Lazarus staat op | Geen talent voor bidden

Lazarus geeft op de vroege ochtend inspiratie om de dag bewust te beginnen. Vandaag leest Christine de teksten uit een oud kerkelijk leesrooster en zo rond 7 uur deelt ze de gedachte die op-popt. Lazarus staat op is elke werkdag te lezen en te beluisteren.

Lazarus staat op | Geen talent voor bidden

Geen talent voor bidden –  PopUpGedachte woensdag 7 oktober 2020

Hoi, Christine hier in plaats van Rikko. Hij is nu op Lesbos vanwege de actie We Gaan Ze Halen. En daarom mag ik vanmorgen invallen.

Ik smokkel een beetje, want van 6 tot 7 uur even rustig contempleren op een bijbeltekst is er helaas niet bij met twee jonge kinderen in huis. Mijn overweging schrijf ik dus bij daglicht, terwijl de regen woest tegen de ramen klettert.

Bidden, doe je dat wel eens? En, ben je er goed in? Mijn antwoorden zijn: soms en niet zo. En ik ben er nog niet uit of dat nou erg is. Voor mijn werk als tv-redacteur mocht ik veel verschillende mensen interviewen over hun geloof. De vraag naar het bidden kwam altijd voorbij. Iedere keer was ik weer verrast als mensen - voor wie het geloof toch overduidelijk een belangrijke rol in hun leven speelde - mij toevertrouwden: nee, ik ben niet zo’n bidder en ik kan het ook niet zo goed. Soms met een vlaag van schuldgevoel, want God verdiende toch eigenlijk wel beter, of op z’n minst hun eigen hart en geloof. Een ander vertelde me met een glimlach: ik denk dat God het wel begrijpt.

Die zin is bij me blijven hangen en heeft me mijn onvermogen helpen relativeren. Als tiener kon ik nog niet zo mild over mijzelf denken en soms barstte ik zelfs in tranen uit als ik bedacht hoe weinig ik eigenlijk aan God dacht of actief gesprekken met hem voerde, wat bidden in mijn beleving was. Mijn gebed begon dan altijd met verontschuldigingen. ‘Sorry God, daar ben ik weer en het is veel te lang geleden, dat verdient u niet.’

Het duurde een tijd tot ik begreep dat bidden misschien meer kan zijn dan het handen vouwen en ogen dicht wat ik als kind had geleerd, maar nooit echt onder de knie had gekregen. Floepte niet per ongeluk uit nieuwsgierigheid mijn ene oog open, dan dwaalde wel mijn geest af naar leukere gedachten. Gets, weer mislukt.

En wat te denken van hardop een kringgebed doen, wat in de evangelische jongerendiensten gebeurde, waar ik als tiener graag kwam. Van tevoren doodzenuwachtig, want je wilde niet onderdoen voor het mooie gebed van de ander. En wat nou als degene voor jou net zei wat jij had willen zeggen? Ik vouwde mijn klamme handen, deed mijn ogen dicht en boog mijn hoofd. Luisterend naar de anderen wachtte ik soms te lang. Kans verkeken, gebed weer voorbij.

Ik kan nog wel eens jaloers zijn, als ik hoor hoe anderen dagelijks het contact met God weten te vinden. Sommige mensen houden zelfs lijstjes bij van wie ze in hun gesprek met God willen noemen. Laatst zei iemand me dat ik op zijn lijstje stond en ik was daardoor geraakt. Als ik het dan zelf niet kon, deed hij het toch voor mij.

Het wordt misschien tijd om het beeld van de modelbidder los te laten. Met keurige gebeden, op vaste tijden, over mijn wensen en verlangens en waarbij ik niemand vergeet te noemen die in mijn omgeving aandacht verdient. Is dat hoe ik bij God wil en moet zijn? En wat is dan in hemelsnaam een goed gebed?

Inmiddels weet ik dat bidden en tijd met God doorbrengen op veel manieren kan. Een wandeling in het bos is nu vaak mijn gebed, waarbij ik erop vertrouw dat God allang weet wat er in mijn hart leeft.

Mocht je toch iets willen zeggen, maar je hebt zelf de woorden niet, dan kun je altijd terugvallen op het gebed dat Jezus zijn leerlingen gaf. Zij zagen hem bidden – Jezus had dat bidden wel lekker onder de knie – en een van hen vroeg: ‘Heer, leer ons bidden.’ Kennelijk vonden die leerlingen het ook niet zomaar eenvoudig. Jezus antwoordde:

‘Wanneer jullie bidden, zeg dan:

“Vader, laat uw naam geheiligd worden en laat uw koninkrijk komen.

Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben.

Vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven iedereen die ons iets schuldig is.

En breng ons niet in beproeving.”’

Het is een gebed waar alles in zit: wensen, verlangens, schuld, vergeving. Misschien ken je dit gebed uit je hoofd en heb je het al vele keren opgezegd. Ik vond het altijd maar een deprimerend gebeuren, het klonk bijna als een bezwering. Een tijd geleden besloot ik dit gebed niet langer met hoofd omlaag op monotone stem mee te murmelen in de kerk. Nu zeg ik het met opgeheven hoofd, ogen open en de mondhoeken iets gekruld. Sindsdien hebben de zinnen melodie gekregen en komt het gebed niet meer als een ingesleten spreuk mijn mond uit. Zo werd het een nieuw gebed, met nieuwe betekenis.

Ik ben nog altijd geen dagelijkse bidder, vergeet het vaker wel dan niet. Misschien heb jij dat ook en kan ik jou nu op mijn beurt geruststellen: ik denk dat God het wel begrijpt.

Voor nu wens ik jou vrede, alle goeds en een hele mooie dag.

Hier vind je drie tekstgedeelten die Christine vanochtend las.