'Witte christenen lijden aan Disney princess theology’

Racisme is een verschrikkelijk symptoom van een veel groter probleem, betoogt Erik. Met de oplossingen die worden aangedragen zijn we er niet. Er is een radicaal andere manier van denken nodig: waarin we stoppen met te goed te denken over onszelf.

'Witte christenen lijden aan Disney princess theology’

‘Witte christenen lijden aan Disney princess theology’, las ik in een blog van theologe Erna Kim Hackett. Daarmee bedoelt ze dat we snel geneigd zijn om onszelf met de held van het verhaal te identificeren, zoals Esther of Mozes. Maar we vinden het erg moeilijk om onszelf met de schurk, zoals Xerxes, Haman, of farao te identificeren. Dit terwijl onze huidige maatschappij voortkomt uit mensen die onderdrukten en overheersten.

Nee, wij zijn inderdaad niet onze koloniserende voorouders. Toch hebben we te maken met een erfenis van rijkdom door roof en onderdrukking. En deze erfenis heeft ook gevormd hoe wij naar de wereld kijken. Kolonisatie ging gepaard met een superieure houding. God is met ons en daarom winnen wij van deze inboorlingen, mogen we ze opvoeden (kerstenen) en overheersen, was het motto.

Imperialistische houding

Ook al doen we dit niet meer, in de manier waarop we kijken naar Nederlanders van allochtone afkomst en buitenlanders zit nog steeds een superieure houding. Ik denk zelfs dat de discussie over Zwarte Piet, politiegeweld, het nieuws rond ongelijke behandeling op basis van etniciteit, maar ook de tegenreacties zoals Black Lives Mattervoortkomen uit deze superieure, kolonialistische, nee imperialistische houding die witte Europeanen honderden jaren eerder hadden.

Ik noem het liever een imperialistische houding, omdat de imperia, de keizerrijken die voor het kolonisatie-tijdperk bestonden, eenzelfde soort patroon kenden: een zucht naar meer grond, bezit en rijkdom, een superieure militaire macht en een gedeeld superioriteitsideaal (Pax Romana, Hellenisme, Perzische beschaving). En juist dat laatste superioriteitsgeloof kan zo hardnekkig zijn en eeuwen na de ondergang van het imperium nog steeds voortbestaan. Tot mijn grote schaamte gebruikten Europese kolonisten vaak het christendom als ideologie om hun handelen te rechtvaardigen.

Veranderende overtuiging

Die imperialistische superioriteit, de overtuiging dat ‘wij’ beter zijn dan ‘zij’ zit diep, is vaak niet zichtbaar, maar kan in cognitief gedragstherapeutische termen - denk ik - gezien worden als een collectieve kernovertuiging. Vanuit de psychologie weten we dat een kernovertuiging op individueel niveau veranderbaar is, maar veel tijd en oefening kost. En als genoeg mensen dit doen, kan een individuele kernovertuiging, mogelijk ook op collectief niveau worden aangepast.

Wat hierbij kan helpen is al eerder door de Amerikaanse schrijver Mark Twain – een voorvechter van de afschaffing van de slavernij - verwoord:

Travel is fatal to prejudice, bigotry, and narrow-mindedness, and many of our people need it sorely on these accounts. Broad, wholesome, charitable views of men and things cannot be acquired by vegetating in one little corner of the earth all one's lifetime.

‘Reizen is fataal voor vooroordelen, onverdraagzaamheid en bekrompenheid, en veel mensen hebben het om deze redenen hard nodig. Brede, gezonde, liefdadige opvattingen over mensen en dingen kunnen niet worden verkregen door een leven lang in een klein hoekje van de aarde te vegeteren.’

Reizen en de ander ontmoeten is goed om te doen, verrijkend en racisme-bestrijdend.

Toch zijn we er daarmee niet. Ik denk dat er nog een hardnekkiger en groter probleem is. Een probleem dat door Paulus al kernachtig werd geïdentificeerd als wortel van alle kwaad: geldzucht (1 Timotheüs 6:10). Want hoe je het ook wendt of keert: het méér willen hebben ligt ten grondslag aan nagenoeg alle veroveringen en onderdrukkingen van een imperium, van een land, van een individu.

Als we nog verder teruggaan, zien we Eva en Adam naar méér begeren (Genesis 3:6) en hun zonen Kaïn en Abel elkaar vermoorden (Genesis 4: 1 t/m 16). Kaïn kon niet verdragen dat een offer van Abel door God werd opgemerkt. Hij werd woedend en doodde zijn broer. Hij wilde hebben wat zijn broer had en kon niet delen in de blijdschap van Abel.

Dit oerverhaal zou je als symbool voor de geschiedenis van de mensheid kunnen zien. Het imperium Kaïn dat oorlog voert tegen het zwakkere, maar gezegende land Abel. Een geschiedenis die zich is blijven herhalen…

Woede en jaloezie

Maar dan komt Jezus. Jezus, die een royaal aanbod van de duivel afslaat, weigert om als aardse koning te worden aangesteld (Johannes 6:15) en die steeds wijst op het Koninkrijk van God.

Zo vertelt hij een verhaal over dagloners om uitleg te geven over dit Koninkrijk (Mattheüs 20: 1 t/m 16). Een landheer zoekt arbeiders voor de oogst op zijn land. Hij zoekt in het dorp en vindt elke paar uur weer mensen die willen werken. Met iedereen spreekt hij een vast dagloon af, omgerekend iets van 100 euro. Iedereen krijgt hetzelfde loon, maakt niet uit hoe kort je op het land hebt gewerkt. De langst werkenden verwachten aan het einde van de dag meer dan 100 euro te krijgen, want ze hebben immers langer gewerkt dan de arbeiders die maar een uurtje kwamen helpen. Ze krijgen echter het afgesproken loon. Ze worden kwaad en klagen bij de landheer. Ze voelen zich misdeeld. Het lukt hen niet zich te verheugen over de vrijgevigheid van de landheer, of blij te zijn voor die uur-arbeiders die een naar verhouding exorbitant hoog loon krijgen voor een uurtje werk.

Ik kan me goed inleven in die arbeiders die het langst hebben gewerkt. Elke keer als ik dit verhaal lees, roept het weerstand en boosheid bij mij op. Ik kan die landheer niet uitstaan met zijn superieure vrijgevigheid. De hardst werkende verdient toch echt meer beloning (ik ben natuurlijk zo’n harde werker).

Die boosheid van mij en van de arbeiders, lijkt dezelfde boosheid als die van Kaïn. Woede en jaloezie die mensen in staat stelt tot afschuwelijke dingen.

Ik ben Kaïn

Het verhaal schudt me wakker. Ik ben Kaïn, ik ben farao, ik ben Haman! Ik kan net als zij geen weerstand bieden tegen woede, afgunst en jaloezie. In mij ligt de potentie tot het doen van gruwelijkheden. Jezus legt met dit verhaal de vinger op de zere plek, maar hij laat mij tegelijkertijd een betere weg zien. Een manier van leven waarin mensen belangrijker zijn dan geld, waar vrijgevigheid en vreugde een tegengif zijn tegen hebzucht en afgunst.

Deze Weg, deze Jezus wil ik volgen.