'Lieve Maria, ik ken u niet' | interview Maartje Wortel & Tim Knol in het klooster

Tim Knol en Maartje Wortel wisten nog niets over Maria en het kloosterleven, voor hun verblijf in het Dominicanenklooster in Zwolle. 3 dagen later zingt Tim een kakelvers Marialied en leest Maartje vol spanning een brief voor aan Maria. In dit interview blikken ze terug.

'Lieve Maria, ik ken u niet' | interview Maartje Wortel & Tim Knol in het klooster

Gebeden, kaarsjes branden, goede gesprekken en vroeg op voor het ontbijt: Tim Knol en Maartje Wortel lieten zich compleet onderdompelen in het kloosterleven van de Dominicanen in Zwolle. Songs for Mary heet het 3 dagen durende project, waarin zij meer te weten kwamen over Maria en de Dominicanen en bovendien werden uitgedaagd om als afsluiting een show neer te zetten waarin ze hun ervaringen verwerkten.

Tim: ‘Ik ben op, na 3 dagen klooster. Ik zit er wel een beetje doorheen, door alle indrukken. Pas om 2 uur sliep ik. De wekker gaat om 8 uur voor het ochtendgebed en vanochtend zijn we ook braaf zo vroeg opgestaan, maar toen bleek dat het niet doorging.’ Maartje: ‘Ja, op zaterdag slapen de broeders uit. Zaten wij daar als enige aan het ontbijt. Heel braaf, gehoorzaam en kuis.’ Tim: ‘Totaal tegen onze natuur in.’ Maartje: ‘Zo zie je maar, dat wordt meteen afgestraft. Vergeet niet, Tim, om straks rebels te blijven.’ Tim: ‘Komt goed hoor.’

Hoe beviel het kloosterleven?

Maartje: ‘Ik vind het klooster zowel een prettige als een benauwende plek. De bedoeling is, denk ik, dat de broeders een band aangaan met elkaar. Naar mijn idee zijn ze juist eigenzinnig en ondanks dat moeten ze toch een gemeenschap vormen. Ze willen als mini-gemeenschap iets voor de wereld betekenen en tegelijkertijd is het heel gesloten. Dat vind ik een moeilijke paradox.

Het klooster is voor mij ook een prettige en rustgevende plek. Het is heel duidelijk dat hier mensen verblijven die zingeving ervaren. Toch merk ik dat ik zelf niet zo snel bij iets stil sta. Om je over te kunnen geven aan geloof -of hardlopen, de liefde of literatuur- is een dialoog nodig. Ik merkte dat ik vrij bevooroordeeld kijk en dan is er niet zo veel beweging mogelijk. Ik vond het confronterend dat ik een iets opener en vrijer persoon van mezelf had gemaakt, dan ik in deze dagen blijk te zijn. Mijn kritische blik is goed, maar ook een beetje onnodig, want dit is niet mijn plek. Ik kan dus ook vragen: waarom is het wel de plek van een ander? Of wat kan een ander hieruit halen en wat kan ik daarvan leren. Ik geloof niet in God. Maria is voor mij verbeeldingskracht. Toch verhoud ik me daar nu wel toe. Wat doet dat met mij? Hoe kan ik dat veranderen? En wat kan ik daarmee in mijn eigen leven straks?’

Tim: ‘Ik kon echt helemaal niks met de gebeden: te zware en ingewikkelde materie. Ik vond het wel heel fijn om in het ritme van het klooster mee te gaan, een paar dagen. Het geeft wel een bepaalde rust als je vroeg opstaat en dan een half uur gaat bidden in de kerk. Ik zag het als een half uurtje rustig wakker worden. Waar ik thuis altijd mijn bed uitspring, een douche neem en dan meteen: doorknallen. Ik knal mijn hele leven door en ik pak heel weinig rust en tijd voor mezelf. Ik dacht: dat is misschien wel iets wat ik mee kan nemen naar mijn eigen leven.’

Hoe was het contact met de broeders?

Tim: ‘Interessant. Ik heb wel een paar goede gesprekken gehad. Broeder Jan vond ik heel leuk. Hij komt ook uit West-Friesland en ik had meteen een klik met hem. De West-Friese nuchterheid van Jan vond ik fijn en hij is ruimdenkend. Hij heeft ook een rock ’n roll-randje. Ik heb een foto van hem gemaakt gister. Hij zat zo lekker te paffen terwijl wij bij hem op de koffie waren. Dat vond ik een prachtig beeld. Het is hier allemaal een beetje statig, ook met die habijten van ze. En dan zie je toch een andere kant van zo’n persoon. Jan liet echt zichzelf zien aan ons.’

