Bijbelverhalen zijn geen sprookjes en die moeten we er ook niet van maken…

Een theoloog en zijn twee stiefdochters laten Alain op een andere manier kijken naar Bijbelverhalen. Zijn conclusie is dat onze westerse eind-goed-al-goed vertelling dringend een realitycheck nodig heeft.

Bijbelverhalen zijn geen sprookjes en die moeten we er ook niet van maken…

Tien en veertien zijn mijn stiefdochters, en ik lees ze na het avondeten uit de Bijbel voor. Ik vind dat geen fijn ritueel, ik vind het ongemakkelijk en een beetje gedwongen. De Bijbel is voor mijn vrouw en mij het belangrijkste boek, maar of dat voor hen ook zal gelden weten we niet. Of de dagelijkse voorleessessie daar positief aan bijdraagt, weet ik ook niet. Schrijven en preken over de Bijbel is makkelijker dan de eeuwenoude Schriftwoorden ongefilterd boven de restjes van je risotto uit laten klinken.

De verhalen waarmee mijn stiefdochters zijn opgegroeid, zijn anders dan de verhalen waarmee eerdere generaties het moesten doen. Kijk bijvoorbeeld naar de evolutie van de Disneyfilm. Sneeuwwitje maakte een groep dwergen gelukkig door hun huis schoon te vegen, raakte later in coma en werd door een prins gered. Nou hoef ik van de andere heldinnen geen uitgebreider samenvatting te geven, want ze worden stuk voor stuk door een prins gered. Uit hun slaap of gevangenschap of armoede, in ieder geval uit een passieve rol. Behalve Belle, die juist haar prins redt, maar daarvoor moet ze eerst een tijd erg lijdzaam omspringen met zijn monsterlijke gedrag.

Eigenwijze vrouwelijke held

De meisjes kregen gelukkig meer soorten rolmodellen voorgeschoteld in de afgelopen jaren. Frozen is het bekendste voorbeeld, maar ook Brave kent een eigenwijze vrouwelijke held en mijn oudste stiefdochter heeft The Hunger Games gezien. Het palet is uitgebreid, van afwachtende meisjes die veel onrecht moeten tolereren voordat een man ze komt redden, tot zelfstandige personages die goede en slechte en avontuurlijke dingen ondernemen. Onafhankelijk van de mannen, ondanks de mannen, of samen met de mannen.

Vorige maand sprak ik theoloog Karen González, die in haar kindertijd emigreerde van Guatemala naar Amerika. Thuis bij vrienden uit een christelijke studentenclub zag ze een afbeelding van Ruth hangen, een bekende vrouw in de Bijbel. Een vriend legde het verhaal aan haar uit zoals zoveel christenen dat voor en na die tijd hebben gedaan. Het klonk als een soort Disneyverhaal, zei Karen tegen me. Eerst was het meisje arm en zielig, maar toen kwam Boaz als prins op het witte paard, en trouwde hij met haar. Toen had ze geld en kreeg ze kinderen, van wie later koning David zou afstammen. Romantisch en royaal!

Kijk, zei de theoloog, op zo’n manier dreigen we in het westen elk verhaal in de Bijbel te reduceren tot een verhaal over eenvoudige mensen die aan het einde lang en gelukkig leven als liefdevol gezinnetje. Maar zelf ging Karen González pas van de Bijbel houden toen ze ging begrijpen dat Ruth eigenlijk een verhaal is over migranten die wanhopig op zoek zijn naar voedsel, ontferming en vriendschap.
Kijk ook naar het geboorteverhaal van Jezus, dat we de komende maanden weer uitgestald zien in de vorm van papa Jozef, moeder Maria, baby Jezus en glimlachende dieren. Daar is niets Disney aan: het is een ongehuwd tienermeisje dat ongevraagd zwanger raakt en vervolgens naar een ander land moet vluchten voor vervolging.

Ik schaam me kapot

Het Bijbelboek dat ik voorlees aan tafel is Ester. Een klassieker, en min of meer bewust uitgekozen omdat het verhaal boeiend is (het leest makkelijker dan een brief van Paulus, zogezegd), en ook hier is de hoofdpersoon een vrouw. Ik hoor mezelf bizarre dingen zeggen, zo tussen mijn vrouw en stiefdochters in.
Eerst is er een koning die maanden durende drankfeesten geeft. Dan wil hij zijn koningin op het hoogtepunt van zijn dronkenschap verplichten om voor hem en zijn gasten te komen dansen met haar kroon op. Ze weigert, en daardoor voelen alle belangrijke mannen in het land zich zo bedreigd dat er een nationale wet komt die vrouwen verplicht om voortaan beter naar hun man te luisteren. Eh… wat?

Na het onvermijdelijke ontslag van die koningin gaat de koning op zoek naar een nieuwe. Daartoe ontvoeren ambtenaren in het hele rijk mooie jonge meisjes, die eerst een jaar lang cosmetisch worden bewerkt en daarna naar het bed van de koning worden opgeroepen. Onze held Ester is een van die meisjes.
Op dit punt schaam ik me kapot voor wat ik zit te lezen. Door rare stemmetjes op te zetten geef ik mijn stiefdochters te kennen bij wie mijn sympathie nìet ligt in dit verhaal (antwoord: bij nagenoeg alle mannen). Dan hebben we nog niet eens de genocide gehad die dreigt te ontstaan uit een conflict tussen Esters oom en een concurrent, en die Ester met gevaar voor eigen leven mag proberen te voorkomen.

Laten rijmen op onze tijd

Ik zie nog de verfilmingen en tekeningen voor me die ik in mijn jeugd heb gezien. Ester was een prachtig meisje, en omdat ze de mooiste was, mocht zij de koningin worden. Joepie, eind goed al goed, en wat een mooie gouden kroon! Op zo’n ouderwetse Disney-manier heb ik het verhaal van Ester altijd beleefd als jonge gelovige. Maar dat is toch krankzinnig? Aan het lot van die arme Ester valt niets te vieren. Ze wordt aan alle kanten gebruikt, en die koninklijke kroon zou ze graag aan een ander meisje afstaan, dank je de koekoek.

Disney is geëvolueerd en heeft betere verhalen voor jonge meisjes. Dat kunnen we ook proberen met onze christelijke vertellingen. Focus niet op de prins op het witte paard, op het huwelijk met een rijke vent als oplossing voor alle problemen. Er zitten elementen in die Bijbelverhalen en oude sprookjes die niet meer rijmen op onze tijd. Dat twintig kinderen jouw bestaan de moeite waard maken, dat het eervol is om de lievelingsvrouw in een harem te zijn, dat eenvoudige meisjes zo van straat worden geplukt en op het pluche worden gezet omdat ze lieftallig en bevallig zijn.

Ik beloof je dat er genoeg overblijft in die Bijbelverhalen dat bij uitstek wel rijmt op onze tijd. Dat het leven meer van je afpakt dan je lief is, dat zowel man als vrouw tot absurd kwaad in staat is, én tot ongedachte moed, dat machtsverhoudingen deze wereld bepalen, dat een doorbreking daarvan een teken van Gods hand kan zijn. Dat ‘lang en gelukkig leven’ mooie woorden zijn, maar wel uit een realiteit die ver buiten onze horizon ligt.