Soms moet je iets eerst geloven, voordat je het ziet

Op welke punten heb jij het makkelijker in je leven dan anderen? Volgens Gertine is het belangrijk om je bewust te zijn van je eigen privileges én oog te hebben voor mensen die afwijken van de gangbare norm. Elkaar zien zoals Jezus mensen zag, komt je helaas niet zomaar aanwaaien.

Soms moet je iets eerst geloven, voordat je het ziet

Ik heb het in het leven goed getroffen. Ik kom uit een gezin dat het redelijk goed had op financieel gebied. Ik ben geboren in een tijd waarin het geen vraag meer was of meisjes wel konden gaan studeren. En met een beetje hulp van een lening kon ik maar liefst twee studies afmaken. Met mijn blonde haar, blauwe ogen en lichte huid voldoe ik helemaal aan het Hollandse stereotype. Mijn lichaam is gezond, heeft geen beperkingen; een vrouwenlichaam waarin ik me thuisvoel. Ik heb nooit serieuze psychische problemen gehad, en ben getrouwd met een man die het ook behoorlijk goed doet in het leven.

Een groot gedeelte van onze maatschappij ziet er zo uit. Gewone mensen, noemen we dat. Of zoals Mark Rutte het zegt: hardwerkende Nederlanders. Er is niet zoveel bijzonders aan ons. Het lijkt alsof hoe ons leven eruitziet, de norm is voor iedereen. We hebben onze eigen moeilijkheden, worstelen ons door ups en downs heen, en de meesten van onze vrienden en familie passen vrij aardig in hetzelfde plaatje.

Afwijken van de norm

Als ik iets langer om me heen kijk, en de mensen in mijn nabije kring afga, dan zie ik wel degelijk overal mensen opdoemen die niet in het doorsnee hokje zitten. Om maar eens te beginnen bij iedereen die niet-hetero is. Ik denk dat inmiddels iedereen toch wel iemand kent die niet op het andere geslacht valt. En in lijn daarvan: zij die hun gender niet vereenzelvigen met hun biologische sekse.

Nu ik toch bezig ben, kan ik nog veel meer dingen opnoemen waardoor je opvalt ten opzichte van de heersende maatschappelijke idealen. Als je in een rolstoel zit. Als je geen witte huid hebt. Als je uit een arm gezin komt en studeren met torenhoge leningen niet voor jou weggelegd lijkt te zijn. Als je een vrouw bent en niet serieus genomen wordt in een mannenwereld. Als je kampt met psychische problemen waardoor je niet zomaar de straat op durft. Als je een gehandicapt kind hebt waardoor je nooit uit de luiers raakt.

Mijn vrouw-zijn zorgt in mijn beroep als predikant een enkele keer voor een hindernis. Zo heb ik mannelijke collega’s die vinden dat ik überhaupt niet in het ambt zou mogen staan. Het zorgde vooral tijdens mijn opleiding voor nogal wat vervelende en soms ronduit verdrietige situaties. Niet prettig inderdaad, maar het heeft me ook iets opgeleverd: dat ik beter begrijp wat het is als mensen hun hele leven niet serieus genomen worden vanwege een overtuiging of uiterlijk kenmerk.

Wat is privilege?

Als je zo naar de wereld kijkt, dan ga je zien dat de uitgangspositie van sommige mensen beter is dan die van anderen. Privilege noemen we dat. Het is een woord waardoor de haren van sommige mensen recht overeind gaan staan. Maar privilege hebben, betekent alleen maar dat je het op sommige punten in jouw leven makkelijker hebt dan anderen. Het betekent niet dat jou alles voor de wind gaat. Het betekent dat niet je huid, je gender, je geaardheid of je lichaam zorgen voor moeilijkheden.

Hierop voortbordurend kunnen we ook niet anders dan inzien dat sommige mensen op meer dan één punt een slechtere uitgangspositie hebben. Bijvoorbeeld als je vrouw bent én homo. Als je in een rolstoel zit én een hoofddoek draagt. Als je uit een arm gezin komt én je huid niet wit is. Er lopen als het ware allemaal lijnen door onze samenleving heen, waarbij sommige mensen zich op één en anderen zich op meerdere van die lijnen bevinden. Kruispuntdenken, heet dat. Of intersectionaliteit. Dat perspectief legt bloot dat de macht in onze wereld oneerlijk verdeeld is. Het grootste deel van de macht gaat naar een geprivilegieerde groep, bijna altijd ten koste van de verschillende gemarginaliseerde groepen.

Wat moeten we daarmee?

Mijn pleidooi in dit artikel is dat we als christenen niet anders kunnen dan ons verdiepen in dit soort zaken. Simpelweg omdat wij onszelf beschouwen als volgeling van Jezus Christus. Jezus had gemakkelijk bij de grote groep mensen kunnen blijven die hem achternaliep. Hij had het bij algemene dingen kunnen houden over elkaar liefhebben en God boven alles. Hij had ons vooral regels en abstracte ideeën kunnen achterlaten. Dat was echter niet het enige dat hij deed.

Jezus liep vaak van de massa weg. Dan zocht hij mensen op die anderen – bewust of onbewust – over het hoofd zagen. De Samaritaanse vrouw bij de put, Zacheüs in de boom, de verlamde man in Bethesda, de vrouw die aan bloedverlies leed, kinderen. Steeds weer is Jezus te vinden bij degenen die in de ogen van de meerderheid er niet toe doen, om welke reden dan ook. Een ziekte, een handicap, een maatschappelijke positie. Jezus ziet hen.

Elkaar zien gaat niet vanzelf

In de afgelopen maanden wandelde ik regelmatig door de natuur, bij gebrek aan andere bezigheden. Het viel me op dat er in de maand mei een bepaalde boom aan het bloeien was, met witte bloemetjes. Het bleek de meidoorn te zijn. En opeens zag ik overal waar ik kwam de meidoorn bloeien. Hoe had ik dit vorige jaren kunnen missen, vroeg ik me af.

Ik geloof dat het vaak zo gaat. Dat je pas wanneer je iets weet of kent, het ook ziet. Of zoals Madeleine l’Engle zei: 'Some things need to be believed to be seen.' (Many Waters, p.290) Daarom moet je soms bewust je best doen om de ervaringen van anderen te kunnen zien. Anderen zien zoals Jezus mensen zag, komt je niet zomaar aanwaaien.

Anderen zien zoals Jezus mensen zag, komt je niet zomaar aanwaaien.

Het helpt om je te verdiepen in de onzichtbare oneerlijke structuren van onze maatschappij en geschiedenis. Of door jezelf aan te leren toch te luisteren naar het verhaal van die persoon die je eigenlijk op het eerste gezicht niet zo interessant vindt. Door bewust plekken op te zoeken waar je mensen ontmoet die niet in jouw bubbel passen. Of, makkelijker nog, mensen te volgen op social media die anders zijn dan jij. Het is mijn ervaring dat je daardoor andere dingen opmerkt in de wereld dan voorheen.

Alles draait om elkaar liefhebben. De ander die op jou lijkt liefhebben, is makkelijk. Moeilijker is het om degene met een andere levenservaring dan jij serieus te nemen. In de kerk zijn we al duizenden jaren aan het oefenen in elkaar liefhebben. Soms gaat dat goed, soms slaan we de plank mis. Ik stel voor dat we vooral niet denken dat we er wel zijn – en dat we ons eerlijk verdiepen in waar de kerk mensen over het hoofd ziet.