Ridder Ansfried had maar één grote liefde waar hij geld aan spendeerde (en het was niet zijn vrouw)

De liefde voor de Bijbel is door de geschiedenis heen op vele verschillende manieren geuit. Francis onderzoekt vandaag de liefde die spreekt uit het blinkende goud en de edelstenen op de omslag van de 1000 jaar oude Ansfriduscodex.

Ridder Ansfried had maar één grote liefde waar hij geld aan spendeerde (en het was niet zijn vrouw)

Ik weet nog heel goed wanneer ik mijn eerste, eigen Bijbel kreeg. Net negen jaar was ik geworden, toen oma me een rechthoekig, zwaar pakje overhandigde. Uit het vrolijk gekleurde pakpapier diepte ik een stemmig zwart gekleurd Bijbeltje van zakformaat mét psalmen in oude berijming op. Familieleden deelden direct met mij hun hoop, dat er toch maar snel sporen van intensief gebruik zichtbaar zouden zijn op de dunne, zwarte kaft of de dikbedrukte bladzijden aan de binnenkant.

Don’t judge a book by its cover

Geen uiterlijke zaken, maar het Woord alleen - de inhoud - telt. Dat kreeg ik mee in mijn door-en-door protestantse opvoeding. Jaren later, en voor mijn gevoel heel wat wereldwijzer, stapte ik voor het eerst de schatkamer van Museum Catharijneconvent in Utrecht binnen. Het goud van talloze monstransen, bisschoppelijke ringen en reliekhouders glinsterde me tegemoet. Iets van ongemak bekroop me. Niet alleen mij, zo leerde ik de daaropvolgende jaren. Veel bezoekers die ik meeneem door de schatkamer gedragen zich onwennig tussen al die extravagante uitingen van geloof.

Een van de topstukken in die schatkamer is een handschrift uit de 10e eeuw. Niet alleen de ouderdom van de codex zelf, maar ook de haast oogverblindende buitenkant houdt mensen vaak even verwonderd staande. ‘De persoon die dit liet maken, moet wel heel rijk zijn geweest!’ zo klinkt het dan. Dat klopt maar ten dele. Het verhaal achter dit boek en z’n opdrachtgever, leerde me de uitspraak ‘Don’t judge a book by its cover!’ op waarde schatten. Letterlijk.

De codex is geschreven tussen 950 en 1000. Het is een zogenaamd evangelistarium, het bevat evangelieteksten in de volgorde zoals die op de zon- en feestdagen in de kerk gelezen of gezongen werden. Op de nog oorspronkelijke, zilveren achterkant van het boek staat: Versierd met flonkerende edelstenen en schitterend goud ben ik een geschenk van bisschop Ansfridus aan Martinus.

Van ridder tot bisschop

Bisschop Ansfridus is alles behalve de typisch machtsbeluste, rijke geestelijke die we ook kennen uit die periode in de geschiedenis. Tot zijn 55e is hij een ridder, die bekendstaat om zijn grote rechtvaardigheidsgevoel. Als zijn vrouw is gestorven wil hij intreden in het klooster om monnik te worden. Maar keizer Otto II weet hem over te halen om bisschop te worden in Utrecht, een positie die Ansfried na lang aarzelen accepteert.

Tot zijn dood 15 jaar later in 1010 is hij bisschop. Eentje die weinig geeft om wereldlijke macht, zo gaan de legenden. Hij sticht een klooster, verzorgt zieken, nodigt armen uit bij hem thuis en deelt met hen de maaltijd. Hij trekt zich de laatste jaren van zijn leven steeds vaker terug in een eenvoudige monnikcel, ontdaan van alle pracht en praal.

Ansfriduscodex, 950 – 1000 (Boekband 1200-1400 met latere toevoegingen), Museum Catharijneconvent

Flonkerende liefde voor de evangeliën

Deze bisschop, die zo weinig om rijkdom en decorum lijkt te geven, schenkt tijdens zijn leven het evangelistarium, ingelegd met goud en edelstenen, aan de Utrechtse Martinus- of Domkerk. Juist de tegenstelling in zijn sobere manier van leven tegenover de overdaad op de boekband van de geschonken codex is krachtig. Het toont een flonkerende liefde voor de evangeliën als symbool van de presentatie van Christus.

De edelstenen en het goud waarover de inscriptie op de achterkant van de Ansfriduscodex spreekt, hebben de eeuwen niet doorstaan. De boekband is gedeeltelijk vervangen en gerestaureerd, zo’n 500 jaar geleden. De inhoud daarentegen, de geschreven woorden, zijn nog in oorspronkelijke staat. ‘En daar gaat het om!’, zou mijn oma zaliger hierover triomfantelijk op kunnen merken, en bisschop Ansfried zou het waarschijnlijk roerend met haar eens zijn.

Je kunt de Ansfriduscodex met eigen ogen bekijken in museum Catharijneconvent. Meer info vind je hier.

Foto boven: Ansfried van Utrecht en zijn echtgenote Hereswint (ofwel Hilsondis) staan afgebeeld op ramen in de romaanse crypte van de abdij van Thorn.