Waar is God in het lijden, in de crises van deze wereld?

Aan het begin van de coronatijd vroeg Reinier zich af hoe je als gelovige op deze pandemie moest reageren. Gaandeweg vond hij het antwoord. En hij schreef er ook nog een boek over.

Waar is God in het lijden, in de crises van deze wereld?

Vanaf de eerste dagen van de lockdown waren er de zie-je-nou-wellers. Ik las een brief van een zware dominee aan kinderen, waarvan ik in eerste instantie dacht dat het een grap was:

‘[Deze pandemie] komt door onze zonden. De Heere woont in de hemel en ziet heel veel boze [slechte] dingen bij de grote mensen en bij de kinderen. Zij doen boos, praten boos en denken boos. Daarom is de Heere toornig en stuurt Hij een ziekte. Vóórdat Jezus komt, stuurt Hij zoals de koning eerst zijn knechten, éérst het coronavirus om ons te straffen. Waarom? De Heere wil dat jij gaat bidden. De Heere wil dat jij breekt met de verkeerde dingen. De Heere wil dat jij niet meer zoveel houdt van al je mooie spulletjes. De Heere wil dat jij niet zoveel tijd verknoeit achter je computer.’

Broodwinning voor de volgende generatie therapeuten.

Tegelijk, het is natuurlijk ook wel lekker om naar de refo’s te wijzen. Te lekker, want in het linkse columnistenwereldje zag je er een variant op. ‘Moeder Natuur’ werd daar bijvoorbeeld regelmatig aangehaald, we hadden haar getergd en nu sloeg ze terug. Het was allemaal verklaarbaar en begrijpelijk, rechtvaardig zelfs. Deze linkse columnisten volgden braaf het oude schema van die dominee, van zonde, straf en daarna natuurlijk bekering.

Want overal werd meteen ook stoer opgeroepen voortaan anders met de natuur om te gaan. Dat hadden ze trouwens altijd al gezegd. Zie-je-nou-wel, zie-je-nou-wel.

Een zware eerste week

De eerste week van de lockdown vond ik zwaar. Ik verloor in een paar dagen iets van vier á vijf maanden aan opdrachten, en ook mijn vrouw was veel werk kwijt. Ik zocht naar oplossingen, maar ook naar mijn stem. Wat is een gelovige manier om met deze crisis om te gaan?

Een keerpunt was voor mij een stuk van Karel Smouter in NRC, nog in de eerste week van lockdown, waarin hij schrijft:

‘De gretigheid om uit dit alles tóch iets moois te halen, begrijp ik volkomen. Maar, om de peetzoon van die eerdergenoemde King Lear aan te halen: “We moeten het gewicht van deze verdrietige tijd gehoorzamen.” De coronacrisis is vooralsnog géén kans. Of wacht, misschien toch: het is een kans om er in alle bescheidenheid even het zwijgen toe te doen. Om in het zicht van een onwerkelijk Pasen, eerst luidkeels Erbarme Dich te roepen voor we het Hosanna aanheffen. Pasen begint met Goede Vrijdag.’

Lijden in de bek kijken

Dat is het, besefte ik. Een werkelijk gelovige manier van omgaan met deze crisis is niet naar de troost te gaan, maar het lijden ‘in de bek’ te kijken. Hoewel dat ook weer wat te heroïsch klinkt. Maar in elk geval is het dát wat ik Jezus zie doen aan het kruis. Hij roept: ‘Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten?’ en er komt geen antwoord.

Sta daar eens bij stil. Jezus stelt hier in feite de grootste vraag die er in de theologie is te stellen, namelijk naar de reden van zijn kruisiging. Maar hijzelf geeft geen antwoord, de omstanders niet, en zelfs de bijbelschrijvers voegen geen voetnootje toe met een verklaring.

Theologische grootspraak

In bijna alle latere commentaren hierop komt dat antwoord er wel. Jezus’ vraag wordt op allerlei manieren gerelativeerd met een ingenieuze redenering waarom Jezus het omgekeerde bedoelde van wat hij zei. Veel theologen gedragen zich dan alsof ze naast het kruis staan, Jezus kronkelt van de ellende en brult vanaf de afgrond, maar zij zetten een keurig gezicht op en beginnen te ratelen: ‘Waarom God u heeft verlaten? Nou, dat zullen we u eens háárfijn uitleggen…’

‘Uiteindelijk probeert elke christelijke theologie bewust of onbewust de vraag “Waarom heeft u mij verlaten?” te beantwoorden als hun leerstellingen stellen “om deze reden” of “om die reden”. Maar in het aangezicht van Jezus’ doodskreet richting God wordt theologie onmogelijk… Hoe kan christelijke theologie over God spreken in het aangezicht van Jezus’ nood aan het kruis?’

Dat schrijft Jürgen Moltmann, de grootste nog levende christelijke denker, in zijn bekendste werk, De gekruisigde God. Elke theoloog, ook ik natuurlijk, staat onder verdenking van grootspraak.

Ontkenning versus tranen

Een mogelijke manier om hiermee om te gaan is de weg van de ontkenning, de zogeheten via negativa. We spreken sowieso over God, is dan het uitgangspunt: de mens doet nu eenmaal uitspraken over het ultieme en een theoloog dient dat te ontmaskeren.

Moltmann stelt, denk ik, een andere weg voor, die ik de weg van de tranen zou noemen, de via dolorosa. Een theoloog, of wie dan ook, heeft recht van spreken over God naarmate hij of zij bereid is te delen in het lijden van deze wereld. Want dat is de wijze waarop God zelf sprak. Het ‘Woord van God’, zoals Jezus wordt genoemd, was geen boek dat uit de hemel neerdaalde, maar een concreet mens van vlees en bloed die onze weg ging, tot onderin het dal.

Ik begon ooit te schrijven aan een roman over bergbeklimmers, zonder zelf in de touwen te hebben gehangen, en uiteraard liep ik hopeloos vast. Ik heb eens een jongeman gesproken die een heel boek over seks had geschreven, zonder zelf ooit te hebben gevreeën. Zo zijn theologen die Jezus’ doodskreet abstract beantwoorden, zonder zelf diep verbonden te zijn met de wanhoop van deze wereld. Hun werk mag in de academie geprezen worden, maar over God gaat het niet.

We kunnen alleen constateren

Als we het christendom helemaal tot de kern afpellen, is dit de belijdenis: nergens was God zo nabij als in Jezus. We hebben geen betere woorden voor God dan Jezus’ eigen leven. En vervolgens lezen we deze doodskreet, waarin Gods zoon - we kunnen zelfs belijden: God in eigen persoon - ternauwernood nog uitbrengt dat God hem verlaten heeft. Het is de diepste paradox van de hele christelijke theologie, die niet opgelost mag worden.

Wie dit probeert op te lossen, doet alsof hij of zij meer weet dan Jezus zelf. Het enige wat we kunnen doen is het te constateren. Zoals de Bijbelschrijvers zelf het laten staan en het niet uitleggen.

Waar is God in de crisis?

Mijn God, mijn God, dat weet ik niet.

Meer hierover lezen? Je vindt het in het nieuwste boek van Reinier: Waar is God in de crisis. Het boek is uitgegeven bij Buijten & Schipperheijn Motief, telt 112 blz en kost € 12,50.