Zijn we als kerk één lichaam? Marjon vindt het beeld van los zand passender…

Het is een Bijbeltekst die veel mensen aanspreekt: dat we als christenen als één lichaam zijn, maar wel allemaal een eigen functie hebben. Marjon kan er alleen niet zoveel mee en vond het tijd voor een nieuwe metafoor.

Zijn we als kerk één lichaam? Marjon vindt het beeld van los zand passender…

Eens in de zoveel tijd komt-ie voorbij. Het beeld van gelovigen die samen één lichaam vormen. Waarin iedereen een plaats heeft, daar volledig tot z’n recht komt, wordt gezien en gewaardeerd en ook nog eens in perfecte harmonie samenwerkt met alle andere delen van het lichaam. Een lichaam ook dat zorgdraagt voor de kwetsbare delen en daardoor een eenheid blijft. En dat alles met een hoofd dat is doordesemd van onvoorwaardelijke liefde.

In een notendop is dit het beeld dat Paulus schetst in zijn brief aan de gemeente van Korinthe als antwoord op onderling gedoe, schuine ogen en verdeeldheid. 

Op het eerste gezicht een inspirerend antwoord. Want hoe mooi zou het zijn wanneer geloofsgemeenschappen wereldwijd zouden functioneren als een vitaal en uitgebalanceerd lichaam waarin iedereen altijd even belangrijk is? Te mooi, zodat het in de praktijk vooral de zere vinger legt bij alles wat afwijkt.

Eens een hand, altijd een hand?

Los daarvan hangen er aan dit beeld ook nog wat andere nadelen. Hoe langer ik erover nadenk hoe meer ik besef dat het allesbehalve dynamisch, organisch en inclusief is. Zeker wanneer je kijkt naar het individu in het geheel. Daarvoor lijkt te gelden: eens een hand, altijd een hand met de onmogelijkheid om zowel een beetje hand als voet te zijn.

De metafoor van Paulus geeft me het gevoel dat er maar twee opties zijn: je hoort erbij en beweegt all the waymee met het (ietwat logge) lichaam, of je valt erbuiten. Ruimte voor een iets anders wat zoekt, twijfelt, komt en gaat, lijkt er niet te zijn.

Dichter bij de werkelijkheid

Maar als ‘we’ niet vanzelfsprekend een lichaam zijn, wat zijn ‘we’ dan wel met elkaar als christenen? Ik moest denken aan al die summer body’s op het strand. Het antwoord is er misschien wel tussen te vinden: we zijn eerder los zand. Het voelde in eerste instantie als een te cynisch antwoord, maar het bleef in mijn hoofd hangen en langzaamaan vormden zich steeds meer gedachten bij dit beeld die me verrasten.

Van de oorsprong en uniciteit van elke zandkorrel tot de diverse vormen, toepassingen en eigenschappen wanneer ze met velen zijn. Net als het gegeven dat het er altijd op elke plaats hoe dan ook is. Voor mij is een nieuwe metafoor geboren. Eentje die voor mijn gevoel een stuk dichter bij de werkelijkheid staat dan het eeuwenoude beeld van het lichaam en me juist daarom hoopvol stemt.

Wij, wie dat dan ook zijn,

zijn los zand

Met allemaal een oorsprong

grootser dan onszelf

in omvang, plaats en tijd

uniek gevormd door leven

liggen we hier

Bijna nooit alleen

aan elkaar geplakt

en losjes opgedroogd

geladen met verhalen voor

wie goed kijkt

En altijd is er mogelijkheid te

verwaaien, op te stapelen

tot stevige grond

duin, gehard beton

of samen te komen in

breekbaar glas dat

als elk kunstig

zandsculptuur

sneuvelen zal en

scherven, zand achterlaat

dat wacht op wind, huid

schoenen en zakken die

dat wat schuurt

met zich meedraagt

naar nieuwe plaatsen

van betekenis

waar verschil ligt te wachten

tot ze wordt gemaakt….