(tekst loopt door onder foto)

Maartje: ‘Ik voel ook een connectie met Jan. Toen ik hem vroeg waarom hij gelovig is, zei hij: ‘God heeft gezegd ‘laat de kinderen tot mij komen’. God is een groot kind, wij zijn ook allemaal kinderen en we moeten met hem spelen.’ Ik merk aan Jan dat hij plezier heeft. Hij is beweeglijk en onderzoekend. Spelen is schelpjes zoeken of tegen een bal trappen, maar spelen kun je ook geestelijk doen of in een gesprek. Dat is vooral Jans verdienste, dat hij op die manier in het leven staat, denkt, praat en beweegt. En geen habijt aantrekt. Dat vind ik wel knap.’
Tim: ‘Of juist wel naar het voetbalstadion gaat in vol ornaat.’
Maartje: ‘Ja, ik vind het leuk hoe hij daarmee speelt en tussen die werelden beweegt. Je wordt steeds door hem geprikkeld. Door zijn manier van kijken en praten. Door zijn geest.’

Hebben jullie Maria beter leren kennen in deze 3 dagen?

Tim: ‘Ik wel. Ik wist er zo bijzonder weinig van. Nu weet ik meer over Maria en haar vele gedaantes. Een kaarsje aansteken bij Maria vond ik bijzonder. Opeens werd ik geraakt. Ik voelde waarom zoveel mensen een kaarsje branden bij Maria, ik begreep het ineens. Je gaat nadenken over je naasten, over de mensen die je liefhebt. Ik ben extreem nuchter ingesteld en ik dacht altijd, fuck dat kaarsje branden, wat is dat nou weer? En nu deed ik het. Ik heb het als kind ook gezien bij mijn oma. De kaars voor Maria brandde bij haar altijd. Ik dacht toen: ze maakt het gewoon gezellig in huis. Nu weet ik hoeveel Maria betekende voor haar. Ik denk dat ze troost kon vinden in Maria. Dat vind ik lief en mooi. Dat doet mij wel wat.’

Maartje: ‘Ik vond het heel moeilijk om Maria te leren kennen. Ik ben niet in een gelovig gezin opgegroeid. Maria bleef ik zien als een onbeweeglijk figuur, een standbeeld, een symbool. Totdat ik dus vannacht ineens dacht: dat komt omdat ik niet open sta voor Maria, daar kan Maria niks aan doen. Dat was voor mezelf een groot inzicht. Ik besefte toen: contact leggen met een ander is ook durven zien wie of wat die ander is.

Voor mij is Maria nog steeds een symbool, maar laat ik dan kijken naar het symbool en waar dat voor staat. En hoe ik daar invulling aan geven. Ineens begreep ik dat de mensen voor wie Maria belangrijk is een plek hebben gevonden voor zichzelf of hun verdriet via Maria. Dat vond ik een belangrijk inzicht. Als ik straks weer thuis ben ga ik niet Maria vereren, maar ik ben me nu wel bewust van die manier van kijken. De ander kan alleen maar bestaan als ik diegene in mij laat bestaan. Soms wil ik dat de ander zich aan mij toont, voordat ik iets kan geven en nu denk ik: ik kan ook beginnen met geven en dan komt het ook op gang. Ik zag mezelf als iemand die open is en veel geeft. Ik vind het niet fijn om te zeggen, maar dat heeft Maria mij gegeven: dat ik weet dat dat niet zo is.’

Hoe vinden jullie het om hier op te treden?

Tim: ‘Het is prachtig om in kerken te spelen. De akoestiek is top. Het heeft iets magisch om hier te zingen. Best een beetje spannend om iets te spelen wat nog helemaal nieuw is. Het kan fout gaan.’
Maartje: ‘Ik heb nog geen zin om mijn brief aan Maria voor te lezen. Ik vind het spannend.’

Ondanks de spanning stonden ze allebei die avond op het podium. Tim zong over de broeders en hun omgang met Maria: 'So many years, so many prayers. So many smiles, so many tears. You love your Mary in so many ways. Light a candle and say their names.' Uit de brief van Maartje blijkt hoe nieuw Maria voor haar was. 'Lieve Maria, ik ken u niet of misschien wel helemaal niet', begint ze aarzelend. Haar brief gaat over angst, over vrouwelijkheid en over wie zij zelf is. 'Ik ben in de Mariakapel gaan zitten, heb een kaars aangestoken en me tot u gericht, dat wil zeggen: ik heb naar u gekeken. (...) Ik zag in u mijzelf.' 

Het bijzondere resultaat zie je hieronder in de docu die werd gemaakt over Songs for Mary:

Songs for Mary 2020 - Tim Knol & Maartje Wortel