'Waarom is de gemiddelde christen nou niet echt het toonbeeld van creativiteit?'

‘Ik had niet gedacht dat jullie gelovig waren. Jullie leken mij juist een behoorlijk creatief en ruimdenkend gezin', krijgt Annemieke te horen van een kunstenaar. Ze snapt het wel en pleit voor meer creatieve ruimte.

'Waarom is de gemiddelde christen nou niet echt het toonbeeld van creativiteit?'

In de tijd voor corona bezocht ik een tentoonstelling van kunstwerken die door scholieren en plaatselijke kunstenaars waren gemaakt. De kleurrijke creaties waren opgesteld in een oude lege fabriekshal. Er hing een geur van zaagsel en milde rebellie. Aan de verveloze muren waren oude gordijnen en grote stukken spaanplaat bevestigd, in druipende neonletters werden wij opgeroepen tot liefde en losbandigheid.

'Vrijwel alles is gemaakt van restafval,' sprak een trotse leerling wijzend op een toren van ingedeukte colablikjes. Naast hem verrees een verhoging van steigerhout waarop een purschuimen geslachtsdeel om aandacht vroeg. 'Vandaar de grote hoeveelheid rotzooi', sprak ik zachtjes tegen mijn zoon, die dat in zijn geheel niet grappig vond.

Ik wel, ik grinnikte nog meters na, tot ik stilstond bij een kunstwerk van sloophout en oud ijzer. Van oude robuuste balken was een kruis gemaakt, erachter, boven de dwarsverbinding was een zon van ijzerdraad bevestigd. Een doornenkroon, een stralenkrans? Het beeld raakte mij, de groeven en de wormgaten, de roest uitgeslagen plekken waar ooit spijkers zaten.

Dat had ik niet gedacht

De kunstenaar kwam naast mij staan. Hij bleek de kunstdocent van mijn zoon te zijn. We kwamen aan de praat over de jonge creatievelingen die aandurfden om in deze hal stukjes van hun ziel te etaleren. Ik keek met andere ogen naar de schreeuwende leuzen aan de muur en naar een collage van selfies op een gebarsten spiegel. Ik begon mijn eigen grapje ook niet meer zo komisch te vinden.

Ik keek nog eens naar het verweerde kruisbeeld voor mij en complimenteerde de maker ervan. Hij glimlachte: 'De balken en het ijzer komen uit een oude gesloopte schuur. Ik had direct zin om iets maken van dit karakteristieke materiaal. Dit kwam eruit.' Hij spreidde zijn armen. 'En ik ben niet eens gelovig.'

Ik voelde vooral de aanklacht van deze man die gelovigen als allesbehalve creatief en ruimdenkend zag.

'Ik wel,' sprak ik, 'Het beeld raakt mij in zijn eenvoud en het lijden dat het uitdrukt.'
De wenkbrauwen van de kunstenaar gingen omhoog, 'Zo? Dat had ik niet gedacht, dat jullie gelovig waren. Jullie leken mij juist een behoorlijk creatief en ruimdenkend gezin.'

Van slag

Ik stond met een mond vol tanden. Wat moest ik zeggen? Uhm, bedankt? In een andere setting zou ik dolblij zijn met woorden als creatief en ruimdenkend. Maar in dit geval voelde ik vooral de aanklacht van deze man die gelovigen als allesbehalve creatief en ruimdenkend zag.

Ik was zo van slag van zijn opmerking omdat ik het er vaak mee eens ben. De gemiddelde christen is niet per se een toonbeeld van creativiteit, al dient hij een scheppende God. Waarom is dat toch, vroeg ik mij af. Waarom zijn creatieve uitingen uit kerkelijke hoek regelmatig van zeer matige kwaliteit?

Ik denk dat het komt omdat we bang zijn voor twijfel. Wij worden niet graag uit het lood geslagen - en dat doet goede kunst, het slaat ons uit het lood - maar wij christenen zijn liever zeker van onze zaak. We weten wat God doet met twijfelaars, met lauwe christenen: die spuugt hij uit, die gooit hij weg.

Daarom blijven wij op de rechte weg. Daarom dwalen we niet naast het pad, ook al groeien daar vaak bloemen. Wij kleuren binnen de lijntjes, ook al begint creativiteit nogal eens buiten die lijntjes. Jammer dan.
Als de man die zijn huis op de rots bouwde, blijven wij in the box!

Wij lezen geen Stephen King, wij hebben Frank Peretti.
Voor ons geen Mick Jagger, die maar geen satisfaction kan krijgen, wij hebben onze eigen oude rocker Michael W. Smith.
Wij hebben duiven, regenbogen en de Amish, en maar liefst drie God is not dead films.

Woest en ledig

Ik weet het wel, er sluipen wolven naast het pad. Er wordt gevloekt in films, gesekst in liedjes en gespookt in boeken. En pubers maken een manshoge knalroze fallus van purschuim als je ze de ruimte geeft, zodat christelijke moeders daar heel erg van moeten blozen en giechelen.

Maar wie weet maakt die rare puber van vandaag morgen een kunstwerk dat de hemel even iets dichterbij brengt. Dat kan hij dan, omdat hij de ruimte kreeg om buiten gebaande paden te treden.

Kijk, zo gaat dat scheppen; het begint met woest en ledig en duisternis, er is geestdrift en dan, dan gaat het licht aan.