. Toen kwam het woord van de Heer tot hem: Ga naar buiten en treed voor de Heer op de berg. Toen trok de Heer voorbij. Voor de Heer uit ging een zware storm, die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Maar de Heer was niet in de storm, die de bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Op de storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving was de Heer niet. Op de aardbeving volgde vuur. Maar ook in het vuur was de Heer niet. Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries. Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel, ging naar buiten en bleef staan aan de ingang van de grot. En toen klonk er een stem die hem vroeg: Wat doet gij hier, Elia?

Het zijn weer eens briljante momentjes. Elia heeft er honderd procent de brui aan gegeven en dan zegt de Eeuwige: ik ga graag het gesprek met je aan. Eerst volgt een storm, aardbeving, vuur – de hele chaos van de wereld, de verwoesting, de vernietiging, de straf, de ontworteling, de kritiek, de stormen van kritiek, de aardverschuivingen die de grond onder je voeten vandaan veegt, dan het vuur dat je na aan de schenen wordt gelegd. En allemaal is het niet de Eeuwige. Het gaat er misschien aan vooraf, maar het is hem of haar niet. Als de Eeuwige langskomt dan is het niet met donder en geweld, met omdonderende beving of met verterend vuur -  niet bij Elia, de man die er de brui aan heeft gegeven. Hij komt als in het Paradijs, aanwandelen in een zachte bries. En Elia weet het. Hij stapt naar buiten. En daar klinkt de stem: Elia, wat doe je híer. Ik had je toch middenin de samenleving gezet. En nu hier? En dan volgt een gesprek waarin Elia zijn frustratie eruitgooit en de Eeuwige hem opdraagt om een opvolger te zoeken.

Niet in het donder en het geweld – maar in de zachte bries die volgt. Ná de grote burn-out of depressie, na een lange reis de woestijn in, na woestheid en leegte, steekt er een zachte bries op. En daar heb ik op gewacht. Dat vertrouwen. In de christelijke spiritualiteit word je niet behoed voor stormen, leegte, paniek, eenzaamheid, chaos en wat niet al. Er ligt alleen een land achter. Zoals de grote soefi-mysticus Rumi zegt; ‘Ergens achter goed en slecht, daar ligt een tuin. Ik zie je daar.’ Ergens achter falen en succes, achter weten hoe het moet en totaal de weg kwijt zijn, daar ergens achter, ligt een tuin. Zie je daar.

Tot zover de popupgedachte van vanochtend. Een hele goede vrijdag gewenst, een goed weekend alvast. En vrede, en alle goeds.

 

Hier vind je drie tekstgedeelten die Rikko vanochtend las.