Wie ben ik? | Jean-Jacques over het mysterie van het leven

Jean-Jacques komt er niet uit. Hij heeft geen antwoord op die steeds terugkerende vraag naar het waarom van het leven en wil waken voor te gemakkelijke antwoorden. Bovendien is er een belangrijke waarheid over het leven die deze vragen overstijgt.

Wie ben ik? | Jean-Jacques over het mysterie van het leven

Af en toe vliegt het me aan. Wat doe ik op deze planeet? Mijn naam en gezicht, wat betekenen die? Soms kijk ik in de spiegel en weet niet echt wie die persoon is. Of ik denk: kom op zeg, die grijze haren, die wallen onder de ogen, dat kan mijn gezicht toch niet zijn? Een mens is vrij, horen we zeggen, maar we zitten vastgeplakt aan een lijf dat we niet echt kunnen veranderen.

Niemand weet wat we hier doen

Zulke existentiële vragen overvallen, denk ik, iedereen wel eens. Maar we hebben slimme oplossingen bedacht om ze te omzeilen. We nemen een pil of nog een biertje, we turen uren naar een schermpje of gaan met iemand naar bed. Of we foeteren op de buurman wiens kat onze tuin omwoelt. We weten niet wat we hier doen. Wat betekent het dat ik in Kruiningen ben geboren en niet in Utrecht of Berlijn?

Niet alleen weet ik niet echt wie of wat ik ben. Ook ontgaat het mij hoe ik op deze planeet terecht ben gekomen. Zaadje en eitje, zeg je? Die zijn een biologisch stapje in een proces dat fundamenteel een raadsel is. We weten niet echt waar baby’s vandaan komen. Je zit samen te ontbijten en pakweg een jaar later zit er een derde bij je aan tafel. Een vreemde kijkt je aan, zelfs al meen je je eigen grote oren te herkennen. Waar komt die nou weer vandaan? We weten het niet echt – beter gezegd: echt niet.

Geen platte antwoorden

Soms voel ik me overvallen als kinderen de vragen gaan stellen die wij volwassenen vermijden. ‘Waar kom ik vandaan?’ ‘Wie ben ik?’ Een kind wil weten wat het op deze planeet komt doen. Vaak vertellen we dan maar het verhaal over het zaadje en het eitje. Of dat de zin van het leven is dat je moet vooruitkomen in de wereld. Misschien lukt het je zo om anderen en jezelf te overtuigen dat je recht hebt om te bestaan, dat je OK bent, ‘bijzonder’. En dan? Dan ga je dood. Je wordt mest. We weten niet wat dat betekent en proberen er niet aan te denken.

Met onze platte antwoorden onthouden we een kind de belangrijke waarheid dat het leven een mysterie is. De vraag: ‘Wie ben ik?’ is ten diepste een religieuze vraag. Maar zeggen: ‘God heeft jou gewild’ kan ook weer een plat antwoord worden. Alsof God een soort kosmische huisvader zou zijn. Ook dan verdwijnt het mysterie. En als het mysterie verdwijnt, verdwijnt God die donkere majesteit is. Misschien dat de ‘terreurteksten’ in de Bijbel, waarin op zijn bevel onbegrijpelijke dingen worden gedaan, dienen om ons wakker te houden. God is niet onder ons hoedje te vangen.

Hoe dan ook, gemakkelijke antwoorden waaruit het mysterie verdwenen is spreken veel kinderen, eenmaal groot geworden, niet meer aan. En ons ook niet, als we eerlijk zijn.

Alles wat was, is en zal zijn is geboren uit God die ‘bidden en denken te boven gaat’.