Het individualisme van onze tijd is gevaarlijk. Maar we hebben meer nodig dan 'verbinding' en 'voor de ander zorgen'

Geert Jan las het nieuwste manifest van de Christenunie met daarin kritiek op het doorgeschoten individualisme van deze tijd. Maar met de oplossingen die worden gegeven, zijn we er niet.

Het individualisme van onze tijd is gevaarlijk. Maar we hebben meer nodig dan 'verbinding' en 'voor de ander zorgen'

In het manifest Aandacht voor wat echt telt dat Gert-Jan Segers de wereld instuurde, wordt stevige kritiek geuit op het liberalisme en het doorgeschoten individualisme van deze tijd. Een veel minder grote plaats is ingeruimd voor het gevaar van het collectivisme. Die term valt niet eens, hoewel Segers een mooi citaat opneemt van zijn collega Carola Schouten bij het tv-programma Zomergasten: ‘Als we mensen gaan reduceren tot de groep waartoe ze behoren’, zei ze, ‘dát is het kwaad. Ik moet zelf ook steeds nadenken of ík de mens nog zie.’

Natuurlijk is het manifest een schrijfsel uit de politieke arena, en hoewel het daarbinnen weldadig genuanceerd aandoet, gaat het dan al snel over ‘hoe we naar de ander kijken’ en ‘hoe we met de ander omgaan’.

Bestrijden van individualisme

Vanuit de luxe van een niet-politieke leunstoel zou ik toch graag roepen dat bij het bestrijden van zowel individualisme als collectivisme het eerder gaat om hoe we naar onszelf kijken en hoe we met onszelf omgaan. Niet als vorm van hyper-individualistisch navelstaren, maar omdat er iets moet gebeuren dat meer is dan gehoor geven aan de oproep om ons anders te gaan gedragen.

Uit het hart zijn de uitgangen des levens, staat er fraai in Spreuken 4:23. Dat hart slaat natuurlijk op wie ik uiteindelijk ben, niet op de identiteit die ik mezelf heb aangemeten. Het gaat dan om meer dan het verhaal dat ik over mezelf tegen mezelf vertel. Want dat verhaal zit vol met de weerklank van de stemmen die me hebben beïnvloed en die dat nog steeds doen.

Dat hart verwijst naar een ‘dieper zelf’ dat weet heeft van een onvoorwaardelijke liefde waaruit het is voortgekomen. Als ik naar mezelf ga kijken als het geschenk dat ik ben en niet als het project dat ik moet waarmaken, dan is dat geen navelstaren, maar het tegenovergestelde van individualisme of egocentrisme. Het is jezelf juist uit het centrum halen, want ook jezelf op een verkeerde manier wegcijferen is een succesvol recept om alsmaar met jezelf bezig te zijn.

Fundamentele ommekeer

Zonder die fundamentele ommekeer, want dat is het, blijf ik eindeloos weerklank en steun en erkenning zoeken bij anderen. Dan kan zelfs dat hyper-individualisme een massaal aangehangen vorm van collectief denken blijken te zijn.

Het helemaal willen opgaan in een collectief is iets waar we allemaal gevoelig voor zijn. We hebben dus veel meer nodig dan alleen de oproep tot ‘verbinding’ en ‘meer voor elkaar zorgen’, al is dat als politiek uitgangspunt natuurlijk prachtig.

Makkelijk gezegd misschien vanuit die luie stoel van mij. Maar zodra je over God spreekt en over liefde en Jezus erbij haalt, wat het manifest ook doet, moet het over veel meer gaan dan over iets wat ik moet doen of laten in de sociale sfeer.

Liefde houdt ons gevoelig voor de gevaren

Als er liefde in het spel is (en nee, dan gaat het even niet over die volkomen overschatte romantische variant), dan doet de liefde iets, niet ik; ik doe mee, ik mag meedoen. (Zo denken we trouwens vaak over die romantische variant, die ‘overspoelt ons’ zogenaamd, terwijl ons ego daarin juist heel sturend is. Maar dat terzijde.)

Wat die liefde onder andere doet, is ons gevoelig houden voor de gevaren van individualisme maar zeker ook voor collectivisme. En juist dat laatste steekt de laatste tijd akelig vaak de kop op.

Misschien is het best lastig om dat gevaar scherp te zien vanuit een politieke partij die een christelijk collectief wil vertegenwoordigen. Maar misschien dat Jezus daarom ook wél ‘het debat aanging met de toenmalige leiders’ (blz. 30 van het manifest), maar geen politieke macht zocht…

Het vergoddelijkte positieve principe van onze tijd is de socialiteit, en dat is juist het destructieve. Er wordt voorbijgegaan aan de religieuze individualiteit voor God.
Søren Kierkegaard