Woestijnvader Agathoon: Vreemdeling voor vreemdelingen

Wat is een christelijke houding ten opzichte van vreemdelingen? Misschien kunnen we daarover iets leren van woestijnvader Agathoon. Mattias beschrijft welke keuzes hij maakte toen hij op een dag een zieke vreemdeling tegenkwam.

Woestijnvader Agathoon: Vreemdeling voor vreemdelingen

Op een zekere dag ging woestijnvader Agathoon enkele zaken in de stad verkopen. Terwijl hij door de straten liep, zag hij een buitenlander op straat liggen. De man was ziek en niemand zorgde voor hem. Agathoon wilde de zieke man helpen en ging op zoek naar een huurhuisje. Toen hij dit gevonden had bracht hij de zieke ernaartoe en verzorgde hem. Ondertussen werkte monnik Agathoon om de huur te kunnen betalen en besteedde het overige geld aan de verzorging van de vreemdeling. Zo bleef Agathoon vier maanden lang voor de zieke zorgen, totdat hij genezen was. Daarna keerde de woestijnmonnik terug naar zijn monnikshuisje in de woestijn.

- Spreuk 27 van Agathoon

Voor woestijnmonniken is het ‘leven als vreemdeling’ erg belangrijk. De apostel Petrus schreef erover: ‘U bent vreemdelingen die ver van huis zijn’ (1 Petrus 2:11-12). De monniken maken dit praktisch. Zo bestaat hun vreemdeling-zijn niet alleen uit vreemd-zijn (woestijnmonniken zijn vaak bijzondere mensen), er zit ook een pelgrimsgedachte achter. Ze hebben een doel, zijn onderweg, gaan ergens naartoe. Het is een christelijke motief o.a. geïnspireerd door aartsvader Abram. Die verlaat land, familie en vrienden om op weg te gaan en zo een ’bron van zegen’ te zijn (Genesis 12:2).

Liefde tot het uiterste

Agathoon ziet zichzelf ook als vreemdeling. Op weg met God, net zoals Abram. Niet gehecht aan plaats, bezittingen of wat dan ook. Volledig vertrouwend op Gods stem. Dan komt Agathoon een buitenlander tegen, een vreemdeling, die nog ziek is ook. Het is een bijzondere ontmoeting tussen twee soorten vreemdelingen. De ene vreemdeling is ziek blijven steken, de ander is onderweg.
Agathoon voelt zich niet vervreemd van de zieke, hij ziet niet zomaar een ander persoon maar een mede-ander. Liefdevol tilt hij hem op, met gevaar voor eigen gezondheid. Dan verzorgt Agathoon hem, als bron van zegen. Hij gaat zelfs werk zoeken om hem te onderhouden. Liefde drijft hem tot het uiterste. Wat een bijzondere christelijk omkering zien we hier: een ontvreemding van de vreemdeling door zelf vreemdeling te worden. Is dit geen prachtig voorbeeld van hoe onthechting van deze wereld leidt tot het onbezorgd kunnen liefhebben van anderen?

Voel je je heel gewoon? Woon je op een flatje driehoog achter? Bedenk dan, dat het een christelijke weg kan zijn om gewoon te werken en daar veel van weg te geven. Andere helpen kan op vele manieren. Ten minste, dat voel ik bij het lezen van dit verhaal. Wat lees jij? Zijn er meer manieren waarop je heel concreet vreemdeling zou kunnen zijn?

Over Agathoon van Egypte

Woestijnvader Agathoon is een bekende woestijnvader en wordt herdacht om zijn zachte karakter. In de woestijnvadersspreuken zijn meer dan 30 uitspraken en verhalen van hem bewaard. Een korte en krachtige spreuk, die sommigen het meest tot de verbeelding spreekt, is de volgende:

Men vertelde van woestijnvader Agathoon, dat hij drie jaar lang een steen in zijn mond heeft gehouden, totdat hij zichzelf het zwijgen had eigengemaakt.

Aghatoons woestijnmonnikleven begint als hij op jonge leeftijd de woestijn intrekt en bij woestijnvader Poimen in de leer gaat. Woestijnmonnik Agathoon is een goede leerling en al snel is hij als een ‘vader’ voor medemonniken. Van Thebaid trekt hij naar Sketis, waar hij samen met de monniken Alexander en Zoilus woont. In Sketis leert hij de woestijnvaders Amoun, Makarius, Jozef en Petrus kennen. In Sketis wordt woestijnmonnik Abraham zijn leerling en als de Barbaren op een gegeven moment plunderend door Sketis trekken, vluchten ze samen richting de Nijl, vlakbij Troe. (zie kaartje voor alle plekken)

De erfenis van Agathoon

Woestijnvader Agathoon inspireert nog steeds, neem bijvoorbeeld de beroemde componist Arvo Pärt. Hieronder vindt je een link om dit prachtige muziekstuk te beluisteren. Het verhaal dat bij hierbij hoort lijkt op degene die je net gelezen hebt (Spreuk 27). Het muziekstuk is gebaseerd op spreuk 30 en vertelt een net iets ander verhaal.

Op zekere dag ging woestijnvader Agathoon naar de stad om een paar voorwerpen te kopen, toen hij langs de weg een melaatse aantrof. De melaatse zei tot hem: ‘Waar ga je naartoe?’ Woestijnvader Agathoon antwoordde hem: ‘Naar de stad om zaken te verkopen’. Hij zei hem: ‘Als het u belieft, breng ook mij daarheen.’ En hij nam hem op en droeg hem naar de stad. Hij zei hem: ‘Leg me neer, waar u de voorwerpen verkoopt’. En zo deed hij. En toen hij een voorwerp verkocht had, zei de melaatse hem: ‘Voor hoeveel hebt u het verkocht?’ En hij antwoordde: ‘Voor zoveel.' En hij zei hem: ‘Koop me dan een gevulde koek.' En hij kocht er een.
Toen ging hij opnieuw een voorwerp verkopen. En hij vroeg: ‘Hoeveel bracht dat op?’ En hij zei: ‘Zo veel.' En hij zei hem: ‘Koop dan dit hier voor mij.' En hij kocht het. Toen hij nu alle voorwerpen had verkocht en wilde heengaan, zei de melaatse hem: ‘Gaat u weg?’ Hij antwoordde hem: ‘Jazeker.' En hij zei hem: ‘Wees dan nog eenmaal vriendelijk voor mij en breng me terug naar de plaats, waar u me hebt gevonden.’ En hij nam hem op en bracht hem naar de plaats. Toen sprak hij: ‘Gezegend ben jij, Agathoon, door de Heer in de hemel en op aarde’. En toen hij zijn ogen op sloeg, zag hij niemand meer. Het was namelijk een engel van de Heer, die gekomen was om hem te testen.

- Spreuk 30 van Agathoon

Arvo Pärt maakte hierover het muziekstuk L’abbé Agathon, de abt Agathoon. Meer info over het stuk vind je hier. En hieronder kun je het beluisteren:  

L'abbé Agathon

Illustraties: Mattias Rouw