Lydia: 'Waarom mag ik mezelf pas moeder noemen als ik een kind heb gekregen?'

Moederschap is nog altijd een exclusieve bekroning van het vrouw-zijn. Ondanks jarenlange pogingen kreeg Lydia nooit zelf een kind. Ben je pas moeder als je daadwerkelijk zelf een nakomeling hebt gebaard?

Lydia: 'Waarom mag ik mezelf pas moeder noemen als ik een kind heb gekregen?'

Ik ben bijna een jaar 40. Ik weet niet of andere vrouwen dat ook hebben gemerkt, maar als je 40 wordt gebeurt er iets vreemds. Jarenlang ben ik tot mijn woede achtervolgd met advertenties voor ovulatietesten. Blijkbaar word je tussen je 30e en je 40e geacht die nodig te hebben. En nu, van de ene op de andere dag, zijn de advertenties verdwenen. Daar ben ik dan dus ook weer pissig om. Want ‘men’ besluit zomaar voor mij dat dat nu klaar is. Dat ik ben uitgerangeerd. Mijn lijf heeft niet gedaan waar het voor bedoeld is: FAIL. Maar waarom voel ik dat, terwijl ik volop de moeder van ons pleegdochtertje ben? Terwijl er zoveel meer is in het leven? Wie heeft me die gedachte ingefluisterd?

Gezegend met het moederschap

Het moederschap lijkt, alle emancipatie ten spijt, toch vaak nog een soort exclusieve bekroning van het vrouw-zijn. We spreken het niet uit, maar het zit diep in ons systeem.

Ook in de Bijbel is het moederschap een belangrijk thema. Vrouwen worden gezegend met het moederschap en het geeft hen status. Als het moederschap uitblijft, brengt dat oneindig veel verdriet.

Ja, deze vrouwen krijgen heel vaak een hoofdrol: een opvallend detail. Maar wat ook opvalt, is wat de exclusiviteit van het moederschap teweeg brengt tussen vrouwen onderling. Denk bijvoorbeeld aan Rachel en Lea. Ze delen een man, wat vaker voorkwam in die tijd. Lea is niet geliefd, maar krijgt kinderen bij de vleet. Rachel is haar mans lieveling, maar blijft lang onvruchtbaar. Ze zijn warempel zussen en waar je zou verwachten dat ze elkaar steunen, concurreren ze om het ‘zaad’ van hun man en maken een wedstrijd van het baby’s krijgen.

Wanneer mag ik me moeder noemen?

Ik herinner me een verjaardagsfeest. Wij hadden een periode van fertiliteitstoestanden en een miskraam achter de rug. Ik zat in een kringetje met jonge moeders, en het gehele gesprek ging over kleuren ontlasting, tepelhoedjes en kolfapparaten. Ik zweeg en dacht na over een exit strategie. Tot een vriendin zich realiseerde dat ik er ook bij zat en ongemakkelijk begon: ‘Lydia, hoe gaat het eigenlijk met jullie…. hond?’

Wat is dat toch? Waarom was ik in deze groep vrouwen plotseling totaal buiten beeld? En waarom kon ik me tussen die vrouwen ineens niet meer volop vrouw voelen? Natuurlijk was het besef dat ik dat stukje van het leven ging missen een groot verdriet. Maar dat verdriet werd groter dan nodig was, doordat mensen in mijn omgeving zich gedroegen alsof mijn leven voorbij was. En bovendien: waarom mocht ik eigenlijk geen moeder zijn, alleen maar omdat er geen baby in mijn buik was gegroeid?

Wie bepaalt wie zich moeder mag noemen? Wie tekent de lijnen om het moederschap heen? Het is net als met bezit, land, prestaties: zodra we ons dingen toe-eigenen, sluiten we anderen buiten. Terwijl we in feite alles delen en dat ons veel gelukkiger maakt.

Moederschap gaat verder

Ik zag in een kerkdienst in Zambia hoe de vrouwen elkaars kinderen overnamen en zelfs aan de borst deden. Ze gaven elkaar op die manier de ruimte om om de beurt te dansen en te zingen. Zo kan het ook. Een generatie zussen die samen een generatie kinderen grootbrengt. Moeders en kinderen, zonder aanzien des persoons. Een vloeibaar, dynamisch geheel waarin iedereen mee mag doen.

Het gaat nog verder. Ik herinner me een gesprek met een Taizé-broeder, op het dieptepunt van mijn verdriet. Ik zei hem dat ik niet wist hoe ik verder moest. Hij bleef eerst heel lang stil, staarde naar de grond en sprak toen heel zacht: ‘Maybe you can look for other things in life in which you can be fruitful.’

Ik was woedend. Het woord vruchtbaar stond voor mij gelijk aan falen, verlies, pijn, eenzaamheid en verdriet. Hoe haalde die man het in zijn hoofd om juist dat woord te gebruiken? Ik haatte zijn advies, maar zijn woorden bleven bij me, als een te grote hap die pijnlijk in je maag blijft steken tot hij, na verloop van tijd, door maagsappen is verteerd. 

Het is nu 10 jaar later. Hoewel ik nog steeds kwaad word van het woord ‘vruchtbaar’, kan ik nu wel zien wat hij bedoelde. De druif aan de rank, het kindje in de buik: deze levende metaforen vertellen een diepere waarheid die we allemaal mee kunnen voelen.

Wij mogen voeden en beschermen wat nog maar net ontkiemt.

God schept. Uit niets komt iets. Zomaar. Een geschenk. Een nieuw leven. Een nieuw begin. Wij mogen voeden en beschermen wat nog maar net ontkiemt. Het herstel van een relatie. Een verdrietig mens in een gastvrij huis. Een lied. Een goed idee. Een jonge boom. Het gesprekje met het buurmeisje dat dagelijks even binnenwipt. En ooit misschien een heel nieuwe wereld. Laten we elkaar dat moederschap gunnen en elkaar omarmen. Dan kunnen we allemaal moeder zijn.