God laat alles meewerken ten goede, zegt de Bijbel. Maar hoe dan?

Ja, er staan in de Bijbel verhalen waarin ellende door God in vreugde wordt veranderd. Maar er zijn ook verhalen die helemaal niet goed aflopen. Wat moet je dan met de belofte dat ‘God alles laat meewerken ten goede’, vraagt Elise zich af…

God laat alles meewerken ten goede, zegt de Bijbel. Maar hoe dan?

Als je in moeilijke omstandigheden verkeert, of het nu komt door het coronavirus of door iets heel anders, kunnen goedbedoelde reacties van anderen soms verwarrend zijn. ‘Het komt vast weer goed!’ Of: ‘Uiteindelijk zul je zien dat deze periode een blessing in disguise was.’ ‘God heeft er vast een bedoeling mee, Hij keert het ten goede!’

Hoeveel heb je aan zulke opmerkingen als je midden in de shit zit? Als je je baan kwijt bent, ziek bent, je huwelijk stukloopt, een dierbare verliest? Met een beetje pech voel je je ook nog eens schuldig omdat je helemaal niet ziet hoe het goed moet komen of hoe God door de situatie heen aan het werk is.

En toch… Het is toch zo dat God je draagt? Het is toch waar dat God nare dingen ten goede kan keren?

In discussie met God

Voor mijn boek en deze blogserie verdiepte ik me in het verhaal van de Bijbelse Job. Deze rijke en aanzienlijke man verliest van het ene op het andere moment vrijwel alles: zijn bezit, zijn kinderen en tot slot ook zijn gezondheid. Zijn vrienden komen hem opzoeken en bestoken hem met vragen en adviezen. Heeft hij het er niet zelf naar gemaakt? Is God hem vergeten? Moet hij zijn zonden niet belijden?

Ten einde raad gaat Job aan het eind van het boek in discussie met God zelf. God komt niet met de antwoorden waar hij op hoopte. God laat niet zien waarom hij deze ellende moet doorstaan, noch vertelt God hem dat alles uiteindelijk goedkomt. God doet iets heel anders: hij laat zichzelf zien.

Wel of niet ten goede keren

In het verhaal van Job keert het tij zich: aan het eind van het verhaal is Job rijker dan ooit tevoren, heeft hij weer kinderen gekregen en zijn gezondheid is teruggekeerd. Eind goed al goed.

En er zijn meer Bijbelverhalen te vinden waarin God nare situaties zodanig beïnvloedt dat het weer goedkomt. Denk aan Jozef in de put en in de gevangenis: God gebruikte hem om uiteindelijk een heel volk te redden van een hongersnood. Of het verhaal van Abraham. Hij moest heel wat tegenslag verwerken voordat hij kreeg waar hij zo op hoopte: een eigen zoon. En Esther de koningin? Zij moest een leven in een harem doorstaan om een heel volk te redden van genocide. 

Daarentegen zijn er ook talloze situaties waarin de situatie niet ten goede wordt gekeerd. De hof van Eden bleef gesloten voor Adam en Eva. Mozes heeft het beloofde land niet mogen betreden, hij stierf (of eigenlijk: God nam hem weg) in de woestijn. Denk aan de leerlingen van Jezus die bijna allemaal op een gruwelijke manier om het leven werden gebracht. Wat is daar nu goed aan?

Alles werkt mee aan het goede…

God kán ellende omkeren in iets goeds. En toch doet Hij dit vaak ook niet. In de Romeinenbrief staat: ‘En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede’ (Romeinen 8:28). Mij valt in dit vers vooral het woordje alles op. Alle dingen. Dus zowel de goede als de kwade dingen. Voor- en tegenspoed. Beide dragen bij aan het goede.

Wat is dan het goede? In de grondtekst wordt ‘het goede’ met verschillende dingen vertaald. Zo kan het verwijzen naar ‘overeenkomstig het gestelde doel’. Of: ‘in staat zijn tot het maken van juiste keuzes’. Goede en slechte tijden veranderen je karakter, kunnen wijzer maken. Maar in sommige situaties loopt het gewoon slecht af. In die situaties denk ik dat God dit alsnog kan laten bijdragen aan het goede. Omdat Hij precies weet wat ‘het goede’ daadwerkelijk is. Omdat Hij de geschiedenis en de loop der dingen overziet. Zijn plan met deze wereld staat vast. En alle dingen zullen daaraan bijdragen voor wie God liefhebben.

Het vraagt moed om daarin te geloven wanneer de omstandigheden beroerd zijn. Het vraagt moed je daaraan over te geven. Misschien is juist daarin God wel te vinden: in de onzekerheid, in het niet-weten, in het loslaten. Zoals Job die onder de indruk van Gods macht en majesteit zegt (terwijl hij nog ziek en berooid is): ‘Ik weet dat niets buiten uw macht ligt en geen enkel plan voor u onuitvoerbaar is. Wie was ik dat ik, door mijn onverstand, uw besluit wilde toedekken? Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip, over wonderen, te groot voor mij om te bevatten… Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd’ (Job 42:1-5